Boeken

Diaconaal doen doordacht

Het hart van Diaconaal doen doordacht, wordt gevormd door tien uitgebreide praktijkbeschrijvingen. Centraal in dit derde deel in de serie Handboeken Diaconiewetenschap staat de diaconale praktijk. Tien verschillende projecten, van SchuldHulpMaatje tot Voedselbank, van hulpverlening aan (ex-)delinquenten en werkers in de prostitutie, tot Groene Kerk, een grote diversiteit komt aan bod. In al deze projecten is sprake van diaconaal handelen. Hoe ziet dat er precies uit en hoe kun je op deze eigentijdse vormen van kerkelijk diaconaat reflecteren? Wat valt er theologisch over te zeggen?

De praktijkbeschrijvingen worden voorafgegaan door twee artikelen waarin de fundamentele uitgangspunten voor het diaconaat worden beschreven. In het derde deel wordt er theologisch gereflecteerd op de praktijkverhalen. Belangrijk is de bezinning op de maatschappelijke context waarin het diaconaat opereert. In recente jaren is het concept van de participatiesamenleving opgekomen in het politieke discours. Daarin wordt er nogal wat van burgers verwacht. In diverse diaconale praktijken lijkt de participatiesamenleving een vanzelfsprekend gegeven. In de jaren tachtig werd voor het diaconaat de term ‘helpen onder protest’ gemunt, waarin het besef doorklinkt dat de kerk kritisch moet blijven op een overheid die haar zorgplicht verzaak of veronachtzaamt. Van die kritische houding is nu meestal niet veel te merken: “Het brengt in verschillende casussen te weeg dat men zich weinig kritisch verhoudt tot de maatschappelijke context met als risico dat men eerder meegezogen wordt in de maatschappelijke ontwikkelingen dan dat men er bewust en kritisch in participeert” (p. 224). Eerder is dit al concreet opgemerkt ten aanzien van de Voedselbank, die zich in een merkwaardige paradox bevindt. Door overtollig voedsel aan te nemen van supermarkten helpen ze verspilling tegen te gaan, maar bestaan ze tegelijkertijd bij gratie van die verspilling. Daarnaast verhult de voedselbank voor een deel de versobering van de sociale zekerheid en houdt deze daarmee ongewild in stand (p. 85). Geconstateerd wordt dat er “te weinig nagedacht en gesproken [wordt] over de maatschappelijke functie die de voedselbanken hebben naast het uitdelen van voedsel” (p. 88).

Het Handboek is bedoeld om de werkers in de praktijk tot dienst te zijn. Daar past een stevige theoretische doordenking bij. Die is misschien niet aan alle diakenen besteed. Ze staan er doorgaans om bekend vooral mensen van de praktische actie te zijn. Maar naast de ‘doe-diaken’ met de hands-on mentaliteit, is er ook de ‘denk-diaken’.

Opmerkelijk is het artikel over verzoening, dat de redactie presenteert als derde fundamenteel theologisch concept, naast barmhartigheid en gerechtigheid. Je zou dit als een vernieuwing in de diaconale theologie kunnen zien. De uitwerking daarvan (pp. 31 – 42) mede gebaseerd op een onvoltooid gebleven studie van “de vrijwel onbekend gebleven Berthil Oosting”, blijft helaas in aanzetten steken. In het laatste deel van het boek, waarin na de praktijkbeschrijvingen een theologische reflectie wordt geboden, komt de verzoening slechts in het voorbijgaan aan bod.
Dat geldt helaas voor meer theologische noties. Veel van de reflectie in het derde deel blijft steken in de beschrijving, die regelmatig een doublure is van het praktijkgedeelte. Er worden weliswaar de nodige theologische elementen uit de projecten gedestilleerd, maar een systematische verwerking blijft achterwege. De gevonden geloofsthema’s worden geordend aan de hand van een opsomming van de traditionele loci in de systematische theologie (pp. 249-254) – een verrassende keuze – maar tot een zelfstandige diaconaal-theologische doordenking komt het niet echt. De fundamentele diaconale concepten barmhartigheid, gerechtigheid en verzoening uit het eerste deel, worden hier, anders dan je zou verwachten, niet ingezet om de beschreven praktijk te analyseren. Misschien wreekt zich hier de opzet van het boek, waaraan vele auteurs hebben meegewerkt, maar waarin het enigszins ontbreekt aan eenheid en helderheid in de te ontwikkelen theologische visie.

Dat alles neemt niet weg dat er veel te leren valt uit dit deel van het Handboek Diaconiewetenschap. Er spreekt veel waardering uit voor het diaconale handwerk. In de beschrijving en reflectie biedt het stimulansen voor de diaconaal-theologische bezinning die nodig blijft om het diaconaat een volwaardige plaats in de kerkelijke dienst aan de samenleving te laten behouden.

Hub Crijns e.a. (red.), Diaconaal doen doordacht, Handboek Diaconiewetenschap, Uitgeverij Kok 2018, 256 pag., €34,99, isbn 9789043529648

Zie ook Lezing Sake Stoppels bij de boekpresentatie

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply om u te dienen, Marcus 10, 32 – 45 (diaconale themaviering) – Bert Altena 20/10/2018 at 12:06

    […] deel van het Handboek Diaconiewetenschap, dat eerder dit jaar is verschenen. Mij was gevraagd daar een recensie over te schrijven, dus zodoende heb ik mij daar dit voorjaar wat in verdiept. Aan de hand van hoe […]

  • Laat een reactie achter