Boeken

Jacobine Gelderloos, Sporen van God in het dorp

In Sporen van God in het dorp vat Jacobine Gelderloos de resultaten samen van het onderzoek  waarop ze onlangs promoveerde aan de Protestantse Theologische Universiteit. Haar belangrijkste advies aan de vele kwijnende dorpskerken in Nederland is: keer de blikrichting om. Te vaak zijn kerken bezig om te overleven. Kerkgang en kerkelijke betrokkenheid nemen af. Het wordt lastig om in een kleine, krimpende gemeenschap de kerk in de benen te houden. Op veel plaatsen in het land worden kerken gesloten, gesloopt of krijgen ze een andere bestemming. Om dat te verhinderen of zolang mogelijk uit te stellen, wordt veel energie gestoken in overleven. Maar al die inspanning verhindert vaak om nieuwe bondgenoten te zoeken in de eigen dorpsgemeenschap, waarmee de eigen geloofsgemeenschap aan vitaliteit kan winnen. Wat nodig is, is een perspectiefwisseling. “Hoe kan kerkelijke verlegenheid overwonnen worden? Dat vraagt om een contextuele benadering. Letterlijk en figuurlijk de dorpskerk verlaten en buiten rondkijken om te zien wat er wel en niet gebeurt. Wat houdt mensen bezig en wat kan een kerk daarin bieden vanuit een oprechte betrokkenheid bij hoe het menen vergaat?” (p. 59).

Gelderloos komt tot deze en andere aanbevelingen op basis van haar onderzoek. Daarvoor ging ze ‘embedded’ in twee protestantse plattelandsgemeentes, respectievelijk in Groningen (de Woldkerken) en Brabant (Asten-Someren). In beide gevallen gaat het om een samenwerkingsverband van verschillende kerken en dorpen, met ieder een eigen geschiedenis en een specifieke context. Dé dorpskerk bestaat immers niet, is een voor de hand liggende conclusie, maar niet onbelangrijk om te onderstrepen. Steeds komt het erop aan in de eigen situatie met creativiteit te werk te gaan. Maar het begint met een omgekeerde blikrichting: niet naar binnen gericht op eigen voortbestaan, maar naar buiten om verbindingen te zoeken en zo nieuwe kansen te ontdekken.

Het is van belang te erkennen dat mensen op allerlei verschillende manieren zich verbonden kunnen voelen met de (dorps)kerk. Bij kerkmensen is nogal eens de neiging om kerkelijke betrokkenheid te bepalen aan de hand van wat ze zondagmorgen om 10 uur rondom zich heen zien. Maar niet iedereen beleeft betrokkenheid via de kerkdienst. Ook niet-kerkgangers kunnen zich toch heel betrokken voelen, bij de kerk als gemeenschap, door deel te nemen aan bepaalde activiteiten of evenementen. Niet onbelangrijk is ook de binding die mensen kunnen voelen met de (oude) dorpskerk, zeker als dat een beeldbepalend gebouw is. Gelderloos adviseert om “een open houding te hebben en ruimte te bieden aan diversiteit” om een gemeenschap bij elkaar te houden (p. 77).

In het hoofdstuk ‘Schaken op meerdere borden’ pleit Gelderloos voor verschillende vormen van samenwerking. Er is de samenwerking tussen kerken in de regio. Gevaar daarvan is dat alle aandacht blijft steken in de interkerkelijke relaties en de betrokkenheid van kerk en dorp verkommert. Daarom ziet ze meer in lokaal contact met dorpsorganisaties en maatschappelijke instellingen, als dat tenminste gebeurt vanuit een “gedeelde intrinsieke motivatie (…) gedeeld verlangen of gedeelde zorg” (p. 124) waarbij de aandacht moet verschuiven van de kerkelijke organisatie naar de omgeving waarin de kerkgemeenschap kerk is. “Wanneer de kerk zich hiervan bewust is, kan ze antwoorden proberen te vinden op leefbaarheidsvraagstukken” (p. 143).

Sporen van God in het dorp is een waardevol boek voor ieder die zich betrokken voelt bij kerken in het dorp. Het bevat naast de beschreven praktijken in de onderzochte gemeenten, tal van suggesties om de kerk een nieuwe plaats te geven in de realiteit van het dagelijkse dorpsleven. Dat begint met een oprechte betrokkenheid op de leefbaarheid van de eigen omgeving. De kerk is meer dan een plek voor liturgie, ook een plaats waar het sociale samen leven van mensen gestalte krijgt en er zorg is voor de kwaliteit daarvan.  Dat laatste rechtvaardigt haar bestaan en maakt het waard je in te spannen om de kerk in het dorp te doen blijven: “Noties als zorg voor de naaste, nederigheid, recht doen, gastvrijheid, oog hebben voor mensen staan centraal in kerken, vanuit de hoop en de overtuiging dat God in de ander te vinden is. En dat is niet instrumenteel, het is geen middel, de zorg voor anderen is een geloofsdaad en daarmee een doel op zich”(p. 166).

De presentatie van het boek vond onlangs plaats bij de eerste landelijk dorpskerkendag waar tevens de dorpskerkenbeweging binnen de PKN werd opgericht.

Jacobine Gelderloos, Sporen van God in het dorp. Nieuwe perspectieven voor kerken op het platteland, Boekencentrum Utrecht 2018, 174 pag., isbn 9789023952183, € 14,99

Interview in Trouw
Interview in RD

 

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter