Boeken

Henri Nouwen, Open uw hart

De twintigste sterfdag van Henri Nouwen is aanleiding voor uitgeverij Berne Media om diens boek Open uw hart opnieuw uit te geven. Deze vertaling  van zijn oorspronkelijk in 1975 geschreven Reaching out, verscheen eerder in 1988 bij uitgeverij Lannoo.

Priester en publicist Henri Nouwen (1932-1996) is nog steeds een veelgelezen schrijver. Dat komt niet alleen door zijn ruime productie, maar vooral door de manier waarop hij zijn eigen spirituele zoektocht tot onderwerp van zijn boeken maakt. Nouwen is een levenslange zoeker gebleven, die door een innerlijke onrust werd gedreven. De authentieke manier waarop hij zijn lezers betrok in deze zoektocht, sprak en spreekt velen aan. Het is daarom verheugend dat er tot heruitgave is besloten.

In Open uw hart gaat Nouwen in op drie fundamentele tegenstellingen die ons spirituele leven bepalen. Achtereenvolgens zijn dat de polen eenzaamheid versus het vermogen innerlijk alleen te zijn; vijandschap versus gastvrijheid en leven in de illusie tegenover leven vanuit het gebed. Het gaat erom steeds de weg van het ene naar het andere te bewandelen. Dat is het spirituele pad dat Nouwen uittekent en dat nauw verweven is met zijn eigen worsteling, voor wie zijn biografie kent.
Met veel voorbeelden, citaten en anekdotes verheldert hij zijn betoog. Hij probeert daarbij zorgvuldig te onderscheiden. Er is een ‘wurgende eenzaamheid’ die zich breed manifesteert in de moderne maatschappij. Het gaat mis als we de illusie hebben dat we in een relatie elkaars eenzaamheid moeten oplossen. De kunst is het om het uit te houden met het eigen alleen-zijn, niet naast, maar in de relaties die wij aangaan; “We moeten niet weglopen voor onze eenzaamheid of proberen haar te vergeten of te ontkennen, maar we moeten haar beschermen en omvormen tot een vruchtbaar alleen zijn” (29). Met het zoeken van deze innerlijke gevoeligheid begint volgens Nouwen iedere spiritueel leven (35).

De tweede tegenstelling tussen vijandschap en gastvrijheid wordt op een vergelijkbare manier benaderd. Hoe kunnen we gastvrijheid als deugd ontwikkelen? Niet door voorbij te gaan aan de natuurlijke respons van ‘vijandschap’ of angst voor het vreemde of de vreemdeling. Nouwen haalt het Duitse woord Gastfreundschaft naar voren (65). Het gaat om het vermogen vriendschap te sluiten met je gast en dat gaat net iets verder dan hem of haar de vrijheid te gunnen.
Via beschouwingen over de verhouding ouders – kind, docent – leerling en patiënt – hulpverlener wordt dit begrip verder uitgediept. Ook hier bewaart Nouwen de balans, tussen ontvankelijkheid en confrontatie: “Openstaan voor de vreemdeling wil allerminst zeggen dat we ons neutraal opstellen of wegcijferen. Werkelijke ontvankelijkheid vraagt om confrontatie omdat een ruimte enkel uitnodigend kan zijn wanneer zij begrensd is. Deze begrenzing wordt gevormd door de grenzen waarmee wij onze eigen positie aangeven” (90).

De derde tegenstelling ziet Nouwen als de meest fundamentele van de drie. We leven graag met onze illusies, maar het is de (spirituele) kunst om te gaan leven uit het gebed. Tegelijk worden we hier geconfronteerd met de paradox dat je hier naar op zoek kunt (moet?), maar dat het gebed wezenlijk iets is wat je geschonken wordt.
We moeten ons bevrijden van de maakbaarheidsillusie. Het is een avontuur waarop de spirituele zoeker zich begeeft, de ruimte waarin hij van “valse zekerheden naar echte onzekerheden” wordt geleid. In het gebed ervaart de gelovige dat “de scheiding tussen Gods afwezigheid en aanwezigheid eigenlijk wegvalt (….) Zijn aanwezigheid ligt zover voorbij dat wat wij mensen als nabijheid ervaren, dat we haar gemakkelijk als afwezig voelen. Aan de andere kant wordt zijn afwezigheid vaak zo diep beleefd dat deze leidt tot een nieuw besef van zijn aanwezigheid “ (118-119).

Het innerlijk gebed (Jezusgebed) kan “een uitstekende gids zijn voor de hedendaagse christen die zelf een weg zoekt naar de intimiteit met God (…) als een murmelend beekje dat onder de vele golven van het dagelijks leven door stroomt en ons de kans geeft in de wereld te leven zonder van de wereld te zijn en vanuit ons innerlijk alleen-zijn contact te zoeken met onze God” (137).

Uitgave van dit rijke boekje is een mooi eerbetoon aan de zoeker Henri Nouwen die ook twintig jaar na zijn dood nog steeds blijft inspireren.

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter