Preken

brood en leven (Marcus 6 en 8)

Geef ons heden ons dagelijks brood.
Als Jezus in het evangelie de menigte te eten geeft, dan weten we inmiddels dat zo’n verhaal ook een symbolische betekenis heeft. Misschien ligt daar wel het accent.

Sommige mensen denken dat dat typisch iets van onze, moderne tijd is, om de Bijbelverhalen symbolisch te lezen. Maar niets is minder waar. Al in de oude kerk ontwikkelde men de zogenaamde viervoudige schriftzin – de wijsheid om Bijbelverhalen op tenminste vier verschillende manieren te benaderen. Ik heb daar veel van geleerd.

Er is allereerst het historische aspect. Er wordt iets verteld uit de menselijke geschiedenis. Bijbelse verhalen zijn altijd menselijke verhalen, geen sprookjesverhalen. Ze gaan over gewone mensen, en over hele gewone menselijke zaken. Over brood. Hoe gewoon wil je het hebben?
Naast het historische, is er de symbolische manier van lezen. In bijna ieder Bijbelverhaal zit ook een symbolische betekenis. Kijk maar naar ons verhaal. Het brood wijst natuurlijk naar Jezus die zelf het brood van het leven is. Het verhaal van de wonderbare spijziging verwijst naar het manna in de woestijn of naar Elia die door de raven werd gevoed. Er zit symboliek in de getallen: vijf broden en twee vissen, 5000 mensen die worden gevoed en twaalf manden met overschot. Het delen van het brood door Jezus is ook een verwijzing naar het avondmaal. De evangelist schrijft het zo op dat je daar vanzelf aan gaat denken: Jezus nam het brood, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen. Hoe beeldend wil je het hebben?
De viervoudige schriftzin leert dat er ook nog een ethische kant is aan het verhaal. Bijbelverhalen willen iets bewerkstelligen, ze roepen een bepaalde reactie op. Als Jezus met ons het brood deelt, worden wij uitgedaagd om dat ook te doen. Delen is vermenigvuldigen, dat idee.
En om het viertal compleet te maken, de oude wijze kerkvaders en kerkmoeders wisten al dat een verhaal pas tot vervulling komt, als het je dichter bij God brengt. Dat noemen ze de mystagogische manier van lezen. Je wordt via de bijbel ingewijd in het geheim, het mysterie van God.

Al die aspecten spelen mee, het historische, het symbolische, het ethische en het mystagogische. Het is een vruchtbare oefening om aan de hand daarvan bijbel te lezen. De verhalen worden daar een stuk rijker van.

Het symbolische springt er vanmorgen uit, zeker op deze zondag waarop we de Maaltijd vieren, halverwege de vasten.
Ik wil daar nog iets meer over zeggen, in relatie tot het Marcusevangelie.
Want het verhaal over de vijf broden en de twee vissen komt in alle vier evangeliën voor. Maar Marcus heeft nog een tweede verhaal over het teken van de broden. Dat is opmerkelijk. Ik heb eerder beweerd dat het Marcusevangelie zo beknopt is. En dan gebruikt hij zijn beperkte ruimte om nog een tweede verhaal te vertellen dat een kopie lijkt van het eerste. Waarom is dat?

Niets in het evangelie is toevallig.
Wat lijkt op een zinloze verdubbeling, heeft een diepere betekenis. En dat zit in die getallen verborgen.
Het tweede verhaal in Marcus 8 is ogenschijnlijk een herhaling. Ook daarin is er een grote menigte bijeen. De mensen hebben honger en er is niet voldoende te eten. Er zijn slechts zeven broden en een paar visjes. Jezus doet hetzelfde als in het eerste verhaal, hij deelt en op wonderlijke manier is er genoeg voor iedereen. Er blijft opnieuw over, nu zijn het zeven manden en zijn er vierduizend mensen gevoed.

Kijk, alleen al aan het gegeven dat er telkens over is, en dat dit nadrukkelijk wordt vermeld, merk je dat het in het verhaal om meer dan historische feiten gaat. Als Jezus alleen zijn wonderkracht zou inzetten om een hongerige menigte te voeden, waarom moet er dan meer zijn dan nodig is. Dat is onnodige verspilling. Overijverig.
Maar dat is dus helemaal niet aan de orde. Juist die overdaad spreekt. En dat zit dus in de getallen. Op een voor het Marcusevangelie typische manier wordt dat duidelijk gemaakt.

Na het tweede verhaal van het brood, stapt Jezus weer met zijn leerlingen in de boot en vaart naar de overkant. Ik lees voor wat er dan staat (voor wie mee wil lezen, vanaf 8 vers 14):

14De leerlingen waren vergeten genoeg brood mee te nemen; ze hadden maar één brood bij zich in de boot.(….) ’ 16Ze hadden het er met elkaar over dat ze geen brood hadden. 17Toen hij dit merkte, zei hij: ‘Waarom praten jullie erover dat je geen brood hebt? Begrijpen jullie het dan nog niet, en ontbreekt het jullie aan inzicht? Zijn jullie dan zo hardleers? 18Jullie hebben ogen, maar zien niet? Jullie hebben oren, maar horen niet? Weten jullie dan niet meer 19hoeveel manden vol stukken brood jullie hebben opgehaald toen ik vijf broden brak voor vijfduizend mensen?’ ‘Twaalf,’ antwoordden ze. 20‘En toen ik zeven broden brak voor vierduizend mensen, hoeveel manden vol stukken brood hebben jullie toen opgehaald?’ ‘Zeven,’ antwoordden ze. 21Toen zei hij: ‘Begrijpen jullie het dan nog niet?’”

Ook hier weer, het typische onbegrip van de leerlingen. En de haast oneerlijke felheid van Jezus. Bedoeld om de lezers (wij dus) extra te prikkelen. Maar ook om te benadrukken hoezeer hier misschien wel het geheim van het evangelie, van wie Jezus is, zichtbaar wordt. Begrijpen wij het wel?
Niet zomaar. Dat moet je wel even uitleggen.

Let op de getallen. In het eerste verhaal zijn er vijf broden en twee vissen, waarmee een menigte van 5000 mensen wordt gevoed, terwijl er twaalf maanden overblijven. Hier zijn er zeven broden en wat visjes, 4000 mensen, en zeven manden over. De getallen vijf en twaalf verwijzen naar het volk Israël. De getallen zeven en vier hebben een wijdere betekenis. Zeven is het getal van de volheid en vier het getal van de aarde, de vier windstreken. Jezus geeft 4000 mensen te eten, uit de vier windstreken = de hele aarde.

Jezus deelt het brood voor de mensen van zijn eigen Joodse volk, maar evengoed voor alle mensen. Jezus is het levensbrood. Het ene brood dat de leerlingen bij zich hebben (vers 14). Hij deelt zichzelf. Hij deelt het dagelijks brood, het geeft het van God gegeven leven, voor alle mensen. En als Hij het deelt, dan is er genoeg voor iedereen, ja dan is er zelf over. Genoeg om verder te delen, dat is het ethische. In dat delen en in de overvloed ontdekken we het geheim van het brood van het leven, Jezus zelf. En zo komt het mystagogische erbij, voelt u wel?

Geef ons heden ons dagelijks brood.
of, zoals we nu bidden: geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.

Bij ons aan tafel hadden we er eentje die zei: maar ik lust helemaal geen brood.

Tja. Maar daar gaat het dus niet om. Het gaat om dat wat je nodig hebt. Waar een mens van leeft. Waar je op kunt teren. Waarmee je het uithoudt. Vandaag, en alle dagen. Dag aan dag.

Dat zit verscholen in dat brood uit het evangelie, uit de Bijbel, maar ook dat kleine stukje brood en die beker die wij straks rond laten gaan in onze eigen kring.

Een laatste opmerking.
In de vespers die we deze veertig dagen houden, zingen we iedere week het lied van de opgang, Alles wat over ons geschreven is (lied 536). Dat heb ik al jarenlang gezongen en pas nu trof me daarin één regel, dat komt natuurlijk ook omdat ik de hele week al met dat brood bezig was: Aan U, o Heer, ontleent het brood zijn leven.

Dat is het eigenlijk, in één zin, zoals alleen dichters dat kunnen.

Aan u, o Heer, ontleent het brood zijn leven.
Ons is een loflied in de mond gegeven,
sinds Gij de weg van ’t offer zijt gegaan.

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply B P 13/03/2018 at 19:09

    Mooi!

  • Laat een reactie achter