Preken

een pareltje, Matteüs 13, 45-46

Het overkomt ons allemaal wel eens. Dat er een zandkorreltje of een ander vuiligheidje in je oog vliegt. Je kunt dat voorzichtig met je vinger proberen er uit te halen, maar als je even geduld hebt, lost het oog dat zelf op. Dankzij het traanvocht en de bolling van het oog wordt het stukje ongerechtigheid naar de ooghoek geduwd. Daar irriteert het niet meer en op een gegeven moment merk je dat het verdwenen is.

Als er een zandkorreltje in een oesterschelp binnendringt, dan gebeurt er iets soortgelijks. De oester produceert een dun laagje vocht om de zandkorrel in te kapselen. Dat heet parelmoer, als het hard wordt, en dat kan in de loop van jaren door steeds nieuwe laagjes uitgroeien tot een parel. Zulke natuurlijke parels worden aangetroffen in 1 op de 15000 oesterschelpen, zo hoorde ik vorige week toen ik samen met mijn vrouw Tussen Kunst en Kitsch keek. Ja, ik ben een brave burger. Bij dat programma werd een parelketting getoond, familiebezit. Echte parels, want leerde ik ook, in onze tijd worden parels gekweekt – de moderne tijd heeft voor alles een oplossing.

Het is dus niet raar dat een echte parel een kostbaarheid is. Een zeldzaamheid. Zeker in de bijbelse tijd, toen er nog geen namaakparels waren.
In het evangelie van deze zondag vertelt Jezus een aantal korte gelijkenissen, waarvan die van de parel er één is. De gelijkenissen gaan allemaal over het koninkrijk. Bij Matteüs heet dat steevast: het koninkrijk van de hemel. Die vaste uitdrukking zou je kunnen omschrijven met: het ware leven, het leven zoals God dat voor ogen staat.
Jezus vertelt zijn gelijkenissen om dat nader toe te lichten. Het is met het koninkrijk van de hemel als… enzovoort.

Het lijkt allemaal niet zo moeilijk te begrijpen.
Dat koninkrijk, dat is net zo bijzonder als een mooie parel.
Dat koninkrijk is zo gewild en kostbaar, dat je er alles er voor zou willen opgeven, dat je alles wel wilt verkopen om die ene parel te kunnen bemachtigen. Dat lijkt Jezus hier toch te zeggen?
Als je denkt dat je het begrijpt, moet je altijd op je hoede zijn. Tenminste bij de Bijbel. Er zit altijd meer achter dan je denkt.

Het vertellen van gelijkenissen is een soort handelsmerk van Jezus. Er zijn prachtige exemplaren bij die iedereen kent, zoals die van de zaaier die uitging om te zaaien. Die gelijkenis wordt in dit hoofdstuk ook verteld. Matteüs heeft een flink aantal gelijkenissen bij elkaar gezet, dat is een eigenaardigheid van deze evangelist. Wat opvalt is dat de gelijkenissen die hier worden verteld allemaal gaan over het koninkrijk van de hemel.

Nu zou je denken, Jezus vertelt een gelijkenis om duidelijk te maken wat het koninkrijk is.
Zeg maar als een soort plaatje bij het praatje. Want dat maakt het makkelijker om te begrijpen.
Maar de vraag is, of het daar werkelijk zoveel duidelijker van wordt. Want wat is precies het punt van vergelijking? Wordt het koninkrijk nu vergeleken met … een parel, het meest kostbare wat je je voor kunt stellen? Of wordt de vergelijking gemaakt met de parelkoopman? Die immers altijd op zoek is naar mooie parels, koortsachtig de markten afspeurt, Internet  afzoekt, geobsedeerd als hij is om dat ene prachtexemplaar te bemachtigen. Moet je het koninkrijk soms vergelijken met die koopman?
Gaat het om de parel of om de koopman?
Net zo in die andere twee: gaat het om de schat in de akker, of om de landman die de akker bewerkt. Gaat het om de vissers met hun sleepnet, of om de overvloedig gevangen vis? Gaat het om het zaad of om de zaaier? Of om allebei? Maar wat is dan precies de vergelijking?

De grap (letterlijk) is dat je er niet goed uitkomt. En dat kon wel eens precies de bedoeling zijn.
Wij hebben de neiging om te denken dat een gelijkenis een illustratie is, een voorbeeld bij een waarheid die al vaststaat. Maar dat is een te beperkte opvatting.
Jezus gebruikt gelijkenissen, niet omdat hij het nu eenmaal leuk vindt om verhaaltjes te vertellen. Wat wij gelijkenis noemen, heeft in zijn tijd een bredere betekenis. Het is tegelijk een beeld, een vergelijking, een spreuk, een raadselwoord. Een gelijkenis wil verduidelijken maar tegelijk prikkelen, uitdagen om verder te denken en te zoeken. Deze gelijkenissen  horen bij het typische gereedschap van joodse rabbijnen, zoals Jezus er ook een is. Het geeft wel antwoord, maar roept ook weer vragen op, en dat is precies de bedoeling.
Om het wat deftig te zeggen: de gelijkenis heeft een zone van onbeslistheid om zich heen, en dat is precies waar jouw beslissing of jouw keuze wordt gevraagd.

Daarom zou ik zeggen, gaat het in deze ogenschijnlijk eenvoudige gelijkenis van de parel, toch eerder om de koopman, en om zijn zoektocht. Gaat het meer om de akkerbouwer dan om de schat die hij vindt. Gaat het vooral om de zaaier, om de brede gebaren van de zaaier die bezig is met de toekomst, met nieuw leven, met hoop en verwachting.

Want, het koninkrijk van de hemel is niet zozeer iets dat ergens IS, een bepaalde toestand of een bepaalde levensstaat; maar het koninkrijk wordt iets wat je ervaren kunt in een manier van doen, een manier van leven, van handelen, van gerichtheid.
Daarom vertelt Jezus al die gelijkenissen over het koninkrijk.
Niet om ons te informeren, maar om ons in beweging te brengen.
Daarom is die koopman een voorbeeld van hoe het er aan toe is met het koninkrijk. Een voorbeeld van iemand die zoekt, die maar één passie heeft: de mooiste parels vinden. Dat houdt hem gaande. Daardoor is hij in beslag genomen. En als hij dan een bijzonder waardevolle parel vindt, dan is hij zo gek om alles te verkopen om die ene te kunnen bemachtigen. Alles heeft hij er voor over, om het meest belangrijke in zijn leven, waarvoor hij leeft, te verwerven.

Daar kun je weer allerlei vragen bij stellen. Is dat wel gezond? We kennen toch allemaal voorbeelden van mensen die zo geobsedeerd zijn, dat alles en iedereen daarvoor wijken moet. Voorbeelden van mensen (mannen?) die gezin en huwelijk op het spel zetten, om hun carrière, of om status en aanzien?
Heeft die parelkoopman geen vrouw en kinderen? Moet ie ook niet eens een avond thuis zijn om gezellig met zijn vrouw Tussen Kunst en Kitsch te kijken?
En dan daarbij, alles en iedereen opzij zetten om een parel te kunnen kopen? Is dat dan het koninkrijk? Van parels alleen kun je toch niet leven? Hoe verdraagt zich dat met een uitspraak van Jezus in hetzelfde evangelie: “Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde waar mot en roest ze wegvreten, maar verzamel je schat in de hemel…” (Mat. 6: 19)?

U merkt al, hoe meer je er in duikt, hoe vager het wordt. En dat kan toch ook de bedoeling niet zijn. Een gelijkenis mag dan prikkelen om door te denken, je moet er ook niet in verdwalen…

Laten we weer terugkeren naar dat centrale beeld van het koninkrijk.
Belangrijk is om te onderstrepen dat Jezus met het koninkrijk niet een bepaalde toestand bedoelt maar eerder een specifieke houding, een manier van in het leven staan die laat zien waar jij op gericht bent, waar je focus ligt, wat voor jou van werkelijk belang is.
Het koninkrijk van de hemel, dat laatste drukt dat uit, want dat betekent, dat het de werkelijkheid van God uitdrukt. Matteüs vermijdt, goed Joods, om de naam van God ijdel te gebruiken. Dus wat elders in de evangeliën het koninkrijk van God heet, noemt hij liever het koninkrijk van de hemel.
Dat is dus ook wat anders dan de hemel zoals de christenen zich die eeuwenlang hebben voorgesteld. Het gaat in deze gelijkenissen echt niet over de hemel als het hiernamaals wat ons eventueel te wachten staat. Jezus spreekt in zijn gelijkenissen niet over het leven straks maar over het leven nu. Over het werkelijke leven, het volle leven, over het leven dat het waard is geleefd te worden.

Daarom moet je nog een laatste gedachtesprong maken, om de reikwijdte daarvan goed te kunnen peilen.
Want in al die gelijkenissen die hij vertelt, komt Jezus zelf ook voor.
Zijn centrale boodschap is, dat dit koninkrijk waar hij over spreekt, met Hem en door Hem werkelijkheid is geworden. Zo begint hij zijn verkondiging: “Het koninkrijk van de hemel is nabij, kom tot inkeer” (Mat. 4: 17).
Met zijn komst in deze wereld, is het koninkrijk van de hemel doorgebroken, realiteit geworden, zichtbaar en tastbaar – dat is precies de betekenis van zijn missie, van zijn verkondiging, van de wonderen die hij doet als tekenen van dat koninkrijk; dat is precies de inhoud van zijn gelijkenissen. Jezus zelf is de vervulling van de belofte. In Jezus als de Messias is het koninkrijk van de hemel op aarde doorgebroken, krijgt het gezicht, een naam, een inhoud.

Als het gaat over het volle leven, het werkelijke leven, een vervuld leven, leven dat die naam waardig is, dan moet je daarvoor bij Hem zijn. Dat is de pretentie die er van het hele evangelie uitgaat. Dat is wat de gelovigen, de leerlingen om Jezus heen, de schare die Hem volgt en later de kerk, dat is wat zijn aanhangers in Hem hebben ontdekt, en eren, en zoeken, een leven lang.

Als je dat erbij betrekt, Jezus is zelf aanwezig in de gelijkenissen die hij vertelt, dan komt er een dimensie bij.
Dan krijgt opeens dat eenvoudige beeld van die koopman, die er alles voor over heeft om dat ene te bemachtigen, koortsachtig op zoek is, een diepere laag, als daarachter het beeld oprijst van de Man van Nazareth, die alles opofferde, die zich geheel en al overleverde, om dat ene te bereiken, om aan heel de wereld te tonen, de liefde van God. Achter de parelkoopman duikt het beeld op van Christus zelf, met zijn kracht van een liefde die sterk is als de dood, de waarheid die hij leeft, de waarheid die hij is. Het volle leven.

Zo is het gesteld met het koninkrijk.
Het roept het beste in mensen wakker.
Het voedt de droom van een leven zoals het bedoeld is, zoals het zou kunnen zijn.
En dat leven is bereikbaar, waar mensen zich ervoor inspannen. Waar mensen daarop gericht zijn en blijven, koste wat kost.
Zoals die parelkoopman bereid is alles te verkopen, alles op het spel te zetten, om dat ene nodige te bemachtigen?

De gelijkenissen worden uiteindelijk verteld, om bij de hoorders, toen en nu, een beslissing op te roepen. Ga je mee in dat doldwaze avontuur op zoek naar het echte leven, dat ergens in de buurt van deze Jezus te vinden is; durf je alles op het spel te zetten om dat echte leven te vinden, de schat in de hemel; een leven en een manier van leven waar je je niet voor hoeft te schamen?
Waar ben ik eigenlijk koortsachtig naar op zoek?

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter