Preken

Bezit of bezeten? Lucas 12, 13 – 21

De lezingen van deze zondag lijken op de actualiteit uitgekozen.

Deze week passeerden we op 29 juli de zogenaamde Overschrijdingsdag. In de krant stond het volgende bericht:
De organisatie Global Foodprint Network rekent jaarlijks uit op welke dag de mensheid de natuurlijke jaarvoorraad heeft verbruikt. Vorig jaar was dat op 1 augustus. Het ene land springt minder zuinig om met wat de aarde biedt dan het andere. Vandaar dat voor ieder land de datum van Earth Overshoot Day anders ligt. Nederland overschreed al op 4 mei de grens. Indonesië doet het veel beter: daar valt Overschrijdingsdag dit jaar pas op 18 december. We gebruiken dit jaar meer dan één aarde aan voedsel en natuurlijke hulpbronnen, 1,75 aarde om precies te zijn. (Trouw)

Gandhi zei ooit dat de aarde genoeg biedt voor ieders behoefte, maar niet voor onze begeerte. Maar toen hij die uitspraak deed, besloeg de wereldbevolking nog niet de helft van de ruim 7 miljard van nu. Het lijkt erop dat niet alleen het aantal mensen op aarde stijgt, maar ook dat onze begeerte steeds groter wordt en onverzadigbaar is.

Jezus zegt: Pas op, hoed je voor iedere vorm van hebzucht, want iemands leven hangt niet af van zijn bezittingen, zelfs niet wanneer hij die in overvloed heeft.
En de Prediker verzucht op zijn eigen manier (2: 1 – 11) dat alle genoegens die hij in ruime mate heeft gesmaakt en alle bezit dat hij heeft vergaard, geen bevrediging schenkt: ik zag in dat het allemaal lucht en najagen van wind was. Het had geen enkel nut onder de zon.

Wat moet je daar eigenlijk nog aan toevoegen? De boodschap lijkt zo helder als een klontje en actueler dan ooit. Bezit kan je in de weg zitten. Begeerte kan je zo in beslag nemen, dat je schade lijdt aan je ziel. Het zijn oude inzichten die je eigenlijk in alle grote religieuze tradities tegenkomt. Diep van binnen weten we dat zelf ook wel, dat geld niet gelukkig maakt en dat alle bezit maar dood goed is. Het laatste hemd heeft geen zakken. Dat soort alledaagse wijsheid. En toch lukt het ons niet altijd om daar ook naar te leven, persoonlijk niet en samen met elkaar al helemaal niet. We bewonderen de individuen die daar wel toe in staat zijn. We verbazen ons over de vrolijkheid van de armsten in Afrika of Azië, maar zelf…?

Een kennis van mij liet jaren geleden een huis bouwen. Hun eigen huis was al verkocht, dus gingen ze tijdelijk op een vakantiepark wonen. Dat duurde uiteindelijk bijna een jaar. Het hoognodige hadden ze meegenomen, de rest van de inboedel was opgeslagen. Na een jaar, toen hun nieuwe woning af was, zei hij tegen zijn vrouw: al die spullen die we het afgelopen jaar niet gebruikt hebben, kunnen we daar wel laten, want dat hebben we toch niet nodig… 
Om een of andere reden moet ik daar de laatste tijd vaak aan denken.
Wat een spullen heeft een mens, en wat heb je nou echt nodig?

We moeten nuchter genoeg zijn om niet te romantisch te worden. Tegelijk is het niet verkeerd om jezelf de levenslessen van Jezus voor te houden.
Kijk, bezit op zichzelf is niet het probleem. Maar als het bezit jou bezit, dan ben je een kritische grens over gegaan. Dan gaat het bezit je bezetten en word je bezeten. Dan wordt je hebzucht een obsessie, zoals voor die rijke man in de gelijkenis.

Toch, als je probeert het verhaaltje zo onbevangen mogelijk te benaderen, kun je ook zeggen: wat doet die man eigenlijk verkeerd? Hij heeft goed geboerd, daar heeft hij hard voor gewerkt. Natuurlijk ook een beetje geluk gehad, zoals iedere goede boer of ondernemer nodig heeft. Dat wil hij ook nog wel toegeven , het is niet alleen eigen verdienste, maar toch. De ene boer haalt meer van een hectare dan een andere. Hij weet hoe hij zijn landgoed moet onderhouden en laten renderen. Eerlijke handel.
En wat is er verkeerd aan dat hij nadenkt over wat hij met die grote opbrengst gaat doen. Hij breekt zijn oude schuren af en bouwt er nieuwe voor in de plaats. Hij durft te investeren als het kan, je klaar maken voor de toekomst. Je wilt toch ook niet dat de opbrengst vanwege ondeugdelijke opslag voor een deel verloren gaat?
(Even tussen twee haakjes. Een groot deel van de voedselverspilling op wereldschaal wordt daardoor veroorzaakt, heb ik ooit in een lezing van een agronoom gehoord. Doordat voorraden verrotten op havenkades, vanwege logistieke problemen, door gebrek aan goede opslagvoorzieningen, en zo voort).
Nee, dan deze rijke man uit de gelijkenis. Hij heeft een florerend bedrijf omdat hij wel vooruitkijkt en vooruitdenkt. Hij treft maatregelen en laat het niet op zijn beloop. Hij zit er bovenop. Wat doet hij verkeerd?

De gelijkenis gaat verder als Jezus vertelt dat op dat moment, als de boer denkt zijn schaapjes op het droge te hebben, God hem in die nacht zijn leven terugvordert, zoals er staat. Hij sterft in één moment. Wat heb je dan aan al die aardse schatten?

Maar is dat niet een heel erg akelig voorbeeld. Een vorm van bangmakerij. Als je het die rijke man zou hebben gevraagd, dan zou hij ook heus wel hebben geweten dat je van het ene moment op het andere het leven kunt laten. We zijn allemaal sterfelijk, dat weet iedereen. Maar dat betekent toch niet dat je alleen dáár maar aan moet denken, dat die wetenschap je leven moet bepalen. Dan ben je bezeten van doodsangst en zou geen mens nog meer iets durven ondernemen. Wat wil Jezus nu precies duidelijk maken?

Er zijn, denk ik, tenminste twee valkuilen bij de uitleg van deze en vergelijkbare gelijkenissen. De eerste is die van het moralisme. De tweede die van het individualisme.
Je maakt het verhaal te plat, als we er alleen een moralistisch lesje aan overhouden. Hebzucht is verkeerd. Foei. Nee, het gaat een graadje dieper. Natuurlijk zit er een morele les in verscholen over het gevaar van de hebzucht, maar het gaat ook breder om een levensles, een levenswijsheid.

Het is een gelijkenis, een verhaal, maar let eens op hoe deze rijke man wordt neergezet. De manier waarop Jezus hem portretteert laat duidelijk uitkomen hoezeer deze mens in beslag genomen wordt door zichzelf en zijn eigen zaken. Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte genoeg… Hij overlegt met zichzelf. Dat zal ik doen; ik breek mijn oude schuren af en bouw grotere, waar ik al mijn graan en goederen kwijt kan, en dan kan ik tegen mijzelf zeggen, enzovoort.
Alles wat de man zegt en doet is een soort samenspraak met zichzelf. Hij draait rond in zijn eigen cirkeltje. Er is geen enkel ander referentiepunt voor zijn overwegingen. Het is me, myself and I, ik, ik en ikke.
De manier waarop deze man getekend wordt, is veelzeggend. Hij spreekt over zichzelf en dan wordt het woord ‘ziel’ gebruikt. Zo stond het ook in de oude vertaling: En ik zal tot mijn ziel zeggen, Ziel, gij hebt vele goederen liggen…. Achter de huidige vertaling klinkt de geladen Bijbelse taal mee. Dat is het niveau van die diepere levensles. Ziel, dat is je binnenste kern, je diepste wezen, je identiteit. Ziel, dat is hier het zo nadrukkelijk gekoesterde ‘ik’ van deze fictieve man. Maar hoe herkenbaar. De mens die zo geobsedeerd is door zichzelf en zijn bezit, dat hij ieder oog voor het andere, voor de ander, voor meer dan brood alleen, verloren heeft.

Maar: je ziel, is niet je eigen bezit. Daarom wordt in dezelfde nacht zijn leven – zijn ziel staat er letterlijk –  van hem teruggevorderd.
Dwaas, wordt hij genoemd. En de dwaas is in de Bijbel niet de dommerik, niet iemand zonder verstand, maar een mens zonder geloof. De dwaas zegt in zijn hart, er is geen God, staat er in de Psalm – de dwaas is de mens die zijn eigen gang gaat, die zijn eigen ondergang gaat.

Kijk naar de rijke man. Hij denkt vanuit zichzelf en aan zichzelf. Dat is zijn leefwereld, zijn referentiekader. Als een beeld van de mens van deze tijd? Van de manier waarop wij de wereld en de economie hebben ingericht? Uit eigen belang, op korte termijn, zonder oog voor de gevolgen voor anderen of voor komende generaties?
De rijke man in de gelijkenis mag dan hard werken, hij verzamelt schatten voor zichzelf, staat er en dat staat letterlijk tegenover het rijk zijn bij God (of naar God toe). Welke richting gaat het op met jouw leven, naar jezelf toe of naar God en de ander toe? Het eerste is hebzucht, het andere is godsvrucht.

Maar nu is er tenslotte nog die tweede valkuil, die van het individualisme. Dan gaan we zo’n verhaal toch weer uitleggen als iets wat op het niveau van de persoonlijke levenskeuze speelt. Dat is ook zo, maar er is meer. Want hebzucht is niet slechts een individuele ondeugd, het is een houding die wij wereldwijd in ons systeem van economie hebben ingebouwd. Groei is het nieuwe evangelie. We worden aangemoedigd en verlokt om steeds meer te consumeren, te produceren.
Daarover is veel meer te zeggen, dan ik hier kwijt kan en ook kwijt wil, want de preek is daar niet de plek voor. Maar we begonnen met het actuele nieuws van de Overschrijdingsdag, die ieder jaar vroeger valt, en dat heeft alles te maken met een economie die geobsedeerd is door groei, steeds meer en steeds groter. Het nieuwe geloof, waar we met elkaar aan ten ondergaan.

In dat licht klinkt de waarschuwing van Jezus actueler dan ooit:
Pas op, hoed je voor iedere vorm van hebzucht
, zegt hij, want iemands leven hangt niet af van zijn bezittingen. God zij dank.

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter