Preken

handel en wandel, Johannes 2: 13 – 25

We overdenken het verhaal dat Jezus de tempel schoonveegt. En dat gaat niet zachtzinnig. Hij maakt een zweep van touw. Hij jaagt ze de tempel uit. Hij smijt het geld van de wisselaars op de grond, en Hij gooit hun tafels omver. Weg ermee, roept Jezus door de tempel. Er komt het nodige geweld bij kijken, en niet alleen verbaal. Is dat nou nodig? Lijkt dit niet akelig veel op het religieuze fanatisme waar we, zeker vandaag de dag, al genoeg van hebben in de wereld? Als de tempelreiniging een zuiveringsoperatie is, dan kom je in een gevaarlijk gebied.

We zullen het straks over die vragen moeten hebben. Er zitten ongemakkelijke kanten aan dit verhaal. Maar aan de andere kant roept deze daad van kritiek op de gevestigde orde, op het establishment, ook altijd sympathie op. Het is het verzet van de gewone man en vrouw, van het volk, tegen de macht van de heersende klasse. “Laat ze die hoge heren maar eens aanpakken”,  dat sentiment. Een zelfde soort volkswoede, zoals die zich ook kan manifesteren als het gaat om het bijvoederen van de runderen in de Oostvaardersplassen. Waarvoor de overheid dan wijkt… Wie zich achteruitgesteld voelt, zet zich graag af tegen de gevestigde orde. Jezus kan dus op sympathie van het volk rekenen.

Er zit in dit verhaal ook een aspect van kritiek op de gevestigde godsdienst, en die kritiek heeft warme medestanders, door de hele geschiedenis heen. Er is een godsdienstkritiek, die onze sympathie heeft. Kritiek op loze vormen, zonder inhoud en inspiratie. Kritiek op een geïnstitutionaliseerde kerk, met regeltjes en voorschriften, commissies en bezwaren, en weet ik wat. Nu gaat het hier nog niet over de confrontatie met de priesterklasse, met de Schriftgeleerden. Dat komt later. Hier zijn de arme wisselaars en duivenhandelaars het slachtoffer, de middenstand, die is altijd de dupe. Maar toch.

Ik denk dat die kritische kant ons aanspreekt terwijl het tegelijk ook een ongemakkelijk gevoel oproept. Want die kritiek, die gaat ook ons aan.

Misschien krijgt het wat achtergrond, als we het verhaal lezen in verband met het evangelie van Johannes. Een paar opmerkingen als uitleg:
– Dit verhaal komt bij alle vier evangelisten voor. Dat is tamelijk uitzonderlijk, want juist in het Johannesevangelie vind je veel verhalen die bij de anderen niet voorkomen, en omgekeerd. Het vierde evangelie is echt anders van inhoud. Het stemt eigenlijk alleen overeen met de andere drie, als het gaat om het verhaal van Jezus’ lijden en sterven, de passie. Ook daar zijn wel verschillen tussen de evangeliën, maar dat is op detail. Buiten de passie, het verhaal van de laatste week zeg maar, is dit een van de weinige verhalen die Johannes vertelt die ook bij de andere evangelisten te vinden is.
Nu is dat weer minder vreemd, als je weet dat de tempelreiniging bij de anderen de opmaat is juist voor die laatste, lijdensweek. Na de intochtwordt verteld hoe Jezus naar de tempel gaat.
Ook bij Johannes staat aan het begin: Kort voor Pesach, het Joodse paasfeest, reisde Jezus naar Jeruzalem, maar in dit evangelie reist Jezus drie keer naar Jeruzalem. Dat is een thema op zich, dat laten we nu maar rusten. Het verhaal, dat opmaat naar de lijdensweek, door de evangelist helemaal aan het begin wordt geplaatst. Waarom is dat?

– Tweede opmerking, is dat je moet bedenken dat dit vierde en laatste evangelie geschreven is zoveel jaar na dato. Dat geldt voor allemaal, maar in ieder geval is dit evangelie geschreven nadat de trotse tempel al lang was verwoest door de Romeinen. Dat gebeurde in het jaar 70. Een schokkende gebeurtenis voor het Joodse volk van die dagen. Het luidde, achteraf gezien, het einde van een tijdperk in, en was het voorspel op de diaspora van het Joodse volk, dat voortaan overleefde in den vreemde, zonder tempel, in synagogen en rabbijnenscholen.
Het roept de vraag op wat Johannes nog wilde zeggen, met dit verhaal, met deze kritiek op de tempeldienst, een tempel die hoe dan ook al lang verleden tijd was. Gaat het dan om een symbolische betekenis? Dat lijkt er een beetje op, als er staat dat Jezus – volgens de evangelist dus – sprak over de “tempel van zijn lichaam”. Dat slaat dan weer op de uitspraak, dat hij claimt de tempel in drie dagen op te bouwen. Een hint naar zijn eigen lijden, sterven en opstaan? Je zou het denken, zeker als de evangelist zo duidelijk de sleutel erbij levert: Na zijn opstanding uit de dood herinnerden de leerlingen zich dat hij dit gezegd had… (22).
Maar als dat zo is, dan is des te meer de vraag waarom dit verhaal, met kritiek op de tempelmanieren, zo nadrukkelijk, hier, aan het begin staat

– Komt nog een derde opmerking bij. Het evangelie is gecomponeerd. Dat is al met zoveel woorden duidelijk geworden. Geen enkel evangelie is een chronologische reportage, maar een zorgvuldig rangschikking van het beschikbare materiaal. Welke keuze maakt Johannes?
Hij vertelt eerst het verhaal van de bruiloft te Kana. En meteen aansluitend dit verhaal over de tempel.
In Kana lijkt het te gaan om de vreugde, om de gemeenschap, om een eerste teken – water wordt wijn – dat daar verband mee houdt. Waar Jezus is, daar is vreugde, daar vinden mensen elkaar, daar is overvloed. In Jeruzalem is de sfeer opeens anders. Daar is de grimmigheid, agressie, ingehouden woede, onderhuidse irritatie.
Bewust contrast? Als om twee verschillende kanten van Jezus’ zending duidelijk te maken, de intieme van de menselijke nabijheid, en de strenge, afstandelijke, van kritiek en oordeel?
Dat de twee verhalen, direct na elkaar, met elkaar te maken hebben, wordt duidelijk doordat beide eindigen met de mededeling dat de leerlingen in Jezus geloven (vgl. 2: 11 en 2: 22).
De evangelist Johannes werkt vaak met contrasten. Dat zou ook hier zomaar kunnen zijn: Kana, het platteland – Jeruzalem, de stad. Boerenbruiloft, gewone mensen – de hoge heren in de tempel. Kana in Galilea, het noorden – Jeruzalem in Judea, het zuiden.

U merkt wel dat er van alles op de achtergrond meespeelt, maar wat is nu de boodschap die boven het historische uit, ook ons vandaag iets te zeggen heeft? verschillende mogelijkheden

Moet je dat zoeken bij de religiekritiek, waar we het in het begin over hadden? Jezus die kritiek heeft op de gevestigde religie, op tempel en op kerk. Jezus die overigens zelf niet zoiets kent als ‘kerk’. U kent die bekende uitspraak: Jezus verkondigde het koninkrijk, maar wat er kwam was de kerk. De teleurstelling is voelbaar. Is dat de betekenis van dit verhaal, dat wij ook kritisch moeten zijn op een kerk, of een religie, die verstart, die vast loopt in regeltjes, structuren, vergaderingen en gewichtigdoenerij, maar haar roeping vergeet. Is dat het?

Of moet je het in het innerlijke zoeken, de tempel van het lichaam, de tempel van het hart. Bidden, godsdienst, offeren, dat zijn woorden en praktijken van de buitenkant, vormen en rituelen, maar het echte, kloppende van het geloof is toch de eredienst van het hart, aanbidden in geest en in waarheid, levend geloof is binnenkant, is innerlijkheid, een stille innigheid. Dat wat we juist ook in deze tijd zoeken, de veertigdagen, bezinning, verstilling. Is dat het accent dat Jezus wil zetten?

Aan het eind staat er dat vele mensen tot geloof komen vanwege Jezus’ wondertekenen, maar dat Jezus het zaakje niet vertrouwt, “omdat hij hen allemaal kende. Niemand hoefde hem iets over de mens te vertellen, want hij wist zelf wat er in een mens omgaat”(25). Het wordt alleen maar merkwaardiger.

Ik denk dat dit vreemde en dwarse verhaal, ons des te meer gaat zeggen, als we het betrekken op onze eigen tempeldienst. Figuurlijk. De manier waarop wij het geloof beleven. Dat heeft zowel met de buitenkant, als met die binnenkant te maken.
Het is een kritiek op onze kerkelijkheid, op iedere gestolde religie, op een godsdienst waar de vorm de inhoud gaat overheersen.
Daarom is het ook kritisch op de praktijken waar we in het begin over spraken, de overdreven ijver om zuiverheid, waar geloofsijver in fanatisme verandert. De hartstocht voor uw huis zal mij verteren, staat er in de Psalm, die de leerlingen zo goed kennen, blijkbaar. Dat is liefde – maar doorgedreven liefde kan zomaar in haat verkeren. Er is een gevaarlijk verband tussen religie, godsdienst en geweld. Dat speelt op waar mensen hun eigen opvatting of interpretatie absoluut stellen, dé waarheid die zij dan in pacht hebben. Religie en geweld gaan gepaard als mensen zich niet in hun religieuze opvattingen en praktijken laten corrigeren. Dat doet Jezus toch hier, hij doorziet het spel en ook de gedachten van de mensen. Hij ziet wat echt en wat gemaakt is.
Deze geschiedenis levert daarom ook een kritiek op geloof waar de vormen een lege inhoud moet maskeren. Waar de inspiratie uit gelopen is, de hartstocht verdwenen is en het hart verkommert. Religie, de kerk, ons geloof, is er om mensen te dienen, niet om mensen te knechten.
Het is er om de menselijkheid te dienen, je eigen menselijkheid te ontplooien, want daarin wordt God geëerd.
En waar onze vormen en structuren, waar kerken en tempels daarvoor een obstakel zijn in plaats van een geleide, daar mogen wij kritisch zijn, openheid bepleiten, en als het nodig is, grote schoonmaak houden. Van binnen en van buiten.

We bereiden ons in deze periode voor op het Paasfeest. Dat gebeurt in de diensten, in de lezingen, maar het heeft als het goed is ook een persoonlijke kant. Noem het de spiritualiteit van de vastentijd, of de meditatie van Jezus’ kruisweg.
Het is een periode om je eigen leven opnieuw tegen het licht te houden. Wat is daarin echt, wat is daarin gemaakt? Ben ik bezig met de echt, belangrijke dingen? Niet alleen in gedachten, maar ook in daden? Ja zelfs alles wat we in en vanuit de kerk doen, in naam van ons geloof, of van God, is dat zuiver, is dat oprecht? Wat kan daarin gemist worden, wat is wezenlijk?
Het zijn dit soort vragen die in deze weken met ons meegaan.
Vragen die het optreden van Jezus in de tempel van zijn tijd, oproepen maar die altijd urgent blijven. Mijn huis moet een huis van gebed zijn.

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter