Artikelen

de reikwijdte van het haalbare vergroten

Voor de prediker (m/v) zijn er door het jaar heen diverse mogelijkheden om een diaconaal accent aan de preek te geven. Vanuit een protestantse context kun je denken aan de zondag van het werelddiaconaat, de bid- en dankdag of een zondag daarop volgend, of aan andere themazondagen zoals de Vredesweek. Ook als er avondmaal wordt gevierd kan dat aanleiding zijn om de diaconale dimensie van samen eten of van het leren delen in de preek te thematiseren. Bij deze gelegenheden is het de specifieke situatie van de themazondag die de diaconale dimensie van de preek oproept. In dit praktijkbericht wil ik een recente preek belichten waarin een diaconale dimensie aan bod komt zonder bijzondere thematische aanleiding.

Artikel geschreven voor Handelingen, tijdschrift voor praktische theologie en religiewetenschap, 2016/3
Ondertitel: Over de diaconale dimensie van de preek.
(foto: Een vluchtelingenboot staat als ‘Mahndenkmal’ sinds deze zomer in de Dom te Keulen)

Eerst geef ik een korte synopsis van de preek[1] met enkele citaten (in cursief). Vervolgens plaats ik daar enkele homiletische opmerkingen bij.
1. In de inleiding wordt gerefereerd aan de Middellandse Zee als populaire vakantiebestemming. In dezelfde zee zijn dit jaar al meer dan 2000 vluchtelingen verdronken. Ook in de afgelopen week waren er zulke berichten.
2. Na dit begin volgt de probleemstelling. Kunnen we daar iets aan doen? Dat weet ik niet. Dat is een vraagstuk voor de politiek, niet voor de preek. Waarom begin ik er dan over? Omdat de preek er is om ons te confronteren met ongemakkelijke vragen, en omdat dit hele complex van vragen, over vluchtelingen en migranten, maar vooral onze angst voor de vreemdeling, op een bepaalde manier aan de orde is in het verhaal dat we deze zondag overdenken.
3. Vervolgens wordt het verhaal herverteld, waarbij de nadruk gelegd wordt op een aantal specifieke elementen. Jezus trekt naar de omgeving van Tyrus buiten de grenzen van zijn eigen land. Er komt een vrouw naar hem toe, een buitenlandse. In het gesprek tussen Jezus en haar gaat het onderliggend over de verhouding tussen het volk Israël en de niet-Joden.
4. In een eerste reflectie wordt stilgestaan bij enkele opmerkelijke elementen die opnieuw worden verwoord met het oog op de centrale thematiek van de preek. Opgemerkt wordt Jezus’ weerzin, zijn afwijzing van deze vreemdelinge. De dialoog vindt plaats terwijl Jezus zelf in het buitenland verkeert. Opmerkelijk is verder Jezus’ bekering. Hij laat zich door deze vrouw ompraten.
5. In een tweede reflectieronde wordt opgemerkt dat de evangelist Marcus theologisch uit de school van Paulus stamt, de onvermoeibare reiziger, grensverlegger voor wie het goede nieuws ligt in Jezus Christus en dien gekruisigd (I Kor. 2:2), een boodschap van verzoening, van grensoverschrijdende liefde. Paulus maakt het heil, de heelheid, die Jezus voor hem betekent tot een universele zaak, waarna Galaten 3:28 wordt geciteerd.
Dit verhaal laat zien dat het goede nieuws dat Jezus brengt voor alle mensen is bestemd.
6. Daarna wordt opnieuw stilgestaan bij de bijzondere situatie van deze vrouw. De nadruk ligt hier op de veronderstelde vernederingen die ze al eerder heeft ondergaan, waardoor ze die van Jezus kan verdragen en pareren.
Het verhaal wordt daarmee getypeerd als veel meer dan een genezingsverhaal, of het moest zijn een verhaal waarin ook Jezus zelf wordt genezen, en wij met hem. Genezen van onze angst voor het vreemde en de vreemdeling. Genezen van onze huiver voor het onbekende (….) Het is een verhaal dat bevrijdt, omdat grenzen worden overschreden (…) Omdat het vreemde, de vreemdeling, deelgenoot wordt. Omdat het mechanisme van de uitsluiting wordt ontmanteld.
7. De laatste passages van de preek grijpen terug naar het begin, met die vreemdelingen aan onze poort. De drenkelingen op zee. Wat moeten we daar nu mee? Allemaal dan maar toelaten…? Niemand buitensluiten?Dat is aan de politiek.
Vervolgens wordt het onderscheid tussen vluchtelingen gelukszoekers gerelativeerd: We zoeken toch allemaal geluk in ons leven. En als we het thuis niet vinden, dan zoeken we het toch elders? Gerefereerd wordt aan een krantenartikel waarin een pleidooi wordt gevoerd voor open grenzen. Dan regelt de markt van vraag en aanbod het vanzelf. Als er geen werk is, trekken de mensen wel weer verder. Zo ging het vroeger ook. Migratie is van alle tijden. Of is dat vandaag een naïeve kosmopolitische droom?
8. Na deze (retorische?) vraag volgt het slot van de preek:
De politiek is de kunst van het haalbare, maar geloof is de reikwijdte van het haalbare vergroten. Dat doet die vrouw ons voor. Zij, de naamloze niet Jodin. Is dat geen wonder? (…)
De demonen zijn verdwenen. Het heil is voor alle volken. Het geluk is aan de dromers.

Enkele homiletische opmerkingen.
1. De vluchtelingenthematiek is in de zomer van 2015 volop in het nieuws. Het is niet verwonderlijk dat dit in de preek aan de orde komt. Een goede prediker leest immers met één oog de Bijbel en met het andere oog de krant.
In deze preek is de situatie van de vluchtelingenstroom in Europa constitutief voor de opbouw van de preek en voor de inhoudelijke uitwerking van het Bijbelverhaal. De diaconale dimensie is vanaf het begin aanwezig in de manier waarop het Bijbelverhaal wordt waargenomen en uitgelegd en doortrekt zo de gehele preek. Het gaat om meer dan een actuele toepassing. Juist dat laatste is een bekende valkuil van de diaconale, politieke of in het algemeen de thematische preek, waarin de diaconale dimensie pas aan bod komt als de tekst is ‘uitgelegd’ en er naar een actuele ‘toepassing’ moet worden gezocht.
2. Meteen aan het begin van de preek wordt een onderscheid gemaakt tussen het domein van de politiek en het genre van de preek. Aan het einde wordt dat min of meer herhaald. Dat is aan de politiek. Tegelijk wordt aan het begin een expliciete uitspraak over de preek gedaan (omdat de preek er is om ons te confronteren met ongemakkelijke vragen) en wordt in dezelfde zin het thema van de vluchtelingen verbonden wordt met het verhaal dat we deze zondag overdenken.
Ik denk dat de diaconale zeggingskracht van de preek gebaat is bij een scherp genrebewustzijn. De preek is er niet om de hoorders voor te schrijven wat de juiste diaconale of politieke opstelling is. De preek is een middel om het denken over en omgaan met actuele vragen met een politieke implicatie in een bepaalde richting te stimuleren. Ondertussen worden er in deze preek allerlei uitspraken gedaan die een politiek karakter dragen. Weliswaar vooral in vraagzinnen, die minder dogmatisch en autoritair overkomen maar dat neemt niet weg dat de preekinhoud politieke implicaties heeft. Doordat van te voren echter de ruimte goed is afgebakend, werkt dit niet storend op de receptie door de hoorders die hierdoor juist worden uitgedaagd om hun eigen respons te maken. Op deze manier wordt een andere valkuil van de politieke (diaconale) prediking voorkomen, namelijk dat men daarin snel vervalt tot een soort religieus moralisme dat verkondigt wat iedereen wel weet of erger: de politiek correcte houding voorschrijft[2].
3. Tot de grenzen van het genre behoort ook dat de preek geen oplossingen aan kan dragen. Ook heeft ze niet de praktische uitwerking zoals een concrete diaconale actie die wel kan hebben, bijvoorbeeld in dit geval een inzamelingsactie voor kleding voor asielzoekers organiseren. Het is een valkuil om vanuit een bepaalde maakbaarheidsgedachte van preken concrete veranderingen te verwachten. De diaconale dimensie zit er in dat de hoorders door de preek gevoeliger gemaakt kunnen worden voor bepaalde diaconale of politieke implicaties van het evangelie, waarbij zij de vrijheid houden om daar eigen keuzes in te maken. Juist het waarborgen van deze vrijheid is in overeenstemming met het evangelie en komt niet in mindering op het appel dat daarvan tegelijkertijd uitgaat. De preek dient een ruimte te zijn waar hoorders (en de tekst) gevrijwaard blijven van interpretatieve terreur.
4. De diaconale dimensie van de preek komt ook tot uitdrukking in het benadrukken van de bevrijdende werking van het evangelie. Het verhaal van de ontmoeting tussen Jezus en de buitenlandse vrouw wordt getypeerd als een ‘genezingsverhaal’, waarin de genezing niet beperkt blijft tot de dochter van de vrouw maar ook Jezus zelf betreft (en wij met hem?) als wij worden bevrijd van angst voor het vreemde en de vreemdeling  en huiver voor het onbekende, als kortom het mechanisme van de uitsluiting wordt ontmanteld. Daardoor ontstaat er ruimte om het verhaal op de eigen werkelijkheid van de hoorders te betrekken. Het wordt een verhaal dat op een kritische en bevrijdende manier in relatie met de situatieve context van de actuele maatschappij treedt.
5. De diaconale dimensie van de preek wordt in deze preek niet zozeer gezocht, zoals het geval is bij thematische vieringen, maar gevonden. Daarvoor is natuurlijk wel nodig dat de homiletische situatie op een bepaalde manier wordt waargenomen. Wie goed Bijbel leest en tegelijk de krant (of andere media) volgt, zal weinig moeite hebben om de diaconale thema’s te ontdekken. Ze horen bij het hart van het Evangelie.

[1] De preek is gehouden op 9 augustus 2015 in de dorpskerk van Eelde. De lezing volgens het oecumenisch leesrooster was Marcus 7: 24 – 30, de ontmoeting tussen Jezus en de Syro-Fenicische vrouw. Tussen lezing en preek is lied 853 gezongen. Na de preek lied 975.  Volledige tekst hier na te lezen.
[2] Vgl. Wilfried Engemann, Einführung in die Homiletik, Tübingen 2002, p. 385.

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply Harry 21/09/2016 at 23:38

    Bert, misschien aardig om in de zin “Artikel geschreven voor Handelingen,…” van het woord “Handelingen” een link te maken naar http://www.handelingen.com?

  • Laat een reactie achter