Preken

Hemelse stilte, Openbaring 6 en 8: 1

Je hoort mensen wel eens zeggen dat ze zich zorgen maken over de toekomst. Maar je hoort nooit dat iemand zich zorgen maakt over het verleden.
Misschien een rare gedachte. Wie maakt zich nu zorgen over het verleden?
Je kunt met het verleden worstelen, je kunt last hebben van het verleden, of van jouw verleden, maar zorgen maken over het verleden? Zorgen, dat is meer iets voor nu en voor later.

Misschien herkent u dat: dat je foto’s van vroeger bekijkt, of een oud filmfragment op TV ziet, dat je terug brengt in de tijd. Dat je dan denkt: wat was het toen een mooie tijd, onbezorgd, wat was mijn leven toen overzichtelijk en eenvoudig.
Dat denk je dan, maar dat had je gedacht. Want zo was het natuurlijk niet echt. Maar omdat het verleden is geweest, heb je daar nu geen zorgen meer om. De zorgen die je toen had, die voel je niet meer. Alleen in het nu en voor de dag van morgen heb je zorgen, omdat je niet weet wat er zal gebeuren, wat er op ons afkomt, omdat je niet weet hoe het verder zal gaan.

Het zijn misschien wat verwarrende gedachten die ik zomaar in uw midden leg. Maar ze komen bij mij op omdat we ons vandaag bezighouden met een gedeelte uit het boek Openbaring. Het laatste bijbelboek is een van de meest wonderlijke boeken uit de bibliotheek die de bijbel is. In de kerk wordt er niet vaak uit gelezen, en als het gebeurt, in de ordelijke lezing van de liturgie, dan op deze zondagen, de laatste zondagen van het kerkelijk jaar. Openbaring gaat over de toekomst, maar dan wel op een bepaalde manier.

De visioenen die beschreven zijn, in geuren en kleuren, gaan over de dingen die ‘binnenkort gebeuren moeten’ (1: 1; vgl. 4: 1); de laatste gebeurtenissen die de afsluiting vormen van de menselijke geschiedenis.

Sommige christenen proberen nauwkeurig de beschreven visioenen te ontcijferen en op hun eigen tijd en situatie te plakken – dat is door de hele geschiedenis heen zo geweest.
Ik denk niet dat we de codetaal van Openbaring één op één op onze geschiedenis of onze actualiteit moeten willen leggen. Dan krijg je een soort verwrongen uitleg, dan wordt de bijbel gebruikt als een soort spoorboekje. Openbaring en andere apocalyptische boeken worden dan gelezen als het script voor de eindtijd. Of nog krasser, de datum van het laatste oordeel wordt vastgesteld en mensen wordt angst aangejaagd; totdat de bewuste datum verstrijkt en er een nieuwe moet worden bepaald. Dat is niet meer de bijbel gebruiken, maar misbruiken.

Het is goed om te beseffen wat de achtergrond van dit bijzondere bijbelboek is.
Openbaring is ontstaan in een tijd en cultuur, die van het Romeinse Rijk, waarin de vroegste christelijke gemeenschappen probeerden hun weg te vinden, vaak tegen tegenstand en vervolging in. De kerk was nog maar een marginaal gebeuren; nog lang niet de staatskerk die het pas enkele eeuwen later werd. De kerk was toen wat ze nu misschien weer gaat worden: een randverschijnsel.
Hoe dan ook, in de context van onderdrukking en marginalisering, is Openbaring een vorm van verzetsliteratuur. Geschreven in een eigen soort geheime codetaal, om christelijke gemeenschappen te bemoedigen.
We begrijpen wel dat er veel symboliek in zit, in de getallen, de zeven zegels, de vier paarden, de stilte van een half uur, en nog veel meer naarmate je dieper in het boek duikt.
De schrijver, Johannes, is zelf verbannen naar het eilandje Patmos, een strafkolonie, maar hij weet zijn boodschap op een of andere manier naar buiten te smokkelen. En zo heeft het woord vleugels gekregen.
De gelovigen van toen, kleine groepjes tegen de verdrukking in, vaak ook nog eens geplaagd met onderlinge verdeeldheid, de aangevochten gemeente heeft er haar hart aan opgehaald. Want de boodschap is kort gezegd: maak je geen zorgen over de toekomst! Houd moed, blijf standvastig, houd vast aan het overgeleverde geloof. De overwinning is uiteindelijk aan het lam. En wie met het lam wordt bedoeld, dat is voor iedere goede christelijke verstaander duidelijk.

Het lam is waardig om de zeven zegels te verbreken.
Er is één die in het leven en in de geschiedenis, de grote geschiedenis van de wereld en de persoonlijke geschiedenis van mijn eigen bestaan op aarde, er is één die de sleutel in handen heeft. Niet de machten die zich in de wereld sterk en breed maken en angst aanjagen. De redding komt niet van wapens, van geld, van welvaart; niet door degene op de hoogste positie of met het meeste prestige. De redding komt van het lam, die regeert vanaf het kruis, die heerst door te dienen, die machtig is in zijn weerloosheid, die overwint door de kracht van de liefde.

Nu klinkt dat misschien geweldig, maar misschien ook wel wat té geweldig.
Want wat heb ik daar aan, in mijn eigen onzekerheid en zorgen, die heus niet opgelost zijn met zo’n fantastisch beeld? Wat hebben wij daar aan, geconfronteerd met de problemen waar we tegenwoordig in de grote wereld mee worstelen? Dan kan vrome praat ook snel te gemakkelijk gaan klinken. Holle retoriek?

Ik denk dat het iets subtieler ligt.
Kijk, als je de onzekerheid die bij het leven en bij de toekomst hoort, weg probeert te drukken met een al te stellige zekerheid, met overwinningsretoriek, en zo kun je Openbaring lezen, dan verval je in het andere uiterste.
Het is niet zozeer dat tegenover de onzekerheid van het leven de zekerheid van het geloof staat. Zo werkt het niet, bij de meeste mensen. Het levert soms een geforceerde stelligheid op, die heel wat innerlijke onzekerheid moet maskeren.

We moeten met de Bijbel of met Openbaring in de hand niet menen dat wij de sleutel tot het geheim van de geschiedenis bezitten, dan doen we geen recht aan de symbolische mystiek juist van dit boek. Wij zijn het lam niet. We volgen het lam.
De zekerheid van het geloof is van een andere orde, niet die van de menselijke zekerheid die de geschiedenis ontrafelt, maar de zekerheid die in God geborgen is.
De toekomst is niet onzeker; de toekomst is open. Open tot op God. Omdat het Gods toekomst is, is onze toekomst open. Open voor nieuwe mogelijkheden, altijd weer, in allerlei omstandigheden. Hoe, dat weet je niet van te voren. Dat is nu juist: open.

Hoe wordt dat nu zichtbaar in de tekst?
We lazen het gedeelte over de eerste zes zegels.
Telkens als een van de zegels wordt opengemaakt, ontrolt er zich een bepaalde gebeurtenis voor het oog en oor van Johannes, en wij kijken en luisteren mee. Het ene onheil wordt gevolgd door de andere catastrofe. Alles heeft te maken met concrete gebeurtenissen uit die tijd. Het eerste, witte, paard met zijn boogruiter, slaat op het volk van de Parthen, de tegenstanders van de Romeinen in die tijd; het rode paard symboliseert de opstand tegen het Romeinse rijk van verschillende volken en stammen; het zwarte paard beeldt de hongersnood uiten het vaalgele paard de epidemieën die met de oorlog meekomen – maar dat bent u straks weer vergeten, en ik ook. Dat is allemaal verleden, waar wij ons geen zorgen meer over hoeven te maken.

Belangrijker is dat wat Johannes vertelt, op een vergelijkbare manier ook vandaag gebeurt. We leven er midden in. Onrust en chaos en onzekerheid. Berichten van oorlogen en oorlogsdreiging (vgl. Mat. 24: 6). Het leven is onoverzichtelijk. De toekomst is onzeker. En dat is nooit anders geweest, tenminste, als je er midden in zit. Omdat je niet weet wat er gebeuren gaat. Omdat het zomaar anders kan, in de grote wereld maar ook in je eigen kleine leven…

We lazen over de zes zegels die verbroken worden.
Maar dan stokt het in de tekst.
Er volgt een heel hoofdstuk – dat we niet hebben gelezen – als een soort adempauze voordat het zevende zegel, het beslissende zegel, kan worden open gemaakt.
Er is sprake van een volk dat wordt samengebracht, de 144.000. Ook dat is natuurlijk een symbolisch getal, de 12 stammen van Israël x 12 x 1000. En vervolgens een menigte die niemand tellen kan. De mensen die verzameld zijn als de geredden uit de geschiedenis.
Om het zo kort mogelijk te zeggen, hier wordt duidelijk dat God uit is op de redding en niet op de ondergang van de wereld. Er is een tijd van respijt, van uitstel, van de mogelijkheid om in die beweging mee te gaan doen, om je te laten redden door de krachten van het lam en van de liefde. God heeft geduld.
En als het dan toch zover is dat het zevende zegel wordt verbroken, dan is er niet de grote finale afrekening waar je haast op rekent. Nee, dan staat er die wonderlijke mededeling (8:1), dat er een stilte neerdaalt in de hemel, een stilte, van ongeveer een half uur.

Dat is een wonderlijk moment.
Wat betekent die stilte?

Is het de stilte voor de storm? Hierna gaat het boek Openbaring nog vele hoofdstukken verder, met de meest dramatische scènes in hemel en op aarde. Dat zou kunnen, de stilte voor de storm.
Is het de ademloze stilte, de beangstigende stilte; de stilte die zo op je kan drukken als je voor een spannende gebeurtenis staat, als de onzekerheid toeneemt, de angst en bezorgdheid groeit?
Of kun je ook nog wat anders in die hemelse stilte horen?

Stilte heeft vele verschijningsvormen en even zo veel manieren waarop wij haar beleven en ervaren kunnen. Ook in geloof.
De stilte van de hemel die gesloten blijft, onverhoorde gebeden, kwellende vragen, knagende twijfel.
Maar ook de stilte die je als een weldaad overkomt, de stilte na de storm, op het meer – het suizen van een zachte koelte, de fluistering waarin je God zelf vermoeden kunt.
De zoete stilte van het vertrouwde samenzijn; de gevulde stilte van mensen die het goed hebben met elkaar; de stilte die weldadig neerdaalt als je uit de drukte en het tumult je terug kunt trekken, letterlijk of figuurlijk, de stilte waarin je dicht bij je zelf komt, bij je diepste ik?

Er is een fascinerend boekje over Openbaring van Cornelis Rijnsdorp, uit 1975, met de ondertitel: poging tot een muzische benadering. In de muziek heeft de stilte een eigen betekenis. Misschien is het wel zo dat muziek bestaat bij de gratie van de stilte.
De stilte maakt wat voorafgaat en wat volgt extra duidelijk.

Hij schrijft naar aanleiding van dit vers, “de stilte is een meer dat in het midden het diepst is”. Een mooi beeld. En hij vervolgt: “Er tekent zich niets af, zelfs niet de vaagste contour, als het erom gaat zich van deze stilte een beeld te vormen. Ze zwijgt aan alle zwijgen voorbij. Ze is grondeloos.
En toch ervaart men deze stilte niet als dood, zelfs niet als doods. Ze lééft. Ze is geen ontsluiting van het niets, maar een bewegingloos zwijgen voor God, ja een zwijgen in God” (p. 26).

Moeten we die stilte verbreken?
Zouden we haar niet beter koesteren.
Een stilte die de openheid van onze toekomst symboliseert.
Een stilte vol van verwachting en van mogelijkheden.
De stille zekerheid van het geloof. Die je vertrouwen geeft voor de dag van morgen en voor een wereld die leefbaar is voor een volgende generatie.

De toekomst is niet onzeker. Ja, dat is ze ook, maar vooral: de toekomst is open.
Voor wie gelooft en vertrouwt dat de overwinning is aan het lam dat is als geslacht, is de toekomst open, want ze leidt ons naar Gods wereld toe. En dat kan vandaag al beginnen. Dat is gisteren al begonnen.

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter