Blog

de ‘het’ van nazaret

In de preek van afgelopen zondag noemde ik het in een tussenzin. Het viel als een dood vogeltje neer. Blijkbaar houdt het mijn gemeenteleden minder bezig. De kwestie over de genderneutrale Jezus, aangeslingerd door collega Susann Senter van de lutherse kerk in Västerås, Zweden. Zij stelt voor om naar Jezus te verwijzen met een genderneutraal woord – Jezus is geen hij of zij, ook geen ‘het’, maar krijgt in het Zweeds een eigen voornaamwoord dat alle categorieën doorbreekt.
Dat laatste is precies het punt, wat deze discussie waardevol maakt bij alle verwarring. Misschien is die verwarring wel de grootste winst, want die zet tot denken aan.

Het lijkt mij duidelijk dat de historische Jezus van het mannelijk geslacht was. Hoewel we over die zogenaamde historische Jezus bitter weinig zeker weten, dit toch wel. Maar wat zegt dat? Dat Jezus een man was met mannelijke karaktereigenschappen, bijvoorbeeld de onbedwingbare drift om te flirten?
Het plaatje hierboven is een schilderij uit 1532 van Maerten van Heemskerck, waarop Jezus volgens sommige kunsthistorici is afgebeeld met een erectie. Oordeelt u zelf…
De seksualiteit van Jezus is geen issue in de evangeliën, die weliswaar geen reportage van zijn leven zijn, maar wel de belangrijkste bronnen waarop wij ons Jezus-beeld baseren. Geen issue? Dat roept ook vragen op. Was het er niet, of is het zorgvuldig weggetoucheerd omdat het er niet mócht zijn. Maar dan wordt het juist meer aanwezig, als de bekende roze olifant. (Zeg ik nu ‘roze’?)

Er is veel gespeculeerd over een erotische relatie tussen Jezus en Maria Magdalena. Anderen beweren al even speculatief dat Jezus een homo was, met een sterke moederbinding en met alleen maar (twaalf) mannen als intieme vrienden. We weten het niet en volgens de getuigenissen is het niet belangrijk.

Kan wel wezen, maar dat wordt het voor ons wel. Daar begint de discussie.
Wat vandaag belangrijk is, is de vraag in hoeverre Jezus voor alle mensen, vrouwen, mannen, genderneutralen en andere varianten, identificatiefiguur kan zijn waar wij ons geloof aan kunnen hechten. Wordt dat niet verhinderd als het dominante Jezusbeeld, een man toont die bovendien meer blank-Westerse trekken heeft dan authentiek Joodse?

De historische Jezus wordt in de kerk geëerd als de Christus van ons geloof. Er is een band tussen beide, maar ook een kloof. Een groot deel van de discussie over de historische Jezus en de dogmatische leer over Christus (de Christologie) gaat precies daarover. De grote concilies uit de 4e eeuw hebben er meer dan 100 jaar over gedaan om daar enige klaarheid in te krijgen. Die is bereikt, op het leerstellige vlak, maar tegen de prijs dat de historische Jezus nog verder uit beeld kwam.
Complicerend is het kerkelijk spreken over Jezus als Zoon van God – dat al in het Nieuwe Testament begint en met precisie werd vastgelegd in de genoemde kerkvergaderingen. Iedereen begrijpt dat dit niet letterlijk zo is, niet zoals ik een zoon van mijn vader ben. Jezus overstijgt als de Christus de geslachtelijke categorieën. Zoals God niet alleen Vader is, maar ook Moeder tegelijk.

In de kerk moeten we er alles aan doen om te voorkomen dat door ons spreken over Jezus en/of God mensen zich buitengesloten voelen. Inclusieve, poëtische taal is nodig. Taal die het verschil niet ontkent, maar het verschil niet meer scheidend laat zijn.
Volgens mij heeft de apostel Paulus – ja die – dat aardig geprobeerd: “U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed. Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus.” (Gal. 3: 28)

Meer discussie op NieuwWij
Interessant is ook de (wat oudere) blog van Huub Mous

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply Steuc 13/01/2018 at 15:27

    Prachtige quote van Paulus in deze discussie die voor de rest mij te ver af voert van het wezenlijke.

  • Laat een reactie achter