Boeken

Guus Kuijer, De Bijbel voor ongelovigen

Bij de introductie van de Nieuwe Bijbelvertaling in 2004, verscheen er ook een literaire editie. De Bijbel als een doorlopend verhaal, zonder hinderlijke versaanduidingen, met een bladspiegel als in een gewone roman. Het schijnt goed verkocht te zijn. De vraag is natuurlijk of het ook gelezen wordt of dat deze kloeke editie nooit verder is gekomen dan koffietafel of boekenkast.

Schrijver Guus Kuijer is met de bijbel opgegroeid. Hij heeft naar eigen zeggen al vroeg afscheid genomen van het geloof, maar de verhalen van de bijbel zijn hem blijven boeien. Voor al degenen die in deze tijd opgroeien zonder geloof, blijft de bijbel echter een gesloten boek. En dat is jammer, vindt Kuijer. Vandaar dat hij zich nu aan een ambitieus project heeft gezet, om de bijbel opnieuw te vertellen voor ongelovige lezers. De Bijbel van Kuijer leest als een roman, staat op de achterflap. En dat klopt.

Voor zijn hervertelling van het scheppingsverhaal, Kaïn en Abel, de toren van Babel enzovoort, kiest Kuijer telkens één personage. Uiteraard zijn de personages literaire creaties die aan het brein van Kuijer zijn ontsproten. Hij laat hem of haar vertellen vanuit een eigen perspectief. Het werpt een nieuw en verrassend licht op de oude verhalen.
Kuijer doet dat op een mooie manier. Vooral de hervertelling van de schepping door Adam is hilarisch. Als Adam zich bij God beklaagt dat hij alleen is, antwoordt deze:
“‘Nou en?’, zei God. ‘Ik ben toch ook alleen? Waarom neem je geen hond?’
Ik wist niet wat een hond was, maar daar maakte ik geen probleem van. Ik wilde geen hond, dat wist ik zeker. Ik wilde iemand die er ongeveer uitzag als ik, maar dan anders. (…) Toen het een tijd stil was geweest zei ik: ‘Ik ben maar een mens en het is niet goed dat een mens alleen is.’
‘Nou goed,’ zei God, ‘ik wil wel een vrouw voor je maken, maar ik verzeker je dat ze een rib uit je lijf zal zijn.’
‘Geef niet,’ zei ik, ‘ribben zat.’” 
(15-16).

Sterk is ook het verhaal van Ben-Oni, het jongste broertje (bij Bijbellezers beter bekend als Benjamin), die de geschiedenis van Jozef in Egypte vertelt. Daarin spelen dromen een belangrijke rol ‘want dat de mens droomt, komt de goden goed van pas’ (213).

Al eerder bleek hoe kritisch Kuijer is ten aanzien van het geloof, dat volgens hem alleen maar tot fanatisme, verblinding en geweld leidt. Hij schreef daar het boek Hoe een klein rotgodje God vermoordde over in 2006.
Had de kritiek op het geloof daarin naar mijn smaak teveel de trekken van een karikatuur, in zijn hervertelling van de bijbel ontkomt hij daar aan, ook al blijft zijn persoonlijke godsdienstkritiek tussen de regels door aanwezig. Weliswaar worden figuren als Abel en Noach als hele en halve godsdienstwaanzinnigen getekend, met de nodige humor en relativerende opmerkingen in zijn beschrijvingen, weet Kuijer toch het goede evenwicht te bewaren.

Misschien zijn het wel de oorspronkelijke bijbelverhalen zelf, die hem ervoor behoeden uit de bocht te vliegen. Want met Genesis, waartoe dit eerste deel zich beperkt (volgen er meer?), heeft iedereen natuurlijk literair goud in handen. Kuijer poetst dat op een fraaie manier op, waar het net zo gemakkelijk ook verkwanseld had kunnen worden. Dus dat is zijn verdienste.

Wel is het de vraag of ongelovigen op deze hervertelde verhalen zitten te wachten. Zullen het  niet vooral de (ervaren) Bijbellezers zijn die van zijn creaties genieten, omdat ze die beter op waarde kunnen schatten? Voor wie als outsider werkelijk belang stelt in een kennismaking met de verhalen van Genesis, blijft de verwijzing naar het origineel nog altijd het beste advies.

Guus Kuijer, De Bijbel voor ongelovigen. Het begin Genesis, Athenaeum – Polak & Van Gennep Amsterdam 2012, isbn 9789025370053, €18,95.

Recensie in Trouw

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

Laat een reactie achter