Artikelen

De hemel blijft… Over de heilige Augustinus

Als de bisschop van Hippo Regius, Aurelius Augustinus op zijn sterfbed ligt in het jaar 430, staan de Vandalen voor de deur. De Vandalen zijn één van de stammen die grote delen van het ooit roemruchte Romeinse Rijk veroveren. In dit geval Noord-Afrika, dat in die tijd tot het Rijk behoorde en grotendeels christelijk was. Augustinus, geboren in 354, was uit die regio afkomstig, maar had een carrière gemaakte overzee in Rome. Daar kwam hij op 33-jarige leeftijd tot geloof, tot grote vreugde van zijn christelijke moeder die altijd om zijn bekering had gebeden. Nadat hij naar zijn geboortestreek terugkeerde, werd hij spontaan door het volk tot bisschop gekozen en bleef dat tot het eind van zijn leven.

Artikel geschreven voor het Kerkblad van de Protestantse gemeente Assen, augustus 2019

Achteraf kun je zeggen dat Augustinus de overgang belichaamt van de Oudheid naar de christelijke Middeleeuwen, tenminste voor het Westerse christendom. Zijn invloed daarin is groot en strekt zich uit tot in onze tijd.
Hij kreeg een klassieke opleiding en specialiseerde zich in de retorica, de leer van de welsprekendheid. Dat kwam later van pas, toen hij als bisschop wekelijks moest preken en in de vastentijd zelfs dagelijks. Er zijn talloze preken van Augustinus bewaard gebleven.
Augustinus was thuis in de filosofie van zijn tijd. Hij onderzocht verschillende levensbeschouwelijke stromingen, maar kon nergens bevrediging vinden, totdat hij dat uiteindelijk in het christelijk geloof vond.
Hij schreef belangrijke boeken, waarvan Belijdenissen (Confessiones) het meest bekend is. Daarin beschrijft hij in de vorm van een gebed zijn levenslange zoektocht naar God. Het is een wonderlijke mix van persoonlijke ontboezemingen (maar wel met het oog op publicatie genoteerd!), biecht, psychologische zelfanalyse, theologische redeneringen en algemene beschouwingen over de menselijke aard. Een bekend citaat:

“Laat heb ik U bemind,
o Schoonheid, altijd oud en altijd nieuw.
Laat heb ik U bemind!
U was in mij,
maar ik was buiten en het was
daar dat ik U gezocht heb.
In mijn wanstaltigheid stortte ik
mij in die lieflijke dingen die U geschapen hebt.
U was met mij, maar ik was niet met U.
Geschapen dingen hielden mij van U
verwijderd, en toch, als ze niet zouden
hebben bestaan in U, zouden ze helemaal
niet zijn geweest.” (Boek X, Belijdenissen)

De theologische opvattingen van Augustinus hebben grote invloed gehad, met name zijn uitvinding van het begrip erfzonde, die via de geslachtsdaad wordt overgebracht. Dat heeft nogal negatief doorgewerkt in de christelijke opvatting over seksualiteit en de waardering van de vrouw. We hoeven hem daarin niet te volgen, om toch waardering te kunnen hebben voor het vele andere dat hij nagelaten heeft. Naast de Belijdenissen zijn dat wat mij betreft de preken, die ook na zoveel eeuwen vaak nog fris en verrassend zijn, door zijn originele uitleg, zijn psychologisch inzicht en pastorale aanpak en door zijn heldere beeldspraak.

De preekpraktijk in zijn tijd was totaal anders. Gestempeld door het Noord-Afrikaanse temparement, waarin het publiek actief meedeed met geschreeuwde aanmoedigingen, applaus en gejoel. Als je sommige bronnen mag geloven, was Augustinus een soort stand-up comedian, die improviserenderwijs zijn preken hield en zich mede liet leiden door wat het aanwezige volk hem aanreikte. Ik ben geneigd dat wat al te romantisch te vinden. Zijn gedegen retorische scholing heeft zeker zo’n belangrijke rol gespeeld. Augustinus wist heel goed wat hij deed als hij preekte.

Een boekje dat hij daarover schreef, over Bijbeluitleg en prediking (De doctrina christiana) heeft predikers eeuwenlang op weg geholpen om de inzichten uit de klassieke retorica in de christelijke praktijk toe te passen.

Een citaat uit een preek (sermo 54) waarin hij onderscheid maakt tussen boos zijn en haten:
“Wat is boosheid? Begeerte om wraak te nemen. Wat is haat? Oud geworden boosheid. Als de boosheid oud geworden is, dan heet zij haat (….) Wat boosheid was, toen het begon, is in haat verkeerd omdat het oud is geworden. Boosheid is een splinter, haat is een balk (….) Waarom is de splinter gaan groeien, zodat hij een balk werd? Omdat hij niet meteen is uitgetrokken. Doordat u hebt toegelaten dat de zon zo dikwijls wegging en weer terugkwam over uw boosheid, daardoor heb u die boosheid oud gemaakt, hebt u kwalijke verdenkingen bijeengebracht en daarmee die splinter besproeid en door die besproeiing gevoed en door die voeding er een balk van gemaakt”.

In de Belijdenissen gebruikt Augustinus een bijzonder beeld voor de betekenis van de christelijke predikers, waarvan hij zelf één van de grootsten is geweest. Hij vergelijkt ze met wolken. Wolken gaan voorbij, maar de hemel, beeld van Gods werkelijkheid, blijft.

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter