Preken

een verhaal er omheen, I Joh. 4, 7 – 21

Er is een oude legende over de apostel Johannes. Misschien wel dezelfde als de schrijver van de brief waaruit we zojuist gelezen hebben.
Hoe dan ook, van deze apostel wordt verteld dat hij tot op hoge leeftijd elke zondag voorging in een van de zeven gemeenten van Klein-Azië. Maar naarmate hij ouder werd, kostte het hem steeds meer moeite. Zijn preken werden daarom steeds korter. Totdat hij zo oud geworden was en met zijn laatste krachten nog eenmaal de kansel besteeg en tot de gemeente sprak: Broeders en Zusters, onthoud: God is liefde; de rest is een verhaal er omheen.

God is liefde.
Dat is in drie woorden letterlijk de samenvatting van de tekst van deze morgen. We zitten daarmee in het hart van het christelijk geloof. Want is dat niet precies wat de kern uitmaakt van het Christendom? De boodschap dat God liefde is…

Tja. Als je dat tegen een Jood zegt, dan zal hij je ietwat argwanend aankijken, zo niet erger. Het Christendom de godsdienst van de liefde?
Hij zal je bescheiden maar beslist wijzen op wat zijn volk door de eeuwen heen heeft ondervonden van die zogenaamde christelijke liefde. De beschuldigingen, de verdachtmakingen, de pogroms, de vervolgingen en de vernietiging in de Holocaust – een spoor van antisemitisme door de eeuwen heen. Het Christendom een godsdienst van liefde? Dat is een gotspe, zal de Jood zeggen.

Het Christendom een godsdienst van liefde? De moslim zal je even ongelovig aankijken, als je dat wilt beweren. En hij zal je wijzen op de tijd van de kruistochten, toen wilde benden uit Europa dood en verderf zaaiden, nota bene in het heilige land. Hij zal vertellen over hoe de westerse, christelijke, landen het Midden-Oosten heeft gekoloniseerd, heeft geëxploiteerd vanwege de olie, hoe vandaag de dag geweld en oorlog aan de orde is mede vanwege westerse belangen, die mensen daar hun democratie met geweld willen opdringen.

Christendom een geloof van liefde?
Hoeveel mensen in onze eigen gemeenschap hebben niet een heel andere kant van geloof en kerk ervaren? De slachtoffers van misdrijf; mensen die bang gemaakt zijn met het beeld van een straffende god; wie opgevoed is met angst voor een God die alles ziet; voor wie gedwongen is zich te onderwerpen aan het absolute gezag van ouders of opvoeders, omdat God dat zou willen. In de kerk werden en worden soms machtsspelletjes gespeeld. Gaat het er venijnig aan toe in discussies, gunnen broeders en zusters elkaar het licht in de ogen niet.

Als de kern van het christelijk geloof inderdaad is: God is liefde; en dat wie dat belijdt ook de ander, de broeder en zuster, lief heeft, hoe kan het dan dat de werkelijkheid er vaak zo anders uitziet?
Dat is het verschil tussen theorie en praktijk, zult u misschien zeggen. Dat is ergerlijk, maar zo gaat dat nu eenmaal. Niemand is perfect. We zijn allemaal maar mensen. Maar dat maakt het ideaal van liefde nog niet waardeloos. Dat maakt de prediking van God die liefde is alleen maar meer noodzakelijk.

Mee eens. Maar juist vanwege die tegenstrijdigheid, is het misschien goed om nog even een extra stapje terug te doen en je af te vragen hoe het komt dat dit woord ‘liefde’ zo vaak  in haar tegendeel verkeert.

Dat gebeurt misschien wel omdat we dikwijls een oppervlakkig begrip hebben van de liefde. Een woord dat veel wordt gebruikt, loopt juist daardoor gevaar op een gegeven moment afgesleten en nietszeggend te worden.

Een van de eerste misverstanden bij het woord ‘liefde’ is dat het zou gaan om een gevoel. Voor ons is liefde vooral een romantisch gevoel, een sterke emotie. Maar met emoties is het zo, dat ze soms sterk kunnen oplaaien om daarna weer even snel uit te doven. Dan is de liefde over, zeggen wij, maar is dat zo?
Liefde is meer dan een gevoel, het is hard werken – het is een betrokkenheid op elkaar en op de ander, die meer voeding nodig heeft dan alleen ons goede gevoel daarbij. Dat geldt in onze liefdesrelaties, maar ook in alle andere verhoudingen waarmee wij met elkaar verbonden zijn. Liefhebben heeft ook een zakelijke kant, om het zo te zeggen. Jezus vraagt van ons elkaar lief te hebben, ja zelfs je vijand lief te hebben en dat is niet hetzelfde als hem aardig vinden. Gelukkig maar, want dat zou pas te veel gevraagd zijn.

Het tweede is:
Veel van wat bij ons voor liefde doorgaat, is als je het goed beschouwt meer eigenliefde dan werkelijke liefde die naar de ander uitgaat. Er speelt altijd eigen belang in mee. Ik vind jou lief, zolang jij lief en aardig (of voordelig) voor mij bent. Liefde als ruilmechanisme. Hoeveel relaties zijn daar niet op gebaseerd. Geven en nemen, zeggen we dan. Ja, dat klinkt wijs, maar is christelijke liefde niet meer dan dat. Geven en ontvangen, zei iemand, en dat klinkt al anders.

Echte liefde begint niet bij zichzelf, maar altijd bij de ander.
Dat is moeilijker dan we denken, in ieder geval moeilijker dan het al te gemakkelijk spreken over liefde doet vermoeden. Het gaat tegen onze natuurlijk neiging in om ons zelf centraal te stellen. Maar het geheim van de liefde is dat ze niet uit onszelf opkomt maar ons overkomt, van buiten, van de ander. Liefde is niet iets wat jij hebt, maar wat je wordt geschonken. Liefde is iets wat in ons moet worden gewekt, moet worden gezaaid, om tot bloei en tot werking te komen.

Dat geheim wordt aangeduid in de tekst: “Het wezenlijk van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad” (10) en even verderop “Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad” (19).
Dat wordt zichtbaar in de Zoon die hij gezonden heeft, in de verschijning van Jezus als de Levende liefde in eigen persoon. In dit gedeelte worden daar nog allerlei behartigenswaardige dingen over gezegd, waar we nu niet op in kunnen gaan. Straks in de viering van de Maaltijd zullen we dat op een eigen manier ervaren. De liefde die uit God voortkomt, waaruit wij zijn geboren en die ons God doet kennen (vers 7), bevestigd in het teken van brood en beker – onvoorwaardelijke liefde.

Een laatste opmerking.
Spreken over de God van liefde is een hachelijke zaak. Omdat die boodschap zo dikwijls haaks staat op de realiteit. Als je niet oppast, word je er cynisch van.
De enige manier waarop deze boodschap geloofwaardig wordt, is wanneer wij die boodschap van liefde waar maken. Ook dat is al nadrukkelijk in het gelezen gedeelte aan de orde.
De enige overtuigende manier waarop mensen in onze tijd kunnen geloven dat God liefde is, is als wij dat geloof voeden, door onze liefdevolle betrokkenheid op anderen; door onze solidariteit met wie lijdt en onrecht ondervindt – liefde in de praktijk.
De Tsjechische priester Tomas Halik, die een bijzonder boek schreef over de God van liefde, Ik wil dat jij bent, zegt dat “de ‘wankelende’ mens – waarmee hij bedoelt iedereen die vandaag de dag twijfelt aan zijn geloof of aan God – de ‘wankelende’ mens kan zijn vertrouwen op God niet anders herwinnen dan door het vertrouwen in mensen terug te krijgen” (p. 166).

Geloven in de God van liefde verplicht. Het roept ons op om te leven uit die liefde, om vertrouwen te voeden, om elkaar te aanvaarden zoals we zelf aanvaard zijn.

Daarom: God is liefde. De rest is een verhaal er omheen.

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter