Boeken

Jonas Slaats, Religie herzien


In Religie herzien rekent de publicist Jonas Slaats af met een aantal hardnekkige mythes over religie. Slaats is filosoof, theoloog en antropoloog en is actief op het kruispunt van al deze terreinen. Het interreligieuze gesprek heeft zijn bijzondere belangstelling. Zijn recentste boek is te lezen als een bijdrage aan het gesprek tussen mensen met verschillende religieuze overtuigingen. Want om elkaar te verstaan, is het belangrijk heersende misverstanden uit de weg te ruimen.
Slaats neemt de definitie van religie breed. Ook seculiere opvattingen hebben immers vaak een ‘religieus’ karakter, zoals het geloof in de wetenschap of in de superioriteit van de eigen cultuur.

In de eerste hoofdstukken ontmantelt hij het beeld van religie als een stelsel van vastgelegde opvattingen en praktijken. Dat is een one-size-fits-all benadering, die niet overeenkomt met de diversiteit tussen religies en binnen religieuze tradities. Religies zijn beweeglijker dan dikwijls wordt voorgesteld. Daarbij geldt dat religies uit veel meer bestaan dan overtuigingen en regels.
Verder is het zo dat religies niet strikt van elkaar te scheiden zijn. Er zijn allerlei dwarsverbanden, overlappen en grensverkeer. Vroeger heette het syncretisme, vandaag spreken we van meervoudige religiositeit, maar het is van alle tijden (pp. 66-67).
Ook het idee dat religies per definitie hiërarchisch gestructureerd zijn – en alleen al daarom verdacht zijn in moderne, verlichte, ogen – is te kort door de bocht. Natuurlijk is het zo dat in georganiseerde religieuze gemeenschappen sprake is van machtsstructuren, zoals in elke menselijk groepsverband. De aard van dat gezag is echter heel divers, en vaak gebaseerd op spirituele relaties (meester-leerling), betoogt Slaats. In de meeste religies is geen sprake van centraal gezag. De Rooms-katholieke kerk vormt daarin de uitzondering.
Het thema macht – religie wordt verder niet door Slaats uitgewerkt, waardoor de vele vormen van religieuze dwang en misbruik in naam van religie onderbelicht blijven. Dat valt buiten het bestek van zijn boek, maar had hier toch niet misstaan, gezien de velen die lijden en geleden hebben onder religieus machtsmisbruik.

Zoals zo vaak in de religiewetenschappen, is een goed deel van de discussie vooral een kwestie van definitie. Slaats besteedt een heel hoofdstuk (zijn intermezzo) aan het definitieprobleem van religie. In de loop van de geschiedenis onderging het begrip diverse wijzigingen. In de moderne tijd werden religies vanuit een christelijk-eurocentrisch perspectief in kaart gebracht: “Het christendom zag men als de verhevenste religie, het boeddhisme kon op heel wat appreciatie rekenen, het hindoeïsme werd nu eens argwanend afgedaan als primitieve afgoderij, dan weer als exotisch curiosum onderzocht, en de islam was per definitie problematisch, net als het jodendom” (p. 89). Vandaag de dag is er een nieuwe hiërarchie ontstaan: “Ging men voorheen uit van een tweedeling als ‘ware gelovigen’ versus ‘heidenen’(…) dan gaat men tegenwoordig uit van een tweedeling als ‘wij, de verlichten’ versus ‘zij, degenen die nog wat achterlopen’” (p. 93). Tegen deze simplistische dualiteit tekent Slaats verzet aan.

Met name de populaire opvatting dat religie op gespannen voet staat met de wetenschap, wordt ontzenuwd. Het idee dat de kerk de ontwikkelingen van de moderne wetenschap heeft tegengehouden is een 19e -eeuwse misvatting. Het is juist andersom. Zonder krachtige steun vanuit de kerk had de moderne wetenschap zich niet kunnen ontwikkelen. Copernicus werd gedreven door religieuze motieven; Galileï kwam weliswaar in conflict met de paus, maar zijn boeken werden nooit op de lijst van verboden werken geplaatst (pp. 118-119). Ook de theorieën van Darwin later werden niet en masse door gelovigen afgewezen, zoals dat vandaag de dag ook zo is. Het ligt dus allemaal veel genuanceerder.
Eenzelfde nuance is nodig bij de stelling dat religies inherent gewelddadig zijn. Natuurlijk is er geweld in religie, maar dat geldt ook voor seculiere ideologieën, die in de afgelopen eeuw verantwoordelijk zijn geweest voor tientallen miljoenen doden.

Veel van wat Slaats betoogt is niet nieuw. De verdienste van zijn helder geschreven boek is dat hij het allemaal overzichtelijk op een rijtje zet. De vraag blijft of een dergelijk betoog anderen overtuigt dan degenen die deze genuanceerde mening al zijn toegedaan. Het boek blijft daarvoor teveel in het argumentatief steken. Je wordt nieuwsgierig naar voorbeelden waar religie op een volgens Slaats ‘gezonde manier’ in concrete praktijk wordt gebracht, bv. als hij schrijft over meervoudige religiositeit. Misschien iets voor een volgend boek?

Jonas Slaats, Religie herzien. Voorbij het wij-zij-denken van seculier versus religieus, Davidsfonds Antwerpen 2020, 204 pag, €22,50

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter