Preken

Goed geld? Lucas 16: 1 – 13

In de laatste nieuwsbrief van de landelijke kerk, lees ik dat in de kerkorde het woord geld niet voorkomt. Dat mag zo zijn, maar in de Bijbel wordt er volop over geld gesproken.
‘Je kunt niet God dienen en de mammon’ (de god van het geld), hoorden we Jezus zeggen.
Het is van tweeën een.
Het woord geld mag dan niet in de kerkorde voorkomen, ook in de kerk en de kerkelijke organisatie is het volop aan de orde. Het is ook wat gekunsteld, want ondertussen staan er in de kerkorde, zeg maar het reglement van de kerk, allerlei artikelen over het beheer van de kerkelijke goederen inclusief de financiën. Daar gaat dat nieuwsbriefartikel overigens uitgebreid op in. Ook de kerk moet haar zaakjes goed op orde hebben. Maar dan wel in de goede volg-orde.

Kunnen we in dat verband iets leren van de gelijkenis die Jezus vertelt?
Op het eerste gehoor is het een vreemde les die Hij ons voorhoudt, als hij een onrechtvaardige rentmeester als voorbeeld naar voren schuift. De man sjoemelt met het bezit van zijn heer, een rijk man. Toch wordt deze sjoemelaar door Jezus geprezen. Hoe kan dat?

Het is goed om misschien nog even het hele verhaal kort langs te lopen.
De gelijkenis begint met een rijk man. Deze rijke man heeft een rentmeester (oikonomos), van wie hem verteld wordt dat hij zijn eigendommen verkwist.
Vreemd, dat deze rijke man dat zelf niet ontdekt heeft, dat het hem verteld moet worden. Kennelijk mist hij zelf het goede overzicht. Of is hij gewoon wat slordig, of achteloos, of te goed van vertrouwen?
In ieder geval, de rijke man laat zijn rentmeester roepen, vraagt verantwoording van hem. Maar, nog voordat deze heeft kunnen antwoorden of de zaak heeft kunnen uitleggen, staat de conclusie al vast: je kunt niet langer mijn rentmeester blijven? Dat is ook een manier om het ontslagrecht te regelen, maar dat terzijde.
Ook dit is vreemd: de uitkomst staat al vast. Hij hecht kennelijk meer waarde aan de beschuldigingen van derden dan aan de verantwoording van zijn rentmeester. Wat heeft het dan voor zin voor de rentmeester om nadere uitleg te geven of zich te verdedigen?

We horen dan ook niets daarover. Het verhaal vervolgt meteen met de rentmeester, die bij zichzelf overlegt. “Dit baantje, daar kan ik naar fluiten. Wat moet ik doen? Ik heb geen zin om te gaan spitten als de boeren en om te gaan bedelen als de buitenlui, dat zie ik helemaal niet zitten.” En hij krijgt een idee.
Hij laat de schuldenaars van zijn heer komen, en hij probeert hen voor zich te winnen. Als hij hun de schuldbewijzen laat vervalsen, zal hij vrienden maken, bij wie hij straks kan aankloppen als hij zelf op straat is komen staan. 100 vaten olijfolie schuld? Maak er gauw 50 van – let wel, hij zorgt er wel voor dat zijn eigen handschrift hem niet verraadt – de schuldenaars moeten zelf de akte wijzigen- slimme zet, om niet te zeggen: valsheid in geschrifte.

Maar dan horen we: ‘en de heer prees de oneerlijke rentmeester, omdat hij slim had gehandeld’. Dat klinkt helemaal vreemd.

Dezelfde heer die hem net zonder pardon op straat heeft gezet, die niet eens zijn uitleg afwacht of hem de kans geeft zijn kant van de zaak toe te lichten, deze heer is als een blad aan de boom omgedraaid. Nu steekt hij de loftrompet over de rentmeester. Dat klinkt niet logisch.

Maar wie wordt hier eigenlijk bedoeld met de heer?

Er zijn uitleggers die zeggen, hier gaat het om dé Heer, om Jezus. In onze bijbel zou er dan een hoofdletter staan, maar dat werkt zo niet in het Griekse origineel. Dus beide zou kunnen. De heer van de gelijkenis, dan is dit de laatste zin van de gelijkenis, of de Here Jezus en dan is het de eerste zin van het vervolg.

Veel uitleggers kiezen voor Jezus en dan is de zin een conclusie na het verhaal van de gelijkenis. Dat lijkt ook logisch, gezien het vervolg
“De kinderen van deze wereld gaan immers slimmer met elkaar om dan de kinderen van het licht.” Het is onwaarschijnlijk dat zo’n uitspraak door de rijke man in de gelijkenis wordt gedaan; zoals het ook wat onwaarschijnlijk is dat deze nu plotseling zijn rentmeester prijst, die hij even daarvoor de laan heeft uitgestuurd.

Als je het zo dus zou moeten uitleggen – nogmaals het kan ook anders, maar ik kies nu even voor deze lijn – als dus met de heer die de rentmeester prijst, Jezus wordt bedoeld, wat zou dan de betekenis daarvan voor ons kunnen zijn?
Betekent het dat je rustig een beetje mag sjoemelen met geld of goed dat niet van jou is?
Betekent het dat je voor eigen belang best een ander, je baas bijvoorbeeld, mag benadelen? Bv. als we wat meenemen van de zaak of ongevraagd gebruik maken van de faciliteiten daar? Je hoort wel eens dat de meeste winkeldiefstal door eigen personeel wordt gepleegd.
Je zou haast gaan denken dat Jezus zulk gedrag goedkeurt.

Het is wel belangrijk om het punt van vergelijking in de gaten te houden. Jezus prijst de rentmeester, omdat hij slim heeft gehandeld. Hij prijst hem niet zozeer vanwege zijn bedrog, maar omdat hij slim, met overleg, heeft gehandeld. “De kinderen van deze wereld gaan slimmer met elkaar om dan de kinderen van het licht.”

Met andere woorden, jullie, leerlingen, kunnen nog veel van deze rentmeester leren.
Hij maakt slim gebruik van de omstandigheden. Hij aarzelt niet, maar grijpt de gelegenheid aan.
Als het gaat om het klaarstaan voor de komst van het Koninkrijk, als het er om gaat om als leerlingen van Jezus die komst te bespoedigen, dan kun je nog veel leren van deze rentmeester die niet wacht hoe de dingen af zullen lopen, maar die de gelegenheid te baat neemt. Zo, met overleg, slim, alert, zouden jullie ook moeten handelen.
Dat is het punt van vergelijking. Het is niet zozeer het bedrog dat wordt geprezen, maar zijn handelingssnelheid zou je kunnen zeggen. Hij grijpt zijn kansen meteen aan.

Jezus maakt de vergelijking tussen twee houdingen: “Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen.” Als je al niet slim met geld om kunt gaan, hoe zou je dan met werkelijk belangrijke dingen goed om kunnen gaan (lees: het koninkrijk).

Het heeft iets opportunistisch, dit argument van Jezus, toegegeven. Maar je zou het ook kunnen zien als een uitdrukking van zijn wereldwijsheid. Gelovige mensen (kinderen van het licht) moeten niet naïef zijn. Ze moeten weten wat er in de wereld te koop is en daarnaar handelen als de gelegenheid zich aandient. Neem de gelegenheid te baat. Grijp toch de kansen door God u gegeven. Dat is dunkt me de boodschap vanmorgen.

Als het gaat om geld en geloof, die lastige combinatie, zou je in deze lijn kunnen zeggen:
We leven nu eenmaal in een wereld waarin het geld er is. Waarin het veel meer macht heeft dan goed is voor mensen. Dat is de macht van de valse mammon. Je moet daar niet voor vallen, je kunt niet de mammon dienen en God.
Maar, dat is het argument, met dat geld, of met eigendommen, kun je desondanks wel goede, slimme, dingen doen. Zoals de rentmeester.
Dat maakt het geld of het eigendom niet goed op zichzelf, maar je kunt wel met datzelfde geld goed doen, voor een ander, en als je daar zelf niet slechter van wordt, zoals de rentmeester in het verhaal, is dat alleen maar mooi meegenomen.

Het artikeltje in de nieuwsbrief van de landelijke kerk, dat de moeite waard is om na te lezen (11 minuten leestijd, nog korter dan een preek), is geschreven door ds Lieuwe Giethoorn, hier ook wel bekend. Hij maakt duidelijk dat als het om geld in de kerk gaat, dat begint bij de tafel van de Heer, waar wij onze gaven inbrengen – liefdesgaven – om er samen van te delen en met wie tekort heeft. Dat gebeurt vrijwillig. De kerk heft geen contributie. Ik citeer: “Dat vrijwillige karakter past goed bij het doel waarvoor die zijn bestemd: bouwen aan en in stand houden van een gemeenschap van de Liefde. Verplichte liefde is geen liefde. In de Bijbel is liefde een wegwijzing, een kans.
En in dezelfde digitale nieuwsbrief staat ook nog een interview met de directeur van de ASN Bank en oud voorzitter van een kerkenraad, Arie Koornneef, die zegt: “Investeer in je vrijwilligers. Zij zijn je grootste kapitaal.” Dat laat zich horen!

Alles wat we hier doen, in het nieuwe seizoen dat voor ons ligt, met nieuwe vrijwilligers en ambtsdragers, met inzet van zoveel mensen, alles wat we samen doen, met elkaar en voor elkaar en de ander doen, is vrijwillig.
Niet verplicht, maar wel heel erg nodig. Ook jij bent nodig.
Alleen zo houden we samen de geloofsgemeenschap in stand, en dat is weer daarom, dat we nu en in de toekomst een levend teken blijven van de God die ons in stand houdt, de wereld gaande, het Koninkrijk voor ogen.

Wie betrouwbaar is in het geringe, is ook betrouwbaar als het om veel gaat.

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter