Boeken, Uncategorized

Guus Kuijer, De Bijbel voor ongelovigen. Deel 2 De uittocht en de intocht

de-bijbel-voor-ongelovigen-228x228Guus Kuijer laat er geen gras over groeien. Kort na het verschijnen van het eerste deel, is nu het tweede deel van zijn hervertelling van de Bijbel verschenen. Kuijer is zelf net als velen het geloof in de bijbelse verhalen kwijtgeraakt,  maar vindt het jammer als deze bijzondere wereldliteratuur helemaal niet meer gelezen zou worden. Vandaar zijn Bijbel voor ongelovigen. Een ambitieus project.

Net als in het eerste deel, dat gaat over de verhalen uit het boek Genesis, kiest Kuijer ervoor om het verhaal te vertellen vanuit het perspectief van een ooggetuige. Zo creëert hij ruimte voor de fantasie en de verbeelding om veel wat in het (Bijbel)verhaal hooguit wordt gesuggereerd op zijn manier in te kleuren.

In dit deel worden de verhalen uit Exodus tot en met Rechters behandeld. Van de wonderbaarlijke uittocht van het Hebreeuwse slavenvolk uit Egypte onder leiding van Mozes, tot de intocht in het door God beloofde land onder Jozua. Vervolgens gaat het over de periode van de leiders (rechters) die van de losse verzameling stammen een eenheid proberen te maken in de voortdurende strijd met de oorspronkelijke bewoners.
Het eerste personage is de Egyptische prinses die Mozes als baby’tje uit de Nijl redde. Hoewel haar naam in het bijbelverhaal niet wordt genoemd, wordt ze in de traditie vereenzelvigd met Bitja, de Egyptische prinses die voorkomt op een namenlijst in het eerste Kroniekenboek. Daar wordt vermeld dat zij de vrouw was van Mered. Kuijer maakt van hem zijn tweede vertelstem en laat ondertussen de liefde tussen die twee hoog oplaaien, wellicht ingegeven door de klassieke film Ten Commandments, waarin de liefde tussen deze beiden ook een motief is.
In het derde deel is Jaël aan het woord, de vrouw die een tentharing door de slapen van de slapende vijandelijke legeraanvoerder Sisera sloeg (Rechters 4). Ook deze vrouwenstem geeft ruime aandacht aan de zinnenprikkelende liefde, van haar zelf en van helden als Simson. Mannen zijn sterk en gespierd en de vrouwen rondborstig en gewillig. Waar de Bijbel het zelf van de suggestieve kracht van de weglating moet hebben, laat Kuijer zijn fantasie in dergelijke passages de vrije loop.

Het is een onderhoudende hervertelling geworden en Kuijer heeft een vlotte stijl, maar niet altijd is het verhaal even geloofwaardig. Niet zozeer omdat het botst met wat de Bijbel vertelt, maar doordat Kuijer de emoties regelmatig te zwaar aanzet, waardoor ze juist minder overtuigend overkomen. Er wordt gebriest, gegild en gesist (p. 54 in enkele zinnen kort na elkaar), harten scheuren, tranen stromen, adem  wordt ingehouden. Met name de geschiedenis van de tien plagen wordt met veel gevoel voor dramatiek geschetst.

Daarnaast worden bepaalde personages van zoveel verschillende karakteristieken voorzien, dat je als lezer geen echte greep op ze krijgt en niet het gevoel hebt met een realistisch portret te maken te hebben. Zo wordt de farao omschreven als een onnozele hals, maar ook als een angsthaas, vervolgens als meedogenloos en vastberaden en uiteindelijk als waanzinnig. Dat kan natuurlijk allemaal in een persoon schuilen, maar Kuijer werkt de psychologie van zijn personages onvoldoende uit om dat geloofwaardig te laten zijn.

kuijerDat gebrek wordt versterkt doordat de personen door wie Kuijer het verhaal opnieuw laat vertellen, tegelijk de stem van de schrijver zelf vertolken. Hervertelling en commentaar lopen op die manier door elkaar heen. Zo stelt Mered, de onverschrokken vrijheidsstrijder uit de elitetroepen van Jozua, zichzelf voor als iemand die niet in het bestaan van God gelooft, maar op andere momenten wel rekening met zijn werkzaamheid houdt, en leert Bitja, nota bene van Mozes, dat we verhalen die niet kunnen ‘symbolisch’  op moet vatten. Dat levert dan wat verwrongen passages als deze op, naar aanleiding van het duistere verhaal in Exodus 4: 24 – 26:
‘”Sippora heeft me (Bitja) later verteld dat haar ziel ijskoud werd, alsof het plotseling winter was geworden. Ze ging naast Mouses op het bed zitten en voelde geen sprankje liefde meer voor de man die voor haar ogen zichzelf aan het vermoorden was. Ze zei: ‘ Als God je wil vermoorden, verzet je dan! Heeft Jakob niet tegen hem gevochten?’
‘Niet echt’, kreunde Mouses, ‘dat verhaal moet je symbolisch opvatten.’
‘Dus jij gelooft niet dat Jakob tegen God gevochten heeft?’
‘Symbolisch…natuurlijk..wel,’ rochelde hij, nu heel dicht bij de dood. ‘Alles wat niet kan moet je symbolisch opvatten.’
Toen Mouses me dit vertelde ging me een licht op. Als je iets niet kunt geloven is het gewoon symbolisch bedoeld! Dat is de oplossing voor alles wat de mensen je proberen wijs te maken. Symbolisch kan alles, niets is onmogelijk! Wat een vondst! Neem het mee, steek het in je zak en elke vorm van waanzin is aanvaardbaar”  
(p. 47), of deze:
“Ik (Mered) ben de dwaas die in zijn hart zegt: er is geen god, dus ik heb geen god die ik kan lasteren, maar ik constateer dat vrome mensen daar zeer goed in zijn. Zij stellen schaamteloos dat zij die hun niet gehoorzamen, God niet gehoorzamen of dat zij die niet in hen geloven, niet in God geloven. Ik denk dat dit soort mensen in de toekomst voor grote problemen gaan zorgen: zij die zichzelf met goddelijk gezag bekleden, terwijl zij toch gewone mensen zijn, met gewone, menselijke gebreken” (p. 162).

Je kunt in dergelijke passages de milde ironie waarderen die Kuijer door zijn hervertelling weeft. Tegelijk roept het de vraag op wat hij uiteindelijk wil bereiken: De bijbelse verhalen redden door ze voor een modern publiek op een spannende manier na te vertellen? Of gaat het hem vooral om het kritische commentaar bij de tekst?
Al met al een boeiend nieuw hoofdstuk in Kuijers hervertelling van de Bijbel, ook al gaat er niets boven het origineel. Je blijft je verbazen over al die wonderlijke verhalen waarin mensen de wreedste dingen doen en God daar op een of andere manier  bij betrokken is. Of moet je dat symbolisch zien?

Guus Kuijer, De Bijbel voor ongelovigen Deel 2 De uittocht en de intocht, Athenaeum – Polak & Van Gennep Amsterdam 2013, 272 pag. isbn 9799025300524, 18,95 euro

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

Laat een reactie achter