Preken

kind van de rekening (Rechters 11, 29 – 40)

Het is niet vreemd als u denkt: ik wist niet dat dit verhaal ook in de Bijbel stond.
Voor zover ik weet is het verhaal van Jefta en zijn dochter de laatste 29 jaar niet op het oecumenisch leesrooster aan de orde geweest. Natuurlijk kunt u het thuis gelezen hebben, aan tafel, voor zover dat nog gebeurt. In ieder geval is het een Bijbelverhaal dat in de meeste kinderbijbels wordt overgeslagen, en we begrijpen waarom. Wat moet je met een verhaal over een vader die door zijn ondoordachte gelofte het leven van zijn enige dochter ruïneert?

Preek in de serie Bizarre Bijbelverhalen.

Het is niet vreemd als u denkt, wat doet zo’n verhaal eigenlijk in de Bijbel? Op een bepaalde manier doet het onbijbels aan. Dat een kind wordt geofferd aan de goden, dat kennen we uit Griekse mythen, uit oude religies van de omringende volken, maar dat is geen gebruik in Israël. Het is daar zelfs een gruwel, in de ogen van de Heer.

De hele sfeer in dit verhaal heeft iets onbijbels. Het gaat weliswaar over één van Israëls rechters of richters, de aanvoerders van het volk in de tijd dat ze nog niet echt een eenheid vormden. Het gaat over strijd tegen de Ammonieten, over Jefta, een zoon van Gilead – dat klinkt allemaal Bijbels; maar vervolgens ontvouwt zich een verhaal dat meer op een Griekse tragedie lijkt dan op een Bijbelse geschiedenis.
In die Griekse tragedies staan mensen uiteindelijk machteloos tegen de grillen van het lot of van de goden; roepen ze hun eigen ongeluk over zich af. Het verschil met Bijbelse verhalen is dat daarin juist mensen ruimte hebben om te handelen, verantwoordelijkheid dragen, kiezen kunnen – waarbij vaak verkeerde keuzes worden gemaakt – maar in ieder geval niet zo dat ze willoos aan onmachtig zijn. Om het kort te zeggen: de Bijbel is wel vol dramatiek, maar kent weinig tragiek.

Dat maakt dit verhaal zo vreemd qua sfeer en natuurlijk ook wat betreft inhoud. Omdat Jefta ervoor kiest om niet te kiezen. Jefta stort zichzelf en zijn dochter in het ongeluk. Daar is hij zelf verantwoordelijk voor, het begint allemaal met die ondoordachte gelofte; maar vervolgens blijft hij opmerkelijk passief. Hij kan niet terug, vindt hij, want ‘een man een man een woord een woord’. Dat klinkt stoer en principieel, maar daarmee zorgt hij zelf voor de tragische afloop. Want het had zo niet hoeven gaan, had hij de moed gehad om zijn verantwoordelijkheid te nemen, had hij de Bijbelse vrijheid genomen anders te doen omwille van zijn eigen dochter, omwille van de menselijkheid.

Een ander aspect dat opvalt, is dat God afwezig is in het verhaal. Dat komt vaker voor in de Bijbel, maar hier is het een pijnlijke afwezigheid.
Misschien hebt u twee weken geleden meegemaakt dat we het over Abraham en het offer van Isaak hebben gehad. In de traditie zijn deze twee verhalen met elkaar verbonden, vanwege de offerthematiek. Ze werden gezien als voorafschaduwingen van het offer van Christus. Tegenwoordig vinden we dat niet meer correct om joodse verhalen zo één op één te verbinden met het christelijke verhaal. Verhalen mogen op zichzelf staan. Daarbij komt dat er een cruciaal verschil is met Abraham, want deze kreeg van God zelf de opdracht om zijn zoon te offeren. Jefta doet zijn gelofte op eigen initiatief. Er is geen god die hem daartoe dwingt.

Je vraagt je af wat hem bezielt? Het eerste wat uit de deur van mijn huis mij tegemoet komt, dat zal ik u als brandoffer opdragen? Wat of wie zou dat anders kunnen wezen, dan iemand uit zijn eigen gezin? (Maarten ’t Hart vertelt ergens dat Jefta een slecht huwelijk had, en bij zijn gelofte dacht: die eerste, dat zal mijn vrouw wel wezen, ben ik op deze manier mooi van dat takkewijf af…. Tja.) Je verbaast je over Jefta’s gelofte. Waar komt dat vandaan? Is dat geen onverantwoorde grootspraak? Een legeraanvoerder, een vechtjas die zijn eigen onzekerheid overschreeuwt nu hij zich gereed maakt voor de strijd? Je kunt je er van alles bij voorstellen….

Feit is, dat het helemaal uit Jefta’s eigen hersenspinsels voortkomt. Geen god die hem die opdracht geeft. Integendeel. Maar, ook geen god die hem dat uit het hoofd praat. Die ingrijpt en zegt, “Jefta, nu ga je te ver. Denk je echt dat je mij een plezier doet, door mij jouw dochter te offeren. Nee, mijn beste Jefta, dan heb je het niet goed begrepen….” Maar zo spreekt God niet. God zwijgt, pijnlijk. God grijpt ook niet in, zoals bij Abraham nog wel gebeurde. Hier blijft het akelig stil.
Van een feministische theologe, die in dit verhaal vooral aandacht heeft voor wat er met de dochter gebeurt, las ik: ‘mijn god, mijn god, waarom hebt gij haar verlaten?’ – Phyllis Trible. Jefta’s dochter aan haar lot overgelaten, slachtoffer van de grootspraak van haar bloedeigen vader? Geofferd op het altaar van de geschiedenis, ter meerdere eer en glorie van een rechter in Israël, als prijs voor de overwinning die hij met de hulp van de Heer heeft gehaald op het volk van Ammonieten?

U merkt al weer, het is een verhaal dat allerlei vragen oproept. Niet op alles kunnen we ingaan. Ik wil vooral iets zeggen over de vraag hoe je zo’n verhaal zo kunt lezen dat je er vandaag iets aan hebt. Want hoe vreemd het ons ook mag lijken, ook dit verhaal heeft iets te zeggen, werpt misschien wel kritische vragen op waar wij ons voordeel mee kunnen doen.

Daarbij, ik zeg het er maar weer bij, zijn wij de eersten niet die zich over dit verhaal buigen. Er is een lange geschiedenis van uitleg, met verschillende accenten. Een traditie van verbeelding en ook van verklanking – het oratorium van Händel bv. – van dit klassieke verhaal.
Vrij algemeen wordt Jefta negatief beoordeeld. Zijn gelofte is onverantwoord, onbezonnen, dwaas zelfs. Dat hij vervolgens de gelofte ook voltrekt, is niet alleen dwaas maar ook misdadig. Alhoewel, als je precies leest staat er niet letterlijk dat ze geofferd wordt, zodat er ook uitleggers zijn die zeggen dat de dochter niet ter dood werd gebracht, maar werd weggestuurd, dat ze in isolement moest leven, in een soort kloosterleven, in ieder geval ‘zonder gemeenschap met een man’ – want dat staat er wel nadrukkelijk. Geen huwelijk, geen kinderen, geen toekomst. Het was Jefta’s enig kind, dus hier eindigt de geschiedenis van zijn naam, dat zou dan ook meespelen.

Jefta staat er dus niet positief op. De Joodse rabbijnen hebben geen goed woord voor hem over. Een mislukt mens. En, zo is de gangbare uitleg tegenwoordig, daarmee past hij in het rijtje van de rechters in Israël. Dit verhaal staat in het Bijbelboek Rechters (of Richteren), dat gaat over de tijd in Israëls geschiedenis dat het volk, de twaalf stammen, nog geen eenheid is, er is nog geen centraal gezag, nog geen koning. In deze periode zijn er wel allerlei tijdelijke aanvoerders, die vooral naar voren treden als er gevochten moet worden. Het is in de tijd dat de stammen van Israël zich een plaats bevechten te midden van de Kanaänitische stammen, de oorspronkelijke bewoners zeg maar.

Bekende rechters zijn Gideon en Simson, maar die laatste kennen we ook als een enigszins tragisch figuur. Want het vaste refrein in het boek Rechters is, dat geen van de rechters er in slaagt eenheid te brengen en rust; en dat het volk steeds doet “wat kwaad is in de ogen des Heren”, zodat het ook letterlijk van kwaad tot erger gaat.
Jefta en de geschiedenis met zijn dochter is dan een voorbeeld van waar dit allemaal toe leidt. Dat hij zo diep valt dat hij zijn dochter opoffert – terwijl een mensenoffer voor de Heer een gruwel is – is er het bewijs van dat ook hij als rechter faalt. Het illustreert de algemene malaise.

Goed.
Zo ver voor wat de uitleg betreft. Hebben we Jefta zo voldoende behandeld? Keurig ingedeeld, zijn plek in de bijbelse geschiedenis gegeven? Maar wat dan met dat arme meisje, zijn dochter, het kind van de rekening?

Zoals het verhaal verteld wordt, bevat het geen moraal. De Bijbel moraliseert eigenlijk nooit. Dat mogen wij doen.
Je kunt het verhaal lezen als een ernstige waarschuwing over wat een mens met zijn woorden kan aanrichten. De Prediker wist het al: Wees niet te haastig met je woorden en doe God niet overijld geloften. Want God is in de hemel en jij bent op aarde dus moet je spaarzaam zijn met je woorden (Pred. 5: 1).
Het is niet moeilijk om het daar mee eens te zijn. De wereld is vol met schreeuwlelijkerds. Er wordt zoveel geroepen, zo weinig waargemaakt. En dan wijzen we gemakkelijk naar al die anderen, dat begrijpt u, die hoog van de toren blazen.
Maar hoe zit het met mij zelf? (Een Drent zegt: ik zeg maar zo, ik zeg maar niks, dan kunnen ze ook niet zeggen dat ik wat gezegd heb…)

We zeggen gauw te veel. We overschreeuwen ons zelf, kijk Jefta, en, dat is een tweede les, daar kunnen anderen gemakkelijk de dupe van worden.
Jefta’s dochter is het slachtoffer van de grootspraak van haar vader. Eén van die vele kinderen die geofferd worden voor de ambities van ouders. Kinderen getekend door hun opvoeding, en dat kan op verschillende manieren, soms zo beschadigd dat het een leven lang doorwerkt, een leven lang verziekt.
Het lijkt mij niet nodig voorbeelden te geven. We kunnen ze zelf bedenken, en als het jezelf betreft, weet u nog beter wat ik bedoel. We drukken als ouders, als oudere generatie, onwillekeurig een stempel op onze kinderen en op jongere generaties. Mensen die in een bepaalde positie zijn, leraren, begeleiders bij sportverenigingen, jeugdleiders in de kerk, therapeuten en zo voort, dragen een grote verantwoordelijkheid. Zij geven het voorbeeld. Wat gebeurt er als kinderen op moeten groeien zonder goede rolmodellen? Jefta faalt in die rol. Hij is zo egocentrisch dat hij zijn dochter verwijt dat zij hem in het ongeluk stort, alsof het aan haar ligt…  Daarom is hij ongeschikt als leider van het volk, ondanks zijn glorieuze succes op het slagveld, en gaat zijn naam roemloos in de geschiedenis verloren.

Want Jefta doet een dwaze gelofte, maar voltrekt een misdadig vonnis.
Had hij de Tora beter gekend, zeggen de joodse rabbijnen, dan had hij geweten dat je een verkeerde gelofte af kunt kopen. Dan had hij moeten weten, dat een ondoordacht woord gecorrigeerd mag, ja moet worden. Dat niemand het slachtoffer mag worden van te ver doorgevoerde principes.

Jede Konsequenz führt zum Teufel, zeggen we dan in Nederland, want de Duitsers kennen dat spreekwoord niet. Je kunt te ver doorschieten in je rechtlijnigheid. Daar ligt precies die eigen menselijke verantwoordelijkheid die in de Bijbel wordt benadrukt. Je moet wel na blijven denken. Natuurlijk is het een deugd om je aan je woord te houden, maar als dat leidt tot zulke levensgevaarlijke consequenties dan is het geboden om er op terug te komen. Je kunt beter je woord breken, dan een leven. Zijn dochter gaf hem nota bene twee maanden om na te denken, maar zelfs die tijd was niet aan Jefta besteed…

Geen mensenleven is het waard geofferd te worden op het altaar van onze principes. Dat is precies wat gebeurt in een totalitair systeem, politiek of godsdienstig. Dan worden de ene mensen het slachtoffer van wat andere mensen tot onaantastbare Waarheid verklaren.

Misschien is het goed om hier te eindigen.
Het is al met al een treurig verhaal – ik kan het niet mooier maken dan het is. Maar als zo’n triest verhaal ons helpt om kritisch naar ons eigen spreken en handelen te kijken, dan is die arme dochter van Jefta toch misschien niet helemaal tevergeefs aan haar einde gekomen…. Al blijft dat een tamelijk schrale troost…
AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter