Boeken

Frédéric Lenoir, God?

In het begin schiep de mens God.
In zijn jongste boek, simpelweg ‘God’ getiteld, maar wel met een vraagteken dat op de omslag veelbetekenend midden in het woord is geplaatst, gaat filosoof Frédéric Lenoir op zoek naar de wortels van het menselijk spreken en denken over God en onderzoekt hij hoe dit zich door de geschiedenis heen heeft ontwikkeld. Lenoir heeft internationale bekendheid gekregen met boeken als De filosofie van Christus (2008), Socrates, Jezus, Boeddha (2010) en zijn Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed (2012). Al dertig jaar lang is Lenoir (1962) naar eigen zeggen bezig met de godsvraag, wat ook uit bovenstaande boektitels mag blijken. Hij schreef veel over godsdienst, maar waagt zich nu ook aan een meer persoonlijke beantwoording van de vraag. Niet dat dit in voorgaande boeken geheel ontbrak, maar nu gaat hij er explicieter op in. Dat moet ook wel, vindt hij zelf, want juist de vraag naar God behoeft een persoonlijke en geëngageerde beantwoording. De vraag of God bestaat is zonder betekenis als je niet duidelijk kunt maken wat het antwoord op die vraag voor verschil maakt in jouw leven (vrij naar Brecht).

9789079001323In een vlot leesbaar en helder geschreven boek geeft Lenoir de lezer een goed overzicht van de evolutie die God heeft doorgemaakt. Vanaf de allereerste prehistorische culturele uitingen, waarvan het niet geheel duidelijk is of en welk godsgeloof de makers heeft gedreven, neemt Lenoir je mee op een ontdekkingstocht door de menselijke geschiedenis. Hij doet dat met kennis van zaken, waarbij zijn achtergrond als godsdienstwetenschapper van pas komt. Het is knap hoe hij veel informatie geeft zonder dat het een saaie opsomming wordt. Aandacht voor detail wordt evenwichtig afgewisseld met het vasthouden van de grote lijn. In alle verschillende opvattingen in diverse tradities en religies, gaat het steeds om de mens die in veranderende culturele en maatschappelijke omstandigheden zijn visie op God vormgeeft. In het grote geschiedenisverhaal zijn een paar opmerkelijke omslagpunten te vinden. De ‘uitvinding’ van het monotheïsme is daar één van, maar ook de persoonlijke beleving van het goddelijke. Lenoir besteedt er in aparte hoofdstukken aandacht aan. Hij gaat ook in op het (westerse) geding tussen geloof en rede, en het daaruit voortvloeiende atheïsme, dat zo’n grote invloed heeft op onze huidige manier van denken over God en onze visie op de rol van religie. Uiteraard wordt er ook aandacht gegeven aan de minder fraaie kanten van het godsgeloof, waar het leidt tot intolerantie en geweld en tot onderdrukking van vrouwen. Ook hier valt zijn evenwichtige behandeling van de materie op. Want zonder zijn kritische instelling te verlaten, verliest hij zich niet in gemakkelijke kritiek op religie vanwege deze schaduwkanten, maar noteert nuchter dat religies in ontwikkeling zijn. Daarbij maakt hij een onderscheid tussen godsdiensten als menselijke uitvindingen en God zelf: “Religieuze identificatie heeft een grote uitwerking op mensen, zozeer zelfs dat ze soms hun gemeenschappelijke menselijkheid vergeten, evenals de humanistische moraal die daaruit voortvloeit. Dat is een kritiek op de godsdienst die zeer relevant, ook al is ze naar mijn mening niet direct van invloed op de vraag of God bestaat. Het is immers heel goed voorstelbaar dat God dit soort gewelddadig gedrag afkeurt en dat die teksten niet door Hem zijn ingegeven. Het slechte gedrag van gelovigen spreekt zeker niet in Gods voordeel, maar tast eerder de geloofwaardigheid aan van de godsdiensten, met hun lange geschiedenis van gruweldaden, dan van God zelf” (p. 162v).

Voor Lenoir is de menselijke kant van religie en (dus) van God bepalend. Godsdienst kan bijdragen aan de humanisering is zijn overtuiging. Dat maakt hem soms aanstekelijk positief  als het gaat over de toekomst. Religies kunnen elkaar verrijken: “Er valt volgens mij dan ook veel te verwachten van een uitwisseling tussen het beste dat het boeddhisme te bieden heeft – zoals zelfkennis, eerbied voor de natuur en geweldloosheid – en het beste dat het Westen heeft voortgebracht – zoals mensenrechten en naastenzorg” (p. 95). Ook al lijden kerk en geloof in het Westen onder neergang, dat hoeft niet tot de dood van God te leiden, ook al omdat de spirituele behoefte van mensen blijft: “Zolang het menselijk bestaan een raadsel is, zolang de ervaring van liefde en schoonheid ons in contact brengt met het heilige, zolang de dood ons bezighoudt, is de kans groot dat God, welke naam men Hem ook geeft, voor velen een geloofwaardig antwoord, een wenselijk absoluut principe of een transformerende kracht blijft” (p. 209).

frederic-lenoir-12In de epiloog gaat hij, zoals beloofd, in op zijn eigen godsgeloof. Omdat hij hier niet anders over kan spreken dan door zijn eigen religieuze ontwikkeling te schetsen, illustreert hij op die manier fraai de onderliggende boodschap die het hele boek draagt: godsgeloof is mensenwerk.

Frédéric Lenoir, God? Ten Have Utrecht 2013, 224 pag., isbn 9789079001316, €19,95

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply Pater van Kilsdonk, Frédéric Lenoir en Carel ter Linden over God | Rinie Altena 04/08/2013 at 15:49

    […] Het tweede boek heeft een heel ander karakter. Ik kwam erop via een interview met de Franse filosoof/schrijver Frederic Lenoir over zijn nieuwe boekje GOD?  in Trouw. Het boek lijkt in de eerste plaats een ‘geschiedenis van God’ maar dan zonder noten. Wat het voor mij zo nu en dan wat ‘ongefundeerd’ maakte. Maar het was zeker prettig om te lezen. Een geschiedenis van ons denken, spreken en doen over ‘god/God’. Vooral het laatste hoofdstuk over de toekomst van ‘god’ en zijn persoonlijke epiloog over zijn eigen geloof maken het boek pas echt leuk. Een uitgebreid citaat uit de epiloog typeert m.i. de toon van het boek: Zoals na lezing van dit boek duidelijk moge zijn: God is een te beladen begrip. Er is veel over God gesproken. Te veel uit naam van God gesproken. Er zijn volkomen tegenstrijdige dingen over God gezegd. Zozeer zelfs dat het woord zijn betekenis bijna volkomen heeft verloren. Hannah Arendt heeft dit zeer treffend beschreven in ‘The life of the Mind; 1978′: het is onmogelijke te stellen ‘dat God dood is, iets waarover we net zo min iets kunnen weten als over zijn bestaan (…) maar de manier waarop men duizenden jaren lang over God heeft gedacht overtuigt niet meer; als er iets dood is, kan dat alleen de traditionele opvatting van God zijn’. (212) Wat hij vervolgens doet is een korte schets geven van zijn autobiografie met God. (zie voor een uitgebreidere bespreking door Bert Altena zie hier) […]

  • Laat een reactie achter