Preken

Escalatieladder, Exodus 11

Er moet nog een laatste plaag volgen. De tiende in de rij. Maar hierna, belooft de Heer aan Mozes, zal de farao jullie laten gaan (vers 1). Nog steeds houdt die farao hardnekkig het volk vast. De negen voorafgaande plagen hebben nog geen resultaat gehad. Met deze tiende moet het laatste stuk weerstand worden gebroken, als de Heer zelf midden in de nacht door Egypte rondgaat en als alle eerstgeborenen van Egypte in die nacht zullen sterven. Van hoog tot laag. Van de farao, tot de eenvoudigste ‘slavin die de handmolen bedient’ (vers 4), en zelfs van het vee. Alle eerstgeborenen moeten dood. Dat zal de farao leren…

Deze overdenking kun je ook op film bekijken.

Dit is het verhaal van bevrijding. Maar, dat is toch eigenlijk niet te verteren, dat dit bevrijding moet heten, als er in Egypte dood en verderf wordt gezaaid? Bij de vorige negen plagen kon je al je bedenkingen hebben, dit slaat alles. Moeten we zo’n god aanbidden, die rondgaat als de dood in de nacht? Is dat een god van bevrijding?

Er blijft iets onverteerbaars rondom dit verhaal. Dat heeft te maken met de pijn van de geschiedenis, met de pijn van het leven, waarin het lijden soms onvermijdelijk is. Waarin bevrijding niet zomaar tot stand komt, maar door dood en lijden heen.

Als de Heer bij monde van Mozes de tiende plaag aankondigt, dan staat er dat Egypte zal worden getroffen, maar dat van de Israëlieten niemand een haar zal worden gekrenkt, en dan staat er: Dat zal u doen beseffen dat de Heer onderscheid maakt tussen Egypte en Israël (vers 7).

Onderscheid. Scheiding. In de verhalen van de plagen wordt dat een aantal malen uitdrukkelijk benoemd. Bevrijding betekent, scheiding tussen het donker en het licht; tussen slavernij en vrijheid; tussen goed en kwaad. Het conflict tussen beiden is alleen maar verder opgelopen. De tien plagen zijn ook een soort escalatieladder. Farao verhardt zich steeds meer. Hij komt ook meer en meer alleen te staan. De macht die zichzelf vastdraait in zijn eigen onhoudbare positie. Over leiderschapsstijlen gesproken.

Dat geding, tussen de Heer die het geroep van zijn slavenvolk heeft gehoord aan de ene kant, en farao, de slavenhouder aan de andere kant, is vanaf het begin van het boek Exodus aan de orde. Het begint met het bevel van de farao aan de vroedvrouwen om de Hebreeuwse jongetjes te doden. Sifra en Pua, weet u nog, weigeren dat te doen en houden de kinderen verborgen. Als dat uitkomt, geeft farao bevel “aan heel het volk” om de pasgeboren Hebreeuwse jongetjes in de Nijl te gooien.
Dan wordt verteld van Mozes geboorte. Ironisch, wordt hij gered doordat hij in de Nijl wordt gegooid, in het biezen mandje, gevonden en geadopteerd door de dochter van de farao, de ironie ten top.
De tien plagen zijn op een eigen manier verbonden met deze verhalen uit het begin. Wij noemen het plagen, de Bijbel zelf spreekt over wonderen en tekenen. In de wonderlijke gebeurtenissen, schuilt een bijzonder teken.
(wat volgt, is mede ontleend aan Jonathan Sacks, Exodus, pp 81 – 84)
Dat zie je het mooist aan de eerste twee plagen en aan de laatste, waar het vandaag over gaat.
De eerste plaag is dat de Nijl in bloed wordt veranderd. De Nijl, de vruchtbare ader van Egypte, die als een godheid wordt vereerd vanwege de vruchtbaarheid die het water geeft, als ze overstroomt, die levensader wordt zo dood als een pier. Bloed vult de rivier. Daarna kruipen kikkers uit het water en overspoelen het land. Je moet weten dat er bij de Egyptenaren een godin was, die als vroedvrouw bij de geboorten aanwezig was, en die werd afgebeeld met het hoofd van een kikker.

Wat er gebeurt is, dat de Egyptische goden zich tegen het eigen volk keren.
Het is de reactie op het kwaad dat de farao zelf heeft aangericht.
Want met zijn besluiten, heeft hij dat wat voor het leven is bedoeld – de Nijl als bron van leven en vruchtbaarheid; en het werk van de vroedvrouwen – in dienst genomen van de dood.
Het gaat in deze plagen om een moreel geding. Tussen twee systemen, tussen twee leiderschapsstijlen misschien wel. Tussen de mythe, de Egyptische godenwereld, en de ethiek, waarin de menselijke verantwoordelijkheid centraal staat. Het gaat tussen Egypte, waar macht in de hand van één alleenheerser is, en Israël, wiens God een god van mensen is, van Abraham, Isaak, Jakob, Ik zal er zijn voor jou, een god die een verbond aangaat met mensen en hen als zijn partners beschouwt.

De verborgen boodschap in deze plagen is: Zie eens hoe het voelt als de goden of de krachten, die jullie tegen de Israëlieten keerden, zich tegen jullie keren. Als de machten van de natuur voor slechte doeleinden worden gebruikt, zullen ze zich tegen je keren, want dat wat de mens een ander aandoet zal ook hem worden aangedaan. De werkelijkheid heeft een ethische structuur. Gerechtigheid gaat voor macht.

Dit hele schema, keert verhevigd terug, in de laatste, in de tiende plaag.
Dit laatste teken zegt met zoveel woorden tegen de Egyptenaren: jullie hebben het moordbevel van de farao opgevolgd, om de kinderen te doden; en als je het niet zelf hebt gedaan, heb je het toegejuicht; en als je het niet hebt toegejuicht, heb je het laten gebeuren zonder je stem te verheffen – met uitzondering van Sifra en Pua, onthoud die namen! – jullie hebben het laten gebeuren, de moord op onschuldige kinderen. Er is maar één manier om jullie te laten beseffen wat je hebt gedaan, namelijk dat je zelf ondergaat wat je anderen hebt aangedaan… Wie niet horen wil, moet maar voelen?

Dat is de pijnlijke les van de geschiedenis, het is de pijnlijke les van het leven…

We staan aan het begin van de stille week, waarin we op weg gaan naar het feest van Pasen, het feest van bevrijding.
Een bevrijding die niet gevierd kan worden, dan langs de pijnlijke weg van het lijden, van het kruis van Golgotha.

Je kunt de verhalen van Exodus niet één op één op die van het evangelie plakken, maar de parallellen zijn er.
Heel het geding waarin Jezus terecht kwam, vermalen werd, ging over dezelfde vraag, wie heeft de macht? De heerser wiens rijk is gebaseerd op macht, geweld, onderdrukking, slavernij. Of is het de koning, die regeert door liefde, die kwetsbaar en weerloos is en haar macht zoekt in dienstbaarheid?

Dat wij beseffen, dat de Heer onderscheid maakt…

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter