Preken

Gij zaait uw naam in onze diepste dromen, Mat. 13: 1 – 9

Met het zaad is niks mis. De vraag is, valt het in goede aarde?
De bekende gelijkenis van de zaaier en het zaad, zou ik vandaag heel direct op onze actualiteit willen betrekken. We leven in bijzondere tijden, met een wereldwijde coronacrisis. Het ergste gevaar lijkt bij ons dan wel geweken, maar je weet het niet, het kan zomaar weer oplaaien, we zien het in andere landen gebeuren. Het virus waart nog steeds rond, maakt slachtoffers en beïnvloedt het leven van ons allemaal, in een wereld waarin we onderling op allerlei manieren met elkaar verbonden zijn, politiek, economisch en persoonlijk.

Printversie

In de afgelopen weken wordt er veel gesproken over wat we van deze crisis kunnen leren. Commentatoren, artikelen, blogs. Ik las o.a. een boekje met de ondertitel: Spiritualiteit in tijden van corona.
Vooral in de eerste weken, toen de ernst van de situatie duidelijk werd, het aantal slachtoffers en de aantallen patiënten op de IC dagelijks steeg, toen ons land stil viel, de kerk dicht – in die periode zag je een bijzondere solidariteit en eensgezindheid. We applaudisseerden voor de zorg – de helden in de frontlinie – de echte vitale en onmisbare beroepen. We ontdekten de heilzame kant van de stilte op de wegen, de schone lucht, de natuur die letterlijk opademde. Maar dat gevoel is al weer weg, lijkt het. Zaad op de rotsen, dat snel opkomt, maar omdat de grond oppervlakkig is even snel verdort, omdat het geen wortel had. De saamhorigheid is verdwenen. Nu staat weer ieder voor zich zijn eigen gelijk te halen op het Malieveld. We willen weer terug naar ‘normaal’. Maar de vraag is, wat is normaal? Is het niet goed om je even af te vragen, niet alleen wat normaal is maar ook waar je dan precies naar terug wilt. Of dat er misschien ook iets is, in deze rare tijden, wat kan zorgen voor blijvende, duurzame verandering?

Daarom zou ik het willen vergelijken met het zaad dat wordt gezaaid. In elke crisis schuilt ook een kans. Dat is een geweldig cliché, maar het bijzondere van een cliché is dat het altijd om een eenvoudige waarheid gaat. Verspil nooit een goede crisis, ook zo’n waarheid.
Het is een levensles, een spiritueel inzicht als u dat woord wilt gebruiken, dat je het meeste leert van crises. Dat geldt in je persoonlijk leven en dat geldt ook in de maatschappij. Dat doet pijn, want leren aan het leven doet pijn, snijdt soms diep in eigen vlees, maar het levert ook altijd iets op, waardoor je soms zelfs zegt: het was het waard.

Niemand heeft om het coronavirus gevraagd, maar nu het er is, kun je er niet omheen. Het roept vragen op, over onze manier van leven, over hoe we omgaan met de aarde, de natuur, Gods schepping. Het roept vragen op, over met hoe velen we zijn op deze kleine planeet, hoe we leven ten koste van komende generaties, over hoe we onszelf en onze economische goederen massaal verplaatsen, over hoe we ons voedsel produceren – alleen dat woord al.
Je moet ook weer oppassen met te snelle verklaringen – alsof de natuur ons straft, of dat God ons waarschuwt – voor sommigen is dat hetzelfde. Als je het plaatst in het bredere kader van de geschiedenis, dan relativeert dat ook weer. Zo bijzonder is een wereldwijd virus nu ook weer niet, en vergeleken met het verleden, gaan we er nu een stuk slagvaardiger mee om. Maar toch, verklaringen en relativeringen zijn vaak ook weer manieren om van de lastige vragen af te komen. Het is misschien beter, om de vragen die worden opgeroepen nog maar even open te laten – niet te snel in te vullen en zeker niet kort door de bocht. Zaad heeft immers tijd nodig om te ontkiemen, om tot wasdom te komen, om vrucht te dragen.

We zouden deze kans verspelen, als we naïef denken onbekommerd terug te kunnen vallen op het oude patroon. Het leven is in het afgelopen half jaar veranderd en daar zijn we nog niet van af. Daar heeft bijna iedereen in zijn of haar eigen werk mee te maken, in de zorg, in het onderwijs, in de winkel en ook in de kerk. We worden door de omstandigheden gedwongen nieuw na te denken over oude routines. We zullen misschien dingen moeten aanpassen, gewoontes veranderen? Dat kan nooit kwaad.
Maar met alle respect, meer thuis gaan werken, meer online gaan doen, dat blijven oppervlakkige veranderingen. Dat is zoiets als terug naar normaal met andere middelen.
Is er ook nog op een dieper niveau iets te leren van deze crisis? Veranderingen die meer fundamenteel zijn, ingrijpen op de manier waarop we met elkaar de wereld en de economie georganiseerd hebben? Kan er werkelijk iets nieuws opbloeien? Of zijn mensen daarvoor te hardleers en zijn de structuren daarvoor te weerbarstig? Zijn dat de dorens en de distels waar het zaad door wordt verstikt?

Het is niet raar om de gelijkenis van vanmorgen te lezen in het licht van onze actualiteit. Alle gelijkenissen die Jezus hier vertelt, en waarvan die van de zaaier als eerste een soort programmatische functie heeft, al zijn gelijkenissen in het Matteüsevangelie gaan over het koninkrijk (vgl. Mat. 13: 19). Dat is hét bijbelse beeld voor het leven zoals het bedoeld is, zoals God zelf het droomt, een wereld van vrede en recht, het goede leven.
Aan het zaad ligt het niet. Maar valt het in goede aarde?

Nu is de coronacrisis niet te vergelijken met het zaad van het koninkrijk. Ik geloof ook niet in een God die ons het virus stuurt om een lesje te leren, als een god die met willekeur heil en onheil uitzaait over de mensen, een virus daar, een dodelijke ziekte hier. God zit niet achter de corona. Maar het omgekeerde kun je wel zeggen, in iedere crisis, in iedere situatie in je leven kan je iets van God gewaar worden, misschien juist wel daar waar je nieuw bepaald wordt bij de vragen van het goede leven zelf. In die zin, is iedere crisis een kans, is er misschien ook iets van God in de corona?
God is altijd in het andere. Is niet het verlengstuk van onze verlangens en wensen, van onze behoeften. God is altijd anders dan het normale, is zelf het zaad van de verandering en de vernieuwing, van de belofte van het koninkrijk in ons bestaan.

Een laatste opmerking bij het beeld van de zaaier.
Het is een van de krachtigste beelden uit de bijbel, ook omdat het zo elementair is, zo bij het leven hoort door alle generaties heen. Wonderlijk dat zo’n 2000 jaar oude gelijkenis actueel blijft.
Het zaaien zelf, is een daad van vertrouwen. Je gooit het letterlijk uit handen, op hoop van zegen. Zaaien is loslaten, is overlaten.
Dat gebaar alleen al, is sprekend, heeft een eigen spirituele kracht.
Wie zaait, gelooft in de toekomst, hoe dan ook.
Want de toekomst is aan Gods koninkrijk.

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter