Preken

Hemelverlangen, Openbaring 7 (voleinding)

In de afgelopen jaren heb ik op diverse plaatsen in de provincie en daarbuiten lezingen gegeven. Meestal was dat voor vrouwengroepen van Passage en veelal gingen die lezingen over het bijbelboek Prediker.
Dat is natuurlijk ooit ergens begonnen en als je eenmaal in dat circuit zit, weten ze je te vinden. Maar het zegt ook iets over mijn eigen fascinatie voor het boek van de Prediker.

Prediker is een nuchtere gelovige.
Prediker zegt: ‘God is in de hemel en jij, mens, bent op de aarde’ dus gebruik niet al te grote woorden (5: 1). En hij zegt ook: ‘Geen mens kan in de toekomst zien. Ieder mens wacht hetzelfde lot’ (9: 1 en 2). Je kunt beter daarom maar van het leven genieten, vindt hij, want ‘in het dodenrijk zijn er geen daden en gedachten, geen kennis en geen wijsheid’ (9: 10).

Bij één van die lezingen, kreeg ik de vraag gesteld: ‘dominee, hebt u wel een hemelverlangen?’
Ik was even verbouwereerd, maar ik heb het ook altijd onthouden, zoals u merkt.
Hebt u ook een hemelverlangen?
Eerlijk gezegd kende ik dat woord niet, maar je kunt je er iets bij voorstellen. Ook wat de achtergrond van die vraag is. Want, de Prediker mag dan wel zeggen dat je beter van het leven genieten kunt, en dat niemand in de toekomst kan zien, maar is het niet anders voor iemand die gelooft? Wij geloven toch in de toekomst, we zijn op weg naar de hemel, de bestemming van de mens is niet de dood, maar het eeuwige leven? Toch?
Hebt u ook een hemelverlangen?

Vandaag zijn wij even in de hemel.
Niet letterlijk natuurlijk, maar als we ons mee laten nemen in de lezing van deze zondag, dan zijn we even met Johannes en zijn visioenen in de hemel. Daar is een menigte van 144.000 en een menigte die niemand tellen kan, die staan voor de troon waarop God gezeten is en het lam. Het is een gedeelte uit dat wonderlijke boek Openbaring, vol met beelden en symbolen, geuren en kleuren en geluiden – een bonte prikkeling van onze zintuigen. Het boek Openbaring gaat over de laatste dingen die gebeuren moeten, over de toekomst van God en van de mensen, zo lijkt het.
Is dat de hemel waar wij naar verlangen? Is dat de hemel waar degenen die wij vandaag met name gedenken ons naar voor zijn gegaan, en al die anderen, generaties van gelovige mensen die voor ons hebben geleefd?

We begrijpen allemaal wel dat Openbaring spreekt in de taal van de beelden. Dat bijvoorbeeld 144.000 een symbolische betekenis heeft: de 12 stammen van Israël x 12 x 1000. We moeten de beelden niet aanzien voor de werkelijkheid. De beeldtaal wil een indruk geven van een werkelijkheid die boven ons verbeeldingsvermogen uitgaat.

Daar komt bij dat je je af kunt vragen of Openbaring geschreven is om ons in te lichten over de toekomst. Dat lijkt er misschien op, en zo werd en wordt het ook vaak opgevat. Toch is het eerder zo dat dit is opgeschreven om gelovigen en zoekers moed in te spreken voor dit leven en met het oog op hun eigen bestaan. Voor de mensen aan deze kant van de streep, dus, voor ons.
De boodschap van Openbaring is kort en goed: houd moed in het leven, blijf geloven en hopen en liefhebben, vertrouw er op dat de kracht van de liefde – het lam, het weerloze lam dat is gekruisigd – geloof dat de kracht van het liefde het wint, tegen alle tegenmachten en tegenkrachten in. Een boodschap voor aangevochten gelovigen in de vroege tijd van de kerk, maar eigenlijk voor gelovigen en zoekers van alle tijden.
Een boodschap dus die ons vandaag wil troosten en bemoedigen, voor hier en nu, en niet zozeer voor straks en voor God mag weten waar… want geen mens kan immers in de toekomst zien, zegt de Prediker terecht.

Ik las een artikel van een collega die daarom tegenover het woord hemelverlangen het woord koninkrijksverwachting stelt. Dat is ook een theologisch begrip, maar het kantelt het beeld een kwartslag de andere richting uit.
Anders dan soms wordt gedacht en anders dan in de traditie vaak werd gepredikt, gaat het in het geloof niet om alle kaarten op de hemel te zetten, in die zin dat het leven slechts een doorgang is of een voorbereiding op het leven na dit leven.
Nee, de bijbel is gericht op de aarde en op het leven in Gods schepping, dat bestemd is om ooit tot volheid en bloei te komen.
Dat is het beeld van het koninkrijk, het koninkrijk Gods van vrede en recht, waar God, de bron van al het goede, zal wonen bij de mensen, waar geen honger meer is en geen dorst, waar God alle tranen uit onze ogen zal wissen. Het zijn beelden die horen bij het leven waarheen we op weg zijn, waar we in geloven en op hopen en aan werken, iedere dag die ons hier op aarde gegeven wordt.

Geloven is, vertrouwen op dat Koninkrijk, dat niet van deze wereld is, dat betekent: niet georganiseerd is volgens de wetten van deze wereld, maar naar de mores van het lam. Dat is de boodschap van Openbaring. De redding komt van het lam, die regeert vanaf het kruis, die heerst door te dienen, die machtig is in zijn weerloosheid, die overwint door de kracht van de liefde.

Wij worden bemoedigd om dat visioen voor ogen te houden, tegen alle feiten van de wereld die dat lijken te weerspreken in.
De theologe Dorothee Sölle vergeleek het ooit met de kathedralenbouwers die een kerk begonnen te bouwen waarvan ze wisten dat ze haar nooit af zouden zien. Zo bouwen wij aan een kathedraal van vrede in de tijd; en ook al zien we haar nooit in volle glorie, we vertrouwen erop dat het zinvol is om daaraan mee te bouwen.

Want we mogen geloven eens, met allen die ons zijn voorgegaan, in die eeuwige vrede te delen, een volkomen nieuw bestaan.

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter