Boeken

Gerko Tempelman, Ongeneeslijk religieus

De Russische godsdienstfilosoof Nikolaj Berdjajev (1874 – 1948) schijnt de term als eerste te hebben gebruikt: de mens is ongeneeslijk religieus. Ondanks ruim twee eeuwen secularisatie en ondanks de herhaaldelijk gerapporteerde neergang van de gevestigde kerkelijkheid, blijven mensen op zoek naar God en alles wat je daaronder kunt of wilt verstaan.

De jonge filosoof en theoloog Gerko Tempelman verklaart zichzelf ook ongeneeslijk religieus en schreef een boek met de gelijknamige titel. Hoe God verdween uit onze wereld/mijn leven en waarom steeds meer filosofen zeggen dat-ie terug is, luidt de veelzeggende ondertitel. De presentatie ervan werd op moderne wijze begeleid door een eigen nieuwsbrief en introductiefilmpjes op zijn website. Het boek van Tempelman is zowel het verslag van zijn coming-out als twijfelende gelovige en tegelijk een verkenning van wat er door enkele hedendaagse filosofen en theologen over God en geloof wordt gezegd.

Voordat we bij dat laatste zijn, moet eerst de diagnose van ongeneeslijk religieuze patiënt Tempelman worden gesteld. Zijn eigen biografie komt ruimschoots aan de orde. Wat wil je ook, opgegroeid in een stevig vrijgemaakt gereformeerd milieu waarin de waarheid slechts verkrijgbaar is in één versie, gaat de slimme Tempelman studeren in Amsterdam, tegen de waarschuwingen van zijn omgeving in, om daar al snel te ontdekken dat er buiten het reservaat waarin zijn gelovige jeugd zich heeft afgespeeld, ook andere waarheden te vinden zijn. Dan gaat het snel van kwaad tot erger. Twijfel sluipt binnen en tast al zijn zekerheden aan. “Toen ik jong was, was geloven klip en klaar. Later werd dat minder. Zodanig, dat ik vaak niet meer weet wat ik geloof. Hoe meer ik studeer, hoe meer ik lees, hoe meer ik discussier, hoe meer ik denk: geen idee. Sinds het geloof van mijn jeugd verdween, sta ik er alleen voor” (p. 69).

Herkenbaar voor velen, lijkt me. Tegelijk wordt in dit openhartige citaat ook een typisch gereformeerd intellectualistisch trekje zichtbaar. Want geloof en ongeloof houden bij Gerko kennelijk verband met studeren, lezen, discussiëren en denken. Hoe meer van het een, hoe minder van het andere. Geloven was voor Gerko de vanzelfsprekendheid dat God bestaat (p. 73) en nog een aantal daaruit voortvloeiende waarheden. Een beredeneerde God. Op lastige vragen, over dinosaurusbotten of over de zin van het lijden, waren beredeneerde antwoorden paraat, respectievelijk dat ze door God zelf in de aarde waren gestopt (de dinobotten) of dat van God uit zinvol is wat voor ons zinloos lijden lijkt, zoals de achterkant van het borduurwerkje er niet uit ziet vanuit ons perspectief, maar aan de voorkant een gave voorstelling toont (God’s eye view).

Gelukkig heeft Gerko al die geforceerde slimmigheid inmiddels achter zich gelaten. En gelukkig voor ons, heeft hij met de opruiming van de voorstellingen op zijn geloofszolder zijn bovenverdieping open gezet voor een aantal nieuwe, verfrissende en prikkelende inzichten. Die vindt hij bij filosofen als Jacques Derrida en Slavoj Žižek en theologen die in hun spoor verder denken, de zogenaamde radical theology met namen als John Caputo en Peter Rollins. Op de achtergrond waart de schaduw van Friedrich Nietzsche rond, de filosoof die al ver voor alles en iedereen stelde dat in onze cultuur God dood is. (Gerko: Ik omarm Nietzsche).
De radicale theologen denken in dat spoor door over “.. een nihilistische God. Een postmoderne God. Een God die niet met antwoorden komt, maar voor de antwoorden wegloopt. Een God die geen verklaring geeft, waar je die juist van hem verwacht. Een God die alle beschrijving, alle verwachting, alle interpretatie schuwt – daarom nihilistisch”, schrijft Gerko puntig en trefzeker (p. 130).

Het is terrein dat hij nog aan het verkennen is (“Ik ben er zelf ook nog niet helemaal over uit wat ik ervan vind” – p. 167), maar waarvan niettemin meer te verwachten is dan blijven hangen in het oude geloof (onmogelijk geworden) of het overstappen op een even stellig doorgesnoven atheïsme. Gerko wil zich niet meer in een hokje laten stoppen, schrijft hij: “Niet in het hokje ‘gelooft in God’ maar ook niet het hokje ‘atheïst’. Ik blijf liever in een grijs veld. Net als heel veel van mijn generatiegenoten trouwens (…) Ik wil weten wat ik moet met mezelf. Filosoof, theoloog, Nietzsche-aanhanger en regelmatig christen. Iemand die denkt dat religie minder achterlijk is dan vaak wordt gedacht, maar die zich ook moeizaam verhoudt tot z’n eigen religieuze opvoeding. God verdween uit mijn leven – maar ik denk niet dat hij echt weg is” (p. 185).

Gerko Tempelman schreef een mooie boekje over zijn eigen persoonlijke zoektocht. Een zoektocht die gelukkig niet over is en die dermate uitnodigend en prikkelend wordt beschreven, dat je nieuwsgierig wordt om de paden die hij wijst verder te verkennen.

Gerko Tempelman, Ongeneeslijk religieus. Kok Utrecht 2018, 208 pag., Isbn 9789043529921, €17,99

 

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter