Boeken

Job van Schaik, Wouter Slob, Van God spreken

Bij het afscheid van Wouter Slob als bijzonder hoogleraar voor Kerk, Theologie en Cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen, verschijnt het boek Van God spreken. Daarin krijgt Slob het podium om zijn ideeën over religie, geschiedenis en filosofie breed uiteen te zetten.
Slob is zowel geschoold in de filosofie als in de systematische theologie. Naast zijn deeltijd hoogleraarschap is hij vooral werkzaam als dorpspredikant. Die combinatie van universitaire geleerdheid en praktische wijsheid komt mooi samen in Van God spreken.

De theologie is in de hedendaagse cultuur in het defensief gedrongen door enerzijds het filosofisch atheïsme dat past bij moderne wetenschapsbeoefening en anderzijds door de stormachtige ontwikkeling van de natuurwetenschappen. Voor alles is er een rationele verklaring, zelfs voor ons geloven in een God, dat immers niet meer dan een kwestie van een neurobiologische afwijking is. Het dominante seculiere perspectief maakt theologie (en geloof en kerk) hopeloos achterhaald. Maar daar legt Wouter Slob zich niet bij neer.

Voor hem is het spreken ván God belangrijker dan het spreken óver God. Dat laatste gebeurt in het actuele (a)theïsme-debat, waarbij de inzet de vraag naar het bestaan van God is. Maar dat is niet waar het om zo moeten gaan. Niet het bestaan van God maar zijn werkelijkheid is van belang. Slob neemt afstand van het theïstisch godsbeeld, waarin God een soort superregisseur is die als de Almachtige alle touwtjes in handen houdt. Zo’n God is altijd het product van ons denken. Geloven wordt daar vervolgens afhankelijk van gemaakt. Eerst moet ‘bewezen’ worden dat God bestaat, voordat er ruimte komt om te geloven.
Maar als God groter is dan ons voorstellingsvermogen, is het veel belangrijker om te letten op waar God zich aandient, waar God gebeurt, waar we zijn/haar werkelijkheid kunnen ervaren en daar geloof, in de zin van vertrouwen, aan te hangen. Dat is de post-theïstische positie die Slob inneemt. Dan bestaat God in zijn aanwezigheid, waar wij hem/haar betekenis verlenen: “Ik denk dat de kerk veel kapot heeft gemaakt met het idee dat geloven een cognitieve claim is en geloof een beschrijving van de stand van zaken is. Dat er dus een feitelijkheid aan ten grondslag moet liggen die uiteindelijk de waarheid van je overtuigingen al of niet afdekt. Het is er zo ingepompt dat als je daaraan gaat tornen het hele geloof op de helling gaat. Kijk, dat je moeite hebt met de die feitelijkheid, snap ik heel goed, want het is kletskoek. Geloven is geen cognitieve claim maar een vertrouwensuitspraak. Het gaat niet om ‘geloven dat’ maar om ‘geloven in’” (p. 157).
In dat spoor ontstaat er vervolgens ruimte om voorbij het simplisme van het atheïsmedebat te komen, maar ook om nieuwe relaties te leggen tussen theologie en de natuurwetenschappen.

Wouter Slob wordt geïnterviewd door journalist Job van Schaik. De gesprekken zijn gerangschikt onder thema’s als ‘Zonde’, ‘Schepping’, ‘Genade’ en ‘Het laatste oordeel’, allemaal tamelijk systematisch-theologisch dus. Van Schaik, generatiegenoot, oud medestudent van Wouter en zelf werkzaam als journalist, komt in proloog en epiloog aan het woord. Daarin vertelt hij over zijn orthodoxe opvoeding, zijn geloofsafval in de puberteit en zijn recente ‘bekering’ dankzij het contact met Wouter, die hem leerde dat je ook op een heel andere manier tegen het christelijk geloof kunt aankijken. Het leidde er zelfs toe dat hij zich liet dopen en nu een regelmatig kerkganger is geworden.
In de rest van het boek is zijn rol vooral die van dankbare aangever, zodat Slob zijn brede kennis over de theologie(geschiedenis) en filosofie kan etaleren. In de marge van het boek zijn verklarende aantekeningen opgenomen, net als in de oude Statenvertaling.
Wouter Slob weet veel en hij weet ook bijna over alles mee te praten, van vluchtelingenproblematiek, kredietcrisis, neurofysiologie tot burn-out onder twintigers. Soms gaat zijn associatieve geest wel erg snel van het een naar het ander, nauwelijks bij te houden voor de interviewer, laat staan de lezer, maar het is gelukkig altijd onderhoudend en prikkelend. Wouter Slob is een dankbare gesprekspartner. Vroom en geleerd, een aanstekelijke combinatie.

In het geweld van alle voorbijvliegende denkbeelden, vallen de passages op waarin er een persoonlijker toon wordt aangeslagen. Zoals wanneer hij vertelt over de religieuze ervaring bij het sterfbed van zijn vader, of van ervaringen in het pastoraat. Dan komt de betrokken dorpspredikant naar voren, die tegelijk een even hartstochtelijk pleidooi voor de zondagse kerkdienst kan houden: “De genade van God laat zich niet dwingen. Naar de zondagse erediensten gaan, is een manier om je ervoor open te stellen. Maar dat zou niet vrijblijvend consumptief moeten zijn. Integendeel: je bent er nodig, en dat onderstreept het belang van je bestaan. Je zou niet weg moeten willen blijven, want dan is je aanwezigheid kennelijk van geen belang. Een wezenlijke relatie brengt verantwoordelijkheid met zich mee, en God is alleen dan betekenisvol als de lofzang wordt gezongen. Zonder zangers verstomt het geloof” (p. 134) om vervolgens op te roepen: “Stap in de wereld die geloven heet! Bekeert u! Onderzoekt en ondervindt de rijkdom van de religieuze traditie” (135).

Aan het enthousiasme van Wouter zal het niet liggen!
Des te jammer dat hij, mede uit teleurstelling over de marginale positie in een weinig stimulerende omgeving, zo klonk aan het slot van zijn afscheidsrede door, zijn post aan de universiteit heeft verlaten.
Gelukkig hebben we dit boek nog…

Job van Schaik, Wouter Slob, Van God spreken. Gesprekken over religie, geschiedenis en filosofie, Buijten & Schipperheijn Amsterdam 2019, 221 pag., € 16,95

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply jacob 19/11/2019 at 22:54

    Ziet er ook al weer aantrekkelijk uit…

  • Laat een reactie achter