Preken

eenheid in verscheidenheid, Pinksteren 2018

Morgenmiddag hoop ik in Amersfoort te zijn. Daar wordt een viering gehouden ter gelegenheid van 50 jaar Raad van Kerken Nederland, met onder andere diverse Pinksterliederen die we vandaag hier ook zingen.
Dit jaar is er ook nog een ander jubileum. In augustus wordt gevierd dat de Wereldraad van Kerken 70 jaar bestaat. In 1948 vond de oprichtingsvergadering plaats in Amsterdam.

U zegt misschien: wat stelt dat voor, 50 jaar, 70 jaar? We vieren al bijna 2000 jaar Pinksteren!
Helemaal waar. Maar dat is geen tegenstelling. Want Pinksteren, het feest van de Geest, het feest ook van de kerk, heeft alles te maken met de oecumenische beweging, het samenwerken van verschillende kerken, zoals dat in onze generaties plaats vindt. Je zou kunnen zeggen dat de oecumene de gestalte is waarin de heilige Geest van Pinksteren vandaag in onze wereld werkt. De geest van verbinding en eenheid; de geest van verzoening en samenwerking; de Geest van samen in de Naam van Jezus.

Als je het zo zegt, met deze woorden: verbinden, verzoenen, samenwerken – dan besef je ook hoe onvanzelfsprekend dat eigenlijk is. Misschien nog wel meer in onze huidige tijd, waarin mensen zo makkelijk tegenover elkaar staan, elkaar uitsluiten en met ferme taal elkaar verketteren op de nieuwe media, die desondanks ‘social’ media heten.

Maar nog even over de oecumene. 2000 Jaar Pinksteren; 50, 70 jaar oecumene. Dat lijkt dan weinig voor te stellen, maar je kunt het ook anders zien. De geschiedenis van de kerk sinds Pinksteren is een lange historie van strijd, van onenigheid, van afsplitsingen en wederzijdse uitsluiting. U hebt allemaal wel eens van die plaatjes gezien waarop de christelijke kerk staat afgebeeld als een boom, geworteld in het Jodendom, maar al snel vertakt de stam zich in talloze takken en blaadjes. Dat is op zich nog een aardig beeld, uiteindelijk horen we allemaal bij elkaar, met elkaar vergroeid. Maar de praktijk was vaak dat de takken elkaar behoorlijk in de haren vlogen, zich afscheidden, de ene kerk verlieten om een andere op te richten enzovoort.

In dat licht is het bijzonder dat de laatste decennia christelijke kerken in toenemende mate elkaar opzoeken, samenwerken, geduldig bezig zijn om verschillen te overbruggen, in ieder geval, om elkaar niet dwars te zitten of uit te sluiten, maar om het gezamenlijke te benadrukken. Wie wat ouder is, zal dat zelf ook herkennen. Het verschil tussen hoe in je jeugd gepraat werd of gedaan werd met leden van andere kerken, en hoe dat vandaag gaat.

Jezus bidt in het Johannesevangelie ‘dat zij allen één zijn’, een Bijbelvers dat lang richting gaf aan de oecumene, maar zo ver is het niet en de vraag is ook of het zo ver moet komen.
De oecumenische formule is tegenwoordig ‘eenheid in verscheidenheid’ en dat is precies hoe we zelf ook in onze eigen gemeente kerk willen zijn: de verschillen die er zijn, in beleving, in achtergrond, in voorkeuren, in liedcultuur of taalgebruik, dat alles niet wegpoetsen of gladstrijken, maar erkennen en laten bestaan en tegelijk daarin elkaar verrijken. Dat laatste is belangrijk. Eenheid en verscheidenheid beide benadrukken. En dat is, zowel plaatselijk als in bredere oecumenische verbanden, telkens weer een uitdaging, om het eigentijds te zeggen. Maar zo moet het wel. Bij alle verschillen, is er altijd meer dat ons bindt dan wat ons scheidt. Bij alles wat we gemeenschappelijk hebben, is het altijd nodig om je te laten verrijken door wat een ander of een andere traditie binnen de christelijke familie je aan reikt.

Die mooie formule, eenheid in verscheidenheid, zie je eigenlijk al terug in het oerverhaal van Pinksteren, dat we vandaag uiteraard ook weer gehoord hebben.

Hoe wind en vuur, de symbolen van Gods aanwezigheid, vat krijgen op de leerlingen.
Maar vooral hoe alle aanwezigen, de Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië enzovoort, hoe iedereen de verkondiging van de blijde boodschap in zijn of haar eigen taal hoort spreken over ‘Gods grote daden’.
Dat is natuurlijk een wonder. Want bij een groot feest hoort een groot wonder. Maar vergis je niet in het wonder.
Het is niet zo dat de apostelen opeens een andere taal spreken, of dat er een soort heilig Esperanto wordt geboren, een oecumenische taal. Nee, ieder behoudt zijn eigen taal en tongval, maar het goede nieuws klinkt zo dat ieder het daarin kan verstaan. De mensen uit Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte enzovoort. De verscheidenheid wordt niet opgeheven. Ze krijgt zelfs een bijzondere nadruk. Daarom die opsomming in de tekst van al die landen en landstreken. Dat is niet om lectoren te pesten zodat ze hun tong daarover breken. Het is om te benadrukken dat die volheid en verscheidenheid meedoet, in alle verscheidenheid. De hele wereld als het ware – de oecumene – gaat het aan en wordt erbij betrokken en wordt erkend in het meest wezenlijke, de moedertaal. Dat geldt voor de mensen uit de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome, Joden en proselieten (bekeerlingen), mensen uit Kreta en Arabië.
Op de allereerste Pinksterdag wordt waar wat Jezus bij zijn afscheid gezegd heeft: maak alle volken tot mijn leerlingen…

Hoe dan ook, in dit grote wonder zit een eigen symboliek. Het wonder zit niet in wat gezegd wordt maar hoe het begrepen wordt. Het wonder is niet de taal, dat zal een soort Galilees dialect zijn geweest, wat kun je anders van de leerlingen van Jezus verwachten – het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? – het wonder is dat iedereen  het op zijn en haar eigen manier kan begrijpen. Onder behoud dus van je eigenheid; met in standhouding van ieders eigen kleur en karakter en achtergrond.

oecumenische modeshow predikantenkleding rk-kerk te assen

Eenheid in verscheidenheid. De formule van de oecumene is geen toverformule. Het is een lastige uitdaging, in de kerk maar nog meer in de wereld van vandaag.
Daar wil ik tot slot nog een paar dingen van zeggen.

De Wereldraad van Kerken is in 1948 opgericht, kort na de laatste oorlog. Dat is niet helemaal toevallig. In die jaren zijn er allerlei internationale instituties opgericht, de Verenigde Naties als belangrijkste, werd er in hetzelfde 1948 de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens opgesteld, de Geneefse conventie over internationaal humanitair recht – allemaal reacties op de verschrikkingen van de oorlog vanuit de algemeen gevoelde wens: dat nooit meer.
We leven nu in tijden dat al die internationale instituties onder druk staan. Hun geloofwaardigheid wordt betwist. Hun gezag aangetast door nationalistische tendensen. Dat is altijd zo geweest, maar het lijkt nu toe te nemen. De invloed van verbindende christelijke – humanitaire (oecumenische?) – waarden, als eerbied voor het leven, mededogen en vergevingsgezindheid wordt minder.

Ik ben geen politicus en wil dat ook niet zijn.
Toch lijkt mij dat het belang van die Pinksterformule: eenheid in verscheidenheid, alleen maar actueler wordt. De uitdaging om met elkaar samen te leven, in kerk en maatschappij, niet ondanks alle verschillen maar dankzij alle verschillen.
De menselijke natuur is dat we elkaar opzoeken, in groepsverband leven. Natuurlijk is het om groepen te vormen van gelijkgezinden, van mensen die hetzelfde denken en vinden, of geloven en er vaak ook een beetje op dezelfde manier uit zien en zich kleden en zo voort.
Maar de christelijke kerk is meer dan dat. Dat zie je al met Pinksteren gebeuren. Geen club van gelijkgezinden, geen gemeenschap van mensen die elkaar hebben uitgekozen omdat ze elkaar zo leuk vinden, maar een gemeenschap die haar eenheid vindt in het feit dat ieder lid daarin op een eigen manier geroepen is, aangesproken, door de geest van Christus. Een ieder hoort het evangelie in ‘onze eigen taal’.

De ander en het andere niet zien als een bedreiging, waar je je tegen moet verzetten; ook niet zien als een afwijking, die bekeerd moet worden of veranderd moet worden – en dan altijd zo dat hij of zij meer op ons gaat lijken. Nee, de verschillen koesteren als verrijking en als mogelijkheid die mij geboden wordt om te groeien aan de ander en door de ander.
Dat klinkt misschien vreselijk idealistisch. Wereldvreemd zegt u? Ze zullen wel wijn gedronken hebben, wie zal het zeggen.

Christelijke gemeenschap in de geest van Pinksteren is niet slechts elkaar verdragen. Dat is te weinig. Het is elkaar dragen; elkaar hooghouden; groeien aan elkaar en door elkaar en dat kan alleen in echte, kwetsbare openheid. Slechts waar harten opengaan, kan de Geest binnenkomen.

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter