Artikelen

Bonifatius in Vries

Regelmatig is er in De Vriezer Cronieck aandacht besteed aan de dorpskerk van Vries. Dat is meer dan passend, want we hebben het hier over het oudste gebouw van ons dorp, dat tevens het meest beeldbepalend is. De kerk staat immers vanouds midden in het dorp.

Geschreven voor De Vriezer Cronieck, orgaan van de Historische Vereniging Oud Vries
Eén van de partners van het Bonifatiusfestival
(foto: comité Bonifatiusfestival)

Naar aanleiding van het dit voorjaar gehouden Bonifatiusfestival, in het kader van Tynaarlo Culturele gemeente van Drenthe, kreeg ik het verzoek om iets over Bonifatius te schrijven. Dat wil ik graag doen, als predikant die momenteel verbonden is aan de protestantse gemeente, de hoofdgebruikster van het gebouw. Ik doe dat wel met de waarschuwing vooraf, dat ik geen (kerk)historicus ben en dat er velen zijn die veel meer kennis van de geschiedenis van Vries en van haar dorpskerk hebben dan ik. Alles wat ik weet, heb ik van anderen geleerd. Maar dat geldt goedbeschouwd voor iedereen.

De geschiedenis van onze kerk gaat terug tot het einde van de 8e eeuw. Naar verluidt is in of omstreeks 775 op dezelfde plaats waar nu de dorpskerk staat een eerste houten kerk of kapel gebouwd. Volgens archeologisch onderzoek is er daarna nog een tweede houten kerk geweest voordat daarna al vrij snel een tufstenen gebouw is opgericht. Eind 11e eeuw heeft men de kerk gebouwd zoals we die vandaag de dag kennen. Dat wil zeggen wat betreft het schip van de kerk. Het zo karakteristieke koor met zijn bijzondere lichtinval is later aangebouwd, als vervanging van de halfronde uitbouw (absis). Dat is duidelijk te zien aan het verschil in bouwstijl. Het schip is romaans, het koor in gotische bouwstijl (ong. 1425). Over de (bouw)geschiedenis van de kerk (en toren) is veel meer te zeggen. Informatie daarover is te vinden in een handzame brochure (in 2016 herzien) die in de kerk verkrijgbaar is. Ook in de Cronieck is hierover eerder geschreven.

Maar waarom heet de kerk Bonifatiuskerk?
Alle kerkgebouwen werden gewijd aan een bepaalde heilige. Voor katholieke kerken geldt dat nog steeds. Voordat een kerk in gebruik kan worden genomen wordt de ruimte gewijd of ingezegend. Dat is ook met onze kerk gebeurd. Het inwijdingsritueel bestond onder andere uit het op twaalf plaatsen zalven en bekruizen van de muren. Op die plaats werd als herinnering een consecratiekruis aangebracht, waarvan er één momenteel nog zichtbaar is. Twaalf is uiteraard een symbolisch getal. Het verwijst onder andere naar het Bijbelse beeld van het hemelse Jeruzalem, de stad met twaalf poorten. De sacrale ruimte van de kerk symboliseert op allerlei manieren het geloof. Dat komt tot uitdrukking in de inrichting, voor wat betreft de plaatsing van altaar en doopvont bijvoorbeeld. Het komt tot uiting in de kleur van de zoldering – hemels blauw – en in de ligging van de kerk, gericht op het oosten (Oriënt in het Latijn, vandaar georiënteerd), daar waar het licht van de zon opkomt, symbool van de opgestane Christus.

Of de eerste houten kerk al meteen gewijd is geweest aan Bonifatius of aan een andere heilige, is bij gebrek aan geschreven bronnen niet meer te achterhalen. Veel is daardoor onbekend. De eerste vermelding van de kerk vinden we in een oorkonde uit 1139. De middeleeuwse oorkonden vormen een bron van informatie. Daaruit weten we ook dat er in die tijd naast het hoofdaltaar in het koor, twee zijaltaren zijn geweest. Het ene was zoals gewoonlijk gewijd aan Maria of Onze Lieve Vrouwe. Het andere, aan de zuidkant gepositioneerd, was gewijd aan Sint Bonifatius. In tenminste drie oorkonden uit resp. 1457, 1484 en 1497 wordt dit zogenaamde St. Bonifaas vicarie vermeld. We zouden dat tegenwoordig schenkingsakten noemen. Een bepaald vermogen (vicarie) wordt aan de kerk geschonken, waarvan de opbrengst bestemd is voor het levensonderhoud van de pastoor. Als tegenprestatie wordt bij het betreffende altaar gebeden voor het zielenheil van de schenker. Dat dit zijaltaar gewijd is aan Bonifatius is volgens deskundigen het bewijs dat dezelfde heilige de patroon of kerkheilige van Vries is. Toegegeven, het is een afgeleid bewijs, maar het komt toch redelijk plausibel over.
Dat vervolgens na de Reformatie – in Drenthe van hogerhand bij plakkaat afgekondigd in 1598 – niet alleen het altaar maar ook de naam van Bonifatius in verbinding met de kerk van Vries onderging, hoeft niet veel verbazing te wekken. De protestanten maakten immers een eind aan de heiligenverering die zij als een vorm van afgoderij zagen.
Pas in onze tijd, nu katholieken en protestanten al jarenlang oecumenisch contacten onderhouden, komt er binnen de kring van de protestanten meer waardering voor het gedeelde verleden. De waarde van oude (katholieke) rituelen wordt herontdekt en dat geldt ook voor de betekenis van de heiligen als inspiratiebron voor hedendaagse gelovigen. Vandaar dat we sinds een aantal jaren onze dorpskerk steeds vaker Bonifatiuskerk noemen. Op die manier drukken we de band met het verleden uit, De kerk staat in een lange, eerbiedwaardige traditie, en nog steeds, letterlijk en figuurlijk: midden in het dorp en midden tussen de mensen.

In Nederland zijn uiteraard meer Bonifatiuskerken te vinden. Soms heeft dat een relatie met de geschiedenis van die bepaalde plaats. Waarom de kerk in Vries nu juist aan deze heilige is gewijd, is niet bekend. Helemaal vreemd is het ook niet, als we bedenken dat de eerste kerk in Vries gebouwd is in of rond 775. In ieder geval als gevolg van de missioneringsbeweging die Bonifatius en zijn opvolgers in gang hebben gebracht. Als stichter van de eerste kerk wordt Willehad genoemd. Hij was evenals Bonifatius een Angelsaksische monnik, die een generatie later leefde en werkte. Bonifatius stierf de marteldood in 754 bij Dokkum. Willehad stierf in 789 als bisschop van Bremen. Van Willehad is bekend dat hij in de periode tussen 770 en 780 in Drenthe werkte, waarbij hij zijn arbeid vanuit Dokkum begon. Een sterk geromantiseerde 19e-eeuwse afbeelding van Willehad die het evangelie predikt aan de Drenten is te vinden in de Statenzaal in het Drents Museum. Of zijn missie in onze contreien succesvol is geweest, is niet helemaal zeker. Uit zijn heiligenleven, een levensbeschrijving die na zijn dood is opgesteld en moest dienen om zijn heiligverklaring te onderbouwen, wordt dat niet duidelijk. Ook niet of hij daadwerkelijk de stichter is geweest van de kerk van Vries. Dat zullen we wel nooit te weten komen. Maar ook hier geldt, dat het niet vreemd is om de naam van Bonifatius via zijn opvolger met de kerk van Vries in verband te brengen.

De belangrijkste vraag wat mij betreft is wie of wat we precies eren als we de naam van Bonifatius opnieuw gaan gebruiken.
Over Bonifatius is veel meer bekend. Zijn betekenis voor de kerstening van Noordwest-Europa is enorm geweest. Een korte samenvatting:
Hij werd als Winfried in 675 geboren in Crediton, Engeland, en werd door zijn ouders al jong naar het klooster gebracht, waar hij zijn vorming kreeg en carrière maakte als hoofd van een kloosterschool. Hij wilde echter op missie, naar het voorbeeld van de reizende monniken en in 716, hij was toen de veertig al gepasseerd, maakt hij zijn eerste reis over de Noordzee naar de Noordelijke Nederlanden dat toen Frisia heette. Dat liep op een debacle uit. Het volgende jaar was hij al weer terug. Hij besloot om eerst naar Rome te gaan om de medewerking van de paus te krijgen. Die kreeg hij, inclusief een nieuwe naam: Bonifatius, hij die het goede doet. Enkele jaren later kreeg hij na een tweede bezoek aan de paus in 722 de bijzondere opdracht om in de Germaanse gebieden de kerk onder het gezag van Rome te brengen. Hij deed dit voortvarend, ook dankzij de medewerking van de Frankische heersers. Zowel de paus als de Frankische koningen wilden hun invloedsgebied vergroten. Zo kon Bonifatius opereren onder de bescherming van machtige begunstigers.
Bonifatius was vooral een handige organisator met een groot en belangrijk politiek netwerk. Hij stichtte zelf kerken en kloosters en reorganiseerde de aanwezige kerkelijke structuur die vaak nogal wankel was. Zo zorgde hij ervoor dat het christendom in wat nu Duitsland is stevig geworteld raakte en stimuleerde hij de verdere kerstening van de gebieden aan de noordrand van het Europese continent.
Bonifatius werd ongetwijfeld gedreven door een oprecht christelijk ideaal maar tegelijk werd hij ook gebruikt – en liet hij zich gebruiken – door de toenmalige machthebbers. Na drie decennia was zijn invloed getaand.
Als hoogbejaarde man keerde hij terug naar de Nederlanden om zijn belangen te verdedigen bij de vacante bisschopszetel van Utrecht. Hij greep de gelegenheid aan om nog eenmaal een reis te ondernemen, naar het gebied van de Friezen, waar zijn missie ooit was begonnen. Of het was om zijn oude ideaal nog een keer vuur in te blazen, of omdat hij bewust de risico’s opzocht om zo de marteldood te sterven en daarmee een heilige status te verwerven zoals wel eens is gesuggereerd, is een vraag die we niet meer met zekerheid kunnen beantwoorden. Wel is duidelijk dat deze reis zijn laatste is geweest, want in 754 vond hij zijn einde in de buurt van Dokkum, onder nooit opgehelderde omstandigheden.
Het lichaam van de dode werd via Utrecht naar Mainz getransporteerd en vandaar in plechtige processie naar Fulda overgebracht, waar hij in de crypte van de kathedraal begraven ligt en nog steeds te bezoeken is.

Bonifatius is een heilige en heiligen worden vereerd. In de Reformatie hebben de protestanten daar flink afstand van genomen. Er waren veel bijgelovige praktijken ontstaan rond de heiligenverering waar de protestanten niets van moesten hebben. Inmiddels zijn we vijf eeuwen verder en zoals gezegd is er inmiddels weer meer waardering ontstaan voor het in ere houden van heilige mannen en vrouwen, van mensen die ons op de weg van het leven en het geloof zijn voorgegaan en tot voorbeeld en inspiratie kunnen dienen.
De lezers van dit blad zullen dat herkennen. Zij zijn immers ook geïnteresseerd in de geschiedenis. Het is belangrijk om te weten waar je vandaan komt, om je eigen verleden te kennen, om het heden op waarde te kunnen schatten en om zo de toekomst tegemoet te treden.

Wat betreft de figuur van Bonifatius heb ik het in de preek op de zondag van ons Bonifatiusfestival zo geformuleerd, en daar wil ik graag dit artikel mee afsluiten:

De geschiedenis is onuitputtelijk.
Je kunt er altijd op verschillende manieren naar kijken en over spreken.
Vandaag eren wij Bonifatius, de patroonheilige van deze kerk, en natuurlijk projecteren wij daar onze eigen ideeën en gedachten op, maar toch.
Ik zie hem graag als één van die mensen in een lange lijn en in een gevarieerde traditie, die op zijn manier en in zijn tijd gehoor heeft gegeven aan de opdracht van Jezus zelf, die we hoorden in het evangelie van deze zondag, om met het goede nieuws de wereld in te gaan, om volken tot leerlingen te maken en om de liefde voor elkaar en voor de minsten der mensen hoog te houden en dus in praktijk brengen. Want alleen zo zijn ze herkenbaar als leerlingen van de Heer Jezus Christus zelf. En die geschiedenis gaat altijd door.

 

Voor dit artikel heb ik gebruik gemaakt van:
– diverse artikelen over de kerk uit de Kroniek (met dank aan Jan Zuurd voor het beschikbaar stellen daarvan)
– Harry Kraai, De Dingspilkerk van Vries, uitgave in eigen beheer, 1989
– M.R. Hilbrandie – Meijer, Kerken in Drenthe. Beschrijving van 50 kerken en hun cultuurbezit, Stichting Drents-Overijsselse Kerken, Delden 1999
– Auke Jelsma, Bonifatius. Zijn leven, zijn invloed, Zoetermeer 2003
– Pierre Trouillez, De Franken en het Christendom (550-850), Utrecht 2016
– Bonifatiuskerk Vries, brochure van de Protestantse gemeente Vries, 1976 (herzien in 2016)
– Dirk Otten, Willehad. Een Angelsaksische missionaris in Drenthe op de grens van prehistorie en historie, Uitgeverij Drenthe, Beilen 2017

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter