Preken

heilzame verwarring, Genesis 11: 1 – 9

Als u deze zomer op reis gaat, moet u er maar eens op letten.
Waar je ook bent, in Nederland, of elders in Europa: het landschap is bezaaid met dorpen en steden die vaak al uit de verte herkenbaar zijn aan …. de kerktorens. Ze staan er als bakens in het landschap. Als markeringspunten van onze christelijke cultuur.

Maar iemand merkte ook eens op dat waar in de Middeleeuwen de kerk letterlijk midden in het dorp werd gebouwd, of de kathedraal in het centrum van de stad, nu de skyline van de grote Europese steden wordt bepaald door de kantoorgebouwen van banken en verzekeringsmaatschappijen. Een veeg teken. Het centrum van onze samenleving wordt niet meer bepaald door God maar door het geld.

Wie bouwt de hoogste toren van het land?
Er is een eeuwige concurrentie, tussen dorpen en steden, tussen volken – wat is dat toch, dat we de hoogte in willen…

Het bijbelse verhaal van de toren van Babel is al oeroud. Het staat aan het begin van de Bijbel, als één van de verhalen die antwoord geeft op de grote vragen van het leven. Hier gaat het om de vraag waarom er zoveel verschillende volkeren en zoveel verschillende talen zijn.
Maar het verhaal gaat ook over een oude, menselijke fascinatie, om te bouwen, om de hoogte in te gaan, om de hemel te bedwingen. Het menselijk streven om ‘beroemd’ te worden, zoals er staat. ‘Zich een naam te maken’, om het op de bijbelse manier te zeggen. De mens wil zich laten gelden: “Laten we een stad bouwen met een toren die tot in de hemel reikt”, is het plan.
De afloop is bekend.

Het is een echt bijbels verhaal, dat betekent dat er ook ironie in zit. En er zit een stevige dosis maatschappijkritiek in verstopt. Die twee versterken elkaar.
M et die speelsheid in het achterhoofd, kun je zo’n verhaal pas goed op waarde schatten, waarin onbekommerd over een ingrijpende God wordt gesproken, waarvan we bovendien zelfs horen wat hij denkt..

De gangbare uitleg van dit verhaal is dat God de mensen straft voor hun hoogmoed.
De mens die denkt de hemel te kunnen bedwingen, die naam wil maken met zijn prestigeobjecten, met zijn torenhoge ambities, die mens moet zijn plaats weten. Als straf voor de zonde veroorzaakt God zelf een spraakverwarring, zodat de mensen elkaar niet meer verstaan. Er staat niet dat hij eigenhandig de toren vernielt, maar de suggestie is duidelijk: als ze elkaar niet meer verstaan, kunnen ze niet meer samenwerken. “De Heer verspreidde hen van daar over de hele aarde en de bouw van de stad werd gestaakt”.
Einde verhaal.

Die bekende uitleg, is echter maar één kant van het verhaal. Zoals altijd is er meer. Er is een andere uitleg mogelijk, die eigenlijk prikkelender is. Daar wil ik iets meer over zeggen.
Een uitleg die niet zozeer het negatieve benadrukt – de straf op de zonde van de hoogmoed – maar die Gods ingrijpen ziet als een positieve actie. Dat er een spraakverwarring wordt veroorzaakt, is een goede zaak. Een blessing in disguise. Dat er verschillende talen zijn is niet iets negatiefs maar juist een positief gegeven. Het zorgt voor een heilzame verwarring. Wat is daarmee bedoeld?

Dat de mensen ambities hebben – dat is op zich niet verkeerd.
Er zou geen menselijke geschiedenis zijn als dat niet zo was.
Maar de richting waarin de ambities zich in Babel ontwikkelen, die moet omgekeerd worden. Want waar komt dat verlangen uit voort, om een stad te bouwen en een toren? Als je dicht bij de tekst blijft, dan staat er niet dat ze dat doen uit een soort hoogmoedsfantasie, maar er staat: laten we een stad bouwen … want dan zullen we niet verspreid worden over de aarde.
Dus, het hele project komt eerder voort uit een soort oerangst om elkaar kwijt te raken, om het overzicht kwijt te raken, om out of control te zijn.
Men klontert bij elkaar, omdat men bang is. Bang om verspreid te worden. Bang om verstrooid te raken. Bang om de eenheid te verliezen.
Ze willen één volk zijn. Eén taal spreken. Alle neuzen dezelfde kant op.
Wat het hele project drijft, is een streven naar uniformiteit waaronder eigenlijk een diepe angst ligt. Angst voor het onbekende. Angst voor het vreemde. Angst voor alles wat anders is dan jij.

Als de Heer afdaalt – dat is de ironie – hoe hoog ze ook bouwen, God moet zich verlagen om er een blik op te kunnen werpen – denkt Hij dan ook bij zichzelf: ‘dit is één volk en ze spreken allemaal dezelfde taal – dit is nog maar het begin – wat staat ons allemaal te wachten….’

Eenheidsdwang is bedreigend.
Let er maar op: alle totalitaire regimes hebben een hekel aan wie de eenheid verstoort: de buitenbeentjes, de tegenstemmers, de vrije geesten…Alles wat anders is, anders denkt, anders gelooft, anders eruit ziet, wordt als een potentieel gevaar gezien.
Dat is de maatschappijkritiek. Als je een stad of een samenleving bouwt, op één principe, één geloof, dan worden verschillen gelijkgeschakeld, dan wordt het alternatief een vijand, dan is er een dwang om allemaal hetzelfde te vinden en hetzelfde te geloven.

Maar, als Gods goede schepping daar op uit zou lopen, dat zou funest zijn. Als de mensen op één plaats zouden blijven, met één stad, met één toren, zou dat in uiterste consequentie betekenen dat het project van de schepping doodloopt. Want daarvoor is het nu juist nodig dat de mensen vruchtbaar worden en talrijk en dat ze de gehele aarde gaan bewonen.
Ze moeten niet samenklonteren. Ze moeten zich verspreiden.

Dat motief van de verspreiding is belangrijk, het wordt een paar maal herhaald in het korte bestek van de tekst. Daar ligt dus alle nadruk op.
Je moet niet thuisblijven, ook geestelijk niet. Je moet de wereld in.
Je moet niet bang zijn voor de ander. Je moet je juist openen voor die ander, en dan helpt het dat ze een andere taal spreken, want dat betekent dat je moeite moet doen om de ander te begrijpen, en omgekeerd.
En, dat is goed, is de onderliggende gedachte. Dat maakt je menselijk, je inspannen om de ander te begrijpen. Dat verrijkt je leven. Daar wordt het vruchtbaar en talrijk van. Het omgekeerde is dus onmenselijk: je afsluiten voor die ander; alleen maar één ding willen horen, één mening, één taal; de ander gelijkschakelen, net zo willen maken als jij bent of als jij vindt dat hij of zij moet zijn – assimilatie heet dat, en dat is wat anders dan integratie.

Kortom: de verwarring is creatief. Heilzame verwarring.
Dat vraagt de durf om dit verhaal net even anders te zien dan traditioneel.
In die prachtige verbeelding en vertelling in de Bijbel. De dragende verhalen, heeft dit verhaal de titel: Babel, of het verhaal van de totalitaire waanzin. Het eindigt als volgt. Beter kun je het niet samenvatten:

“Zo ontstonden er dus verschillende volken. Verschillende talen. Verschillende verwachtingen.
Wanneer men elkaar ontmoette, of elkaar kruiste, moesten mensen moeite doen om zich voor de ander te interesseren, en proberen elkaar te begrijpen.
Hun lippen openden zich.
Overal hoorde men nieuwe woorden”.

 

Vorig bericht Volgend bericht

2 Reacties

  • Reply Jacob 23/07/2017 at 14:49

    mooie uitleg Bert, maar het totaal van de dienst was inderdaad nogal verwarrend. De muziek brengt je in een “andere sfeer”. Sommige teksten waren toch wel ongebruikelijk voor een kerkdienst en het gebeuren rondom het doopvont zal niet iedereen als prettig hebben ervaren. Wat.blijft hangen zijn de woorden van de performer die zegt “het gaat nergens naar toe, het zijn enkel je eigen gedachten”. Tja… benieuwd naar aandere reacties.

  • Reply ebel van brederode ( geen familie van D van Brederode) 12/10/2017 at 22:26

    prachtig gezegd: Je moet niet thuisblijven, ook geestelijk niet. Je moet de wereld in

    dit komt uit het hart ! Je afsluiten is zo geen optie…

  • Laat een reactie achter