Preken

Goede machten – Oudjaar

In het komende jaar zullen we hier in de kerk veel aandacht besteden aan Dietrich Bonhoeffer. In het jaar waarin op allerlei manieren 75 jaar Vrijheid wordt gevierd en herdacht, waar we als kerk in het dorp ook volop aan meedoen, is aandacht voor de figuur van Bonhoeffer gepast. Hij kwam 75 jaar geleden om, gefusilleerd door de nazi’s vlak voor het einde van de oorlog. De laatste jaren van de oorlog was hij gevangen, vanwege zijn betrokkenheid bij het Duitse verzet, onder meer via zijn activiteiten voor de Belijdende Kerk, een beweging binnen de toenmalige Duitse kerk die zich kritisch opstelde tegenover de nazi’s. Bonhoeffer was de leider van het predikantenseminarie van de Belijdende kerk en had veel oecumenische contacten opgedaan in het buitenland. Daarnaast had hij enkele boeken geschreven.
Vanuit de gevangenis schreef hij brieven, aan familie en vrienden. Soms ook gedichten. Deze brieven werden na de oorlog wereldwijd beroemd, onder andere omdat hij in zijn brieven nadacht over de toekomst van het christelijk geloof in een niet-christelijke cultuur. Zijn ideeën vinden tot op de dag van vandaag weerklank.
In zijn gedichten en gebeden, komen we dicht bij zijn persoonlijke geloofsbeleving, mede gekleurd door zijn ervaringen in de gevangenis.

Het gedicht Door goede machten (Von guten Mächten), is bekend geworden. In de vertaling van Jan Willem Schulte Nordholt werd het opgenomen in het Liedboek van de Kerken (398) op een melodie van Adriaan Schuurman. Het staat ook in het Nieuwe Liedboek (511).
Het gedicht dateert uit december 1944 en was als Kerst- en Nieuwjaarsgroet bijgesloten in een brief aan zijn verloofde en bestemd ook voor zijn ouders.

1 Door goede machten trouw en stil omgeven,
behoed, getroost, zo wonderlijk en klaar,
zo wil ik graag met u, mijn liefsten, leven,
en met u ingaan in het nieuwe jaar.

2 Wil nog de oude pijn ons hart vernielen,
drukt nog de last van ’t leed dat ons beklemt,
o Heer, geef onze opgejaagde zielen
het heil waarvoor Gij zelf ons hebt bestemd.

3 En wilt Gij ons de bitt’re beker geven
met leed gevuld tot aan de hoogste rand,
dan nemen wij hem dankbaar zonder beven
aan uit uw goede, uw geliefde hand.

4 Maar wilt Gij ons nog eenmaal vreugde schenken
om deze wereld en haar zonneschijn,
leer ons wat is geleden dan herdenken,
geheel van U zal dan ons leven zijn.

5 Laat warm en stil de kaarsen branden heden,
die Gij hier in ons duister hebt gebracht,
breng als het kan ons samen, geef ons vrede.
Wij weten het, uw licht schijnt in de nacht.

6 Valt om ons heen steeds meer het diepe zwijgen,
de eenzaamheid, die nergens uitkomst ziet,
laat ons dan allerwege horen stijgen
tot lof van U het wereldwijde lied.

7  In goede machten liefderijk geborgen
verwachten wij getroost wat komen mag.
God is met ons des avonds en des morgens,
is zeker met ons elke nieuwe dag.

Een paar opmerkingen, ook in het licht van onze eigen Oudejaarsdienst. Waarbij gedachten en gevoelens ons allemaal op een eigen manier vervullen, van herinnering en verwachting, tussen hoop en vrees.

Bonhoeffer schrijft over pijn en leed en opgejaagde zielen, zelfs over een bittere beker met leed gevuld tot aan de hoogste rand.
Zware woorden en beeldspraak wellicht, maar het is goed om te beseffen dat hij dit schrijft vanuit zijn eigen, gekwelde situatie. Dat maakt dat het geen abstracte begrippen zijn. Het leed heeft hij zelf ervaren. Inmiddels was hij overgebracht naar een speciale Gestapo-gevangenis, waar gevangenen werden gemarteld. Het was dikwijls de inleiding op hun uiteindelijke terechtstelling. Dat dit de laatste jaarwisseling van zijn leven zou zijn, kon hij niet weten, maar werd wel vermoed, en met reden.
En toch schrijft hij, o Heer, geef ons het heil waarvoor Gij ons hebt bestemd.
En toch begint en eindigt het gedicht met de ‘goede machten’.

Het menselijk leven is voor het heil bestemd. Dat is zijn diepste overtuiging, Het is in andere bewoordingen, de kern van het evangelie. De boodschap van de Kerstnacht. Het goede nieuws van Vrede op aarde en Gods welbehagen voor alle mensen.
Dat heeft uiteindelijk de overhand. De vreugde (strofe 4) om de wereld en haar zonneschijn. Het is goed om te leven, het is goed om het leven te leven, hoor ik daarin.

De goede machten. In zijn brief aan zijn verloofde verklaart hij nader wat hij daaronder verstaat:
“Jij, de ouders, jullie allemaal, de vrienden en de leerlingen in het arbeidsveld, jullie staan me daarbij allemaal voor ogen. Jullie gebeden en goede gedachten, Bijbelteksten, al lang geleden gehouden gesprekken, muziek, boeken, ze worden voor mij levendiger dan ooit. Er is een groot onzichtbaar rijk waarin men leeft en aan de realiteit waarvan je niet twijfelt” (eigen vertaling).

Voor Bonhoeffer schuilen er goede machten in al deze, aardse, menselijke dingen. Daarin is God aanwezig in onze wereld, in onze realiteit, hoe boosaardig die soms ook kan zijn. En nogmaals, tegen de achtergrond van zijn situatie, is dat laatste geen theoretische uitspraak. De wereld is boos, het kwaad is overal, er is veel lelijkheid en slechtheid, ook in ons eigen leven, ook in de wereld van vandaag, van 2019 en ongetwijfeld in die van 2020, maar: de goede machten zijn sterker, ze zijn met meer ? – de goede machten, Gods werkelijkheid, in al die menselijke en aardse dingen die het leven een eigen onverwoestbare glans verlenen.

Zelfs als de bittere kelk van het lijden ons gegeven wordt. Bonhoeffer ontwaart ook daarin de hand van God, in de derde strofe waar velen over gestruikeld zijn. Maar het is het diepe christelijke inzicht, dat lijden je leven kan verdiepen, dat het lijden – dat je niet hoeft op te zoeken en dat je zeker niet moet verheerlijken – maar dat het lijden je iets kan schenken wat dieper gaat, iets dat op een wonderlijke manier van God is. Het is geen vreemde die het ons aandoet, zeiden de vromen vroeger. Ik weet niet of ik dat na kan zeggen. Maar wel: Het is geen vreemde die ons daarin vasthoudt… Geen vreemde macht, maar Gods goede machten.
Wij weten het, dicht Bonhoeffer in strofe 5, uw licht schijnt in de nacht. (Als u de preek van de kerstnacht heeft gehoord, dan herkent u het motief. Er staat niet: uw licht verdrijft de nacht – dat had ook gekund – maar er staat: uw licht schijnt IN de nacht).
Dat alles wordt dus geschreven, terwijl hij in de keldergevangenis van de Gestapo is opgesloten.

We wensen elkaar straks een goed en gezegend nieuw jaar.
En we zullen hopen dat het daarin niet zo extreem zal zijn, zoals in het leven van Bonhoeffer, wat de achtergrond van deze tekst vormt. En tegelijk, wij weten niet zo min als hij toen, wat de komende dag en het komende jaar ons zal brengen. Maar we mogen, met hem toen 75 jaar geleden, weten, waar hij zijn gedicht mee besluit:

Von guten Mächten wunderbar geborgen
erwarten wir getrost, was kommen mag.
Gott ist bei uns am Abend und am Morgen,
und ganz gewiss an jedem neuen Tag.

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply jacob 31/12/2019 at 20:55

    Een heel mooie afsluiting van 2019, Bert!

  • Laat een reactie achter