Preken

Hemel op aarde, Openbaring 4

Als we uit het boek Openbaring gaan lezen, zijn we letterlijk in hemelse sferen.
Het laatste bijbelboek is ook meteen het wonderlijkste. Het staat vol visioenen en beschrijvingen over gebeurtenissen in de hemel en op de aarde. De meest wonderlijke voorstellingen worden doorgegeven. Het prikkelt de verbeelding, van sommigen. Maar anderen hebben vanwege die wonderlijke beelden juist moeite met dit boek. Wat moet je er mee? Wat zijn dat voor vreemde fantasieën?

Meer dan bij andere Bijbelboeken vraagt Openbaring om een leeswijzer.  De symboliek moet worden uitgelegd en toegelicht. Het is een boek waarin je makkelijk kunt verdwalen en waarmee je even makkelijk mee aan de haal kunt gaan.

Je kunt dit soort teksten, apocalyptische teksten, lezen als een voorspelling van hoe het er in de eindtijd aan toe zal gaan. Als we het in de kerk lezen, dan meestal ook in deze periode, in de maand november, op de zogenaamde zondagen van de voleinding. Dat voedt het vermoeden dat het in Openbaring over de laatste dingen gaat.
Sommige mensen hebben een bijzondere fascinatie voor de eindtijd, ook buiten de kerk. Dat zie je terug in hedendaagse rampenfilms of in bepaalde computerspelletjes. Het kan niet bizar genoeg zijn. Mensen kunnen zich verliezen in een fantasiewereld. Voor sommigen is dat een vorm van vermaak, soms krijgt het ook een bittere ernst. Als in de geschiedenis de tijden onzeker zijn, dan groeit de aantrekkingskracht van dergelijke apocalyptische fantasieën; dan verschijnen er onheilsromans, dystopieën, ondergangslectuur (Die Untergang des Abendlandes) – maar: wanneer zijn de tijden nu niet onzeker?

Door heel de geschiedenis heen is Openbaring door sommige gelovigen gelezen als een soort spoorboekje naar de eindtijd. In mijn jeugd – dat is ook al 40 jaar geleden – had je de boeken van Hal Lindsey die toen populair was in bepaalde christelijke kringen.
Het is altijd gevaarlijk als de Bijbel letterlijk wordt uitgelegd en één op één op de geschiedenis wordt geplakt. Dat is een vorm van uitleg, die elke paar jaar opnieuw moet worden aangepast, zoals de Dag des Oordeels in sommige kringen ook steeds opnieuw wordt doorgeschoven, als een eerder aangekondigde datum is verstreken.
U merkt wel, daar geloof ik niet zo in.

Het boek Openbaring dateert uit een tijd van vervolging van de eerste christelijke gemeenschappen. Het is ontstaan in een situatie van verdrukking en dreiging. De bedoeling van deze teksten is de gemeenschap te bemoedigen, om in de codetaal van kleuren, getallen, geluiden en hemelse beschrijvingen moed in te spreken: Wat er ook gebeurt: de overwinning is aan wie op de troon is gezeten en aan het lam, dat daarbij staat.
Wie het lam is, dat is voor iedere christen meteen duidelijk – maar dat is dus de geheime code, die ook weer niet zo moeilijk te kraken is. Want vanaf het begin staat het er al bij, dat het hier gaat om de Openbaring van Jezus Christus. Eigen aan de apocalyptiek is dit spel met beelden, symbolen en getallen.

Als deze teksten zijn bedoeld om de gelovigen in hun situatie te bemoedigen; dan is het dus voor ons van belang de tekst op een zelfde manier op ónze situatie te betrekken. Openbaring vraagt altijd om een actuele lezing. Dat geldt feitelijk voor heel de bijbel. Het is geen tekst die in het verleden is opgesloten, maar in ieder nieuw heden zeggingskracht kan krijgen.
Maar dan niet in de zin van het spoorboekje, een uitgestippelde route richting eindtijd. We komen aan op de geplande tijd, zoals ze bij de NS tegenwoordig steevast mededelen, tenzij je natuurlijk vertraging hebt. Maar de Bijbel is geen spoorboekje.
‘Tijd en ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden, is niet jullie zaak ‘, zegt Jezus tegen zijn leerlingen op het moment voordat hij naar de hemel gaat en ons hier op aarde achterlaat (Hand. 1: 7). Waar het wel om gaat, is de verzekering, op een andere plaats opgetekend, dat wat er ook gebeurt, “Mij alle macht is gegeven in de hemel en op de aarde” … en dat de Opgestane Heer zelf belooft:“Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld” (Mat. 28: 18 en 20).

Dat is de geest die doorklinkt in het boek Openbaring. Je hoeft je niet blind te staren op de symboliek, of te verliezen in de beschreven details, maar vooral die onderliggende boodschap vasthouden. Vandaag misschien wel meer dan anders.

Spreken over de hemel, is niet alleen maar het verlangen naar een leven na dit leven. Is ook geen vlucht uit dit leven, letterlijk naar de hemel zweven, maar is op deze aarde en op onze tijd gericht.
Het is niet zozeer het leven na dit leven, maar het verlangen naar nieuw leven in dit leven. Om moed en hoop, te midden van de wanhoop. Om geloof tegenover de angst.
Het gaat in de Bijbel om de voltooiing van deze wereld. Om een visioen dat aansteekt en bemoedigt om te werken aan vernieuwing van deze aarde en van onze wereld.
Het boek Openbaring wil ons niet aansporen om de wereld te ontvluchten. Dat geldt al voor de eerste hoorders. Het is bedoeld om de gelovigen aan te sporen om in de wereld staande te blijven, vast te houden aan onze hoop, te vertrouwen op de belofte, te geloven in de verandering.

Misschien hebben we die hoop meer dan ooit nodig. Want we leven in verwarrende tijden. Steeds meer dringt het besef zich op dat we hard bezig zijn om onherstelbare schade aan te richten aan Gods schepping. Steeds sterker groeit tegelijkertijd het gevoel van machteloosheid wat ik daar aan kan doen, in mijn uppie. Met keurig mijn plastic scheiden en wat vaker op de fiets in plaats van met de auto, komen we er niet.
We leven in onzekere tijden – met een nieuwe stijl van politiek in de grote machtige landen; of is het oude wijn in nieuwe zakken? Is het niet altijd zo geweest dat de mensen hun eigen tijd als verwarrend en onzeker hebben beleefd?

Tegenover die vragen, angstige en bange vragen, zet Openbaring een boodschap van moed en vertrouwen: Deze wereld, Gods schepping, is niet gedoemd tot de ondergang.
Dat is de bemoedigende rode draad in dit boek. En ik merk aan mezelf dat ik dat nodig heb om verkondigd te krijgen.
God blijft zijn aarde trouw. Dat is de bemoediging waar we elke viering mee beginnen, die trouw houdt tot in eeuwigheid en niet loslaat het werk van zijn handen.
Deze aarde, Gods schepping, is bestemd om tot voltooiing gebracht te worden, om een bloeiende tuin van recht en vrede te worden, een stad van vrede (allemaal beelden) – zoals het hemelse Jeruzalem, beschreven in Openbaring. Geen hemelse bestemming daarboven, maar de stad die uit de hemel, van God, neerdaalt op de aarde. Dat is veelzeggend, en dat wordt vaak vergeten. De stad van God moeten we hier op aarde zoeken, samen zoeken, samen bouwen.

Er is één beeld uit de rijkdom van beelden en getallen in hoofdstuk 4, dat mij altijd bijzonder aanspreekt. En dat is het beeld van de regenboog rondom de troon.
Wat op onze aarde noodzakelijkerwijs nooit meer dan een halve boog is, dat is in de hemel, daar waar God regeert, een hele boog geworden, volmaakt rond, af, volledig, voltooid.
Hier in dit leven is het teken van de hoop altijd op zijn hoogst half zichtbaar; maar daar waar God is en wij in God zijn, is er niets meer verborgen.

Wanneer het volmaakte komt, zal wat beperkt is verdwenen zijn…
Nu zien wij nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog.

(I Kor. 13).
AMEN

 

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter