Preken

Huisvredebreuk, Luc. 19, 1-10

Huisvredebreuk.
Ik val vandaag meteen maar met de deur naar binnen.
Huisvredebreuk. Daar lijkt het toch op? Jezus zegt tegen Zacheüs, vandaag MOET ik in jouw huis verblijven. Dat klinkt een beetje dwingend. Een beetje? Het is een regelrechte overval. Alsof iemand ongenodigd bij jou binnenkomt en zich opdringt. Huisvredebreuk?

Het verhaal van Zacheüs is wat mij betreft een verhaal dat altijd weer tot de verbeelding spreekt. Ook letterlijk. Je ziet het voor je.
Die Zacheüs, klein van stuk, die in de vijgenboom klimt om een glimp van Jezus op te vangen. Hij is nieuwsgierig. Maar misschien is het ook omdat hij zich wat ongemakkelijk voelt in de grote menigte. De mensen hebben het toch al niet zo op hem en zijn collega’s, de tollenaars. Zoals bekend innen zij het belastinggeld voor de bezettende machthebbers de Romeinen. En belastinginners en deurwaarders zijn nooit populair geweest, toen ook al niet. Zacheüs denkt misschien wel, ik hou me wat gedeisd, ik zoek een plekje waar ik het zelf goed kan zien, en ik zelf een buiten beeld blijf. Zo komt het. De belastingambtenaar in de vijgenboom; de fiscus in de ficus. (Heb ik altijd een leuke woordgrap gevonden…).

Of Zacheüs zich werkelijk schaamt? Dat staat er niet zo letterlijk. Je zou het je voor kunnen stellen. Ook vanwege zijn reactie, later als Jezus bij hem thuis is.
Nog voordat Jezus iets heeft gezegd of gedaan, nog voordat ze aan tafel zijn gegaan, staat Zacheüs op – dat is al een opmerkelijk detail – en verklaart plechtig dat hij de helft van zijn bezit aan de armen zal geven en al het teveel gevorderde geld viervoudig zal vergoeden.
Wat een bezoek van Jezus al niet kan doen…
Alsof die Zacheüs diep van binnen wel weet dat dat handeltje van hem niet helemaal deugt.
Er is iets bij hem veranderd, radicaal omgekeerd, en dat alleen al door de aanwezigheid van Jezus in zijn huis. Dat gebeurt wel vaker, dat mensen als ze in contact komen met pure goedheid, daar positief op reageren. Goed voorbeeld doet goed volgen. Als je Jezus, of mensen in zijn geest, ontmoet, knap je daar altijd van op.

Zoals gezegd, er zitten allerlei interessante invalshoeken om dichter bij het geheim van deze wonderlijke, vruchtbare, ontmoeting te komen.
De Tsjechische priester en theoloog Tomas Halik heeft een heel boek geschreven rondom dit verhaal– Geduld met God. Voor Halik is Zacheüs beeld van de hedendaagse mens die bewust afstand bewaart, die zich ophoudt aan de rand van de kerk of daarbuiten, “in de strook van vragen en twijfels” schrijft hij, (p. 25). De ontmoeting met Jezus leidt er niet toe, dat Zacheüs mee gaat doen – daar laat het verhaal zich niet over uit – maar wel, zo legt Halik uit, dat er een blijvende onrust zich van hem meester heeft gemaakt. De kerk en haar vertegenwoordigers zouden bij deze spiritualiteit aan moeten sluiten, in plaats van krampachtig te proberen verloren terrein te heroveren. “Je moet een zoeker blijven, zoals je de geest van de armoede moet houden – je moet open blijven, want alleen zo kan het Koninkrijk Gods tot je komen”, opnieuw woorden van Halik (pp. 33 – 34).

Vandaag zou ik de focus willen richten op die ene zin waarmee we zojuist het verhaal binnenvielen, als Jezus zegt: Vandaag moet ik in jouw huis verblijven.
Wat betekent dat? Wat roept dat allemaal op? Een paar gedachten..

Natuurlijk speelt mee, dat dit binnengaan van Jezus in het huis van Zacheüs, van de hoofdtollenaar, een demonstratieve actie is, als het ware om de reactie van de omstanders – het vrome volk – uit te lokken. Die dan ook prompt komt. Want zij vinden dat maar niks. Is Jezus hun fraaie stadje Jericho binnengekomen – kijkt u eens, hier staat nog het bord dat er aan herinnert dat we vorig jaar de mooiste stad van het land waren – alle paden en groenstroken keurig onderhouden, en hier wat vooraanstaande mensen uit de burgerij, om u te begroeten en u meer te vertellen over het gunstige vestigingsklimaat… heeft Jezus daar geen aandacht voor. Hij kijkt omhoog, hij zoekt Zacheüs. Wie had dat gedacht.

Vandaag moet ik in jouw huis zijn.
Waarom staat dat er zo nadrukkelijk bij.
Hij had toch ook op straat een gesprekje met Zacheüs kunnen beginnen? Als Jezus Zacheüs en plein public had aangesproken, zou dat meteen een wijze les voor de omstanders zijn geweest.
Of juist andersom, hij had Zacheüs toch ook even apart kunnen nemen? Gebeurt in andere verhalen ook, als er iemand genezen moet worden… Maar nee, hij wil bij Zacheüs thuis komen. Waarom is dat per se nodig?
Er staat zelfs dat dwingende MOET, dat verder in het evangelie alleen gebruikt wordt als Jezus spreekt over het lijden dat hij MOET ondergaan… vreemd verband?
Kennelijk is het van levensbelang. Letterlijk?

In jouw huis verblijven.
Je huis, dat is je meest intieme plaats. Je huis dat is daar waar jij thuis bent (als het goed is). Je huis is daar waar jij het meest jezelf bent. Waar je op je gemak bent.
Sommige mensen vinden het daarom moeilijk om het huis uit te gaan, om zich onder de mensen te begeven, die zich ongemakkelijk voelen in de grote menigte – onder de blik van de anderen, onder het oordeel van de buitenwereld.
Je huis dat is je eigen domein. My home is my castle, zeggen de Engelsen, en castle, kasteel, dat is ook letterlijk de burcht waarin jij je terug kunt trekken, waarin jij je veilig kunt afschermen van de grote boze buitenwereld.

In dat huis, het thuis van Zacheüs, waar hij nooit iemand anders toelaat – als hij een zakelijk ontmoeting heeft, spreekt hij het liefst af ergens in de stad – in dat huis, daar wil Jezus zijn, dichterbij Zacheüs dan wie dan ook, dichterbij hem dan hij bij zichzelf. Daar wil Jezus zijn, daar MOET Hij zijn, wil er werkelijk iets veranderen in dat in zichzelf opgesloten leven, in die burcht met versterkte wallen, dat het huis van Zacheüs kennelijk is. Dat moet opengebroken worden. Jezus weet dat. Vandaar, die huisvredebreuk.
Huis. Vrede. Breuk

Zacheüs, opgesloten in zijn eigen ongemak, met zichzelf overhoop over wat hij in het dagelijks leven moet doen om de kost te verdienen, hij speelt het spel met de grote jongens mee, hij is zelfs de hoofdtollenaar, staat er. Maar kennelijk is hij innerlijk verdeeld; er is een ongemak dat voortdurend aan hem knaagt, daar in de strook van vragen en twijfels – hoe anders is te verklaren dat hij zo spontaan, zonder enige andere aanmoediging of aansporing plechtig verklaart zijn leven te beteren, het helemaal anders te gaan doen, nog meer dan nodig is.
Dat doet die ontmoeting, dat woordeloze gesprek met Jezus, met hem.
Hij ontving Jezus vol vreugde bij hem thuis.
Daar is de verandering al begonnen.

Want, Jezus heeft hem gezien – daar tussen de schaambladeren van de vijgenboom – hij heeft hem gezien en bij zijn naam geroepen. Zacheüs, kom vlug naar beneden.

Zacheüs.
Niet: die tollenaar, die rijke zetbaas, niet: alles wat hij in de ogen van de omstanders is – een zondig mens – dat is toch het commentaar van het publiek, de reaguurders van die tijd. Nee, hij wordt bij zijn naam geroepen. De Heer heeft mij gezien en onverwacht ben ik opnieuw geboren en getogen.

Die prachtige regel – ik heb hem vorige week ook al geciteerd. Toen ging het ook over de tollenaar, en diens gebed, tegenover dat van de zelfgenoegzame Farizeeër. Het zijn thema’s die telkens terugkeren in het evangelie van Lucas. Variaties op het thema, dat we aan het slot horen:
De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren is.

Vandaag MOET hij bij jou zijn, en bij mij.
Of denk je dat jij dat niet nodig hebt?

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply Pastorale – Bert Altena 02/11/2019 at 13:08

    […] heb me deze week weer met veel plezier verdiept in het verhaal van Zacheüs, te mooi om niet waar te […]

  • Laat een reactie achter