Preken

Berichten uit de krant, Lucas 13, 1 – 9

Hoe begin je een preek?
Lang geleden las ik eens in de krant dat een dominee uit de zware hoek van de kerk het afkeurde dat veel predikanten hun preek beginnen met … een bericht uit de krant. Dat is fout, vond hij, want je moet altijd met de Bijbel beginnen. Daar heeft hij een punt. De grap is natuurlijk dat ik dat in de krant las… Beetje flauw?

Het Bijbelgedeelte dat we vandaag overdenken begint er mee, dat er een paar omstanders naar Jezus toekomen met de krant in de hand. Dat staat er niet letterlijk, maar je zou het voor kunnen stellen. Immers ze wijzen Jezus op een gebeurtenis die de gemoederen op dat moment bezighoudt. Het staat er wat geheimzinnig: een bericht over Galileeërs van wie Pilatus het bloed vermengd had met hun offers. Wat betekent dat? Ik kom daar zo op terug. Terwijl Jezus daar op reageert, haalt hij zelf een ander bericht uit de actualiteit aan. Over achttien slachtoffers bij de instorting van de Siloamtoren. Bedrijfsongevalletje met noodlottige gevolgen, of is er meer aan de hand?
Het zijn berichten uit de krant van het jaar nul. Maar belangrijk genoeg blijkbaar om niet alleen in de krant, maar ook in de Bijbel te worden opgenomen. Waarom is dat?

Zoals zo vaak, helpt het als je kijkt naar het verband waarin dit allemaal wordt verteld.
Het gaat in dit gedeelte over de noodzaak om tot inkeer te komen. Dat is het punt dat Jezus tweemaal benadrukt. Als jullie niet tot inkeer komen.. Het klinkt nogal streng en zo is het ook bedoeld, streng in de zin van urgent.
Hiervoor heeft hij een lange redevoering gehouden waarvan de strekking is: let op de tekenen des tijds – hoe kan het dat jullie deze tijd niet kunnen duiden? vraagt Jezus, in de huidige vertaling. Ook hier klinkt urgentie in door.

Als je nog een stap achteruit zet, en het hele panorama van het evangelie overziet, kun je zeggen: Jezus is al vanaf het begin bezig om de mensen tot inkeer te brengen. Hij is in het evangelie onderweg, met een wonderlijke gedrevenheid om de liefde van God te demonstreren, in woord en daad. Goed nieuws voor de armen. Bevrijding voor wie gevangen zit (vgl. Lc. 4: 18v). En we hebben inmiddels begrepen dat zijn einddoel Jeruzalem is. Om daar die boodschap van bevrijding in het centrum van het land te verkondigen.

We zijn nu op het punt in dat verhaal, waarin steeds duidelijker wordt dat die missie een eigen urgentie heeft. Dat het zijn leven zal kosten, maar dat in de gebeurtenissen die noodzakelijk plaats moeten vinden, het echte geheim van het leven te vinden is.
Dat is precies wat we ieder jaar weer in deze periode van de veertigdagen na beleven. Het is ook de reden dat deze lezing uit Lucas iedere keer wordt op dit moment in die 40dagen wordt gelezen. Alles staat in het teken van de missie van Jezus, van de urgentie die daarvan uitgaat, en waarin wij worden betrokken, dat is essentieel om het te begrijpen: als jullie niet tot inkeer komen… kunnen jullie deze tijd niet duiden?… Het is een oproep aan ons, aan iedere gelovige in iedere generatie opnieuw.

Goed, na uitgezoomd te hebben, zoomen we nu weer in. Wat staat er in de krant? Het bericht over Pilatus die het bloed van Galileeërs heeft vermengd met hun offers. Waar gaat dit over?
Dat weten we niet precies.
Er is een uitleg die zegt dat die Galileeërs waarschijnlijk opstandelingen zijn geweest, die in de tempel een actie hebben willen uitvoeren, die door Pilatus – lees de Romeinse machthebbers – in de kiem is gesmoord. Een verijdelde terroristische aanslag? Of een soort zelfmoordcommando van Galileeërs – Galilea is een broeinest van verzet tegen de Romeinen – die als martelaren zijn gestorven voor de goede zaak?
We weten het niet precies, ook omdat er buiten deze vermelding niets over bekend is in de officiële annalen.

Komen ze bij Jezus om hem uit de tent te lokken? Om hem een uitspraak over deze actie te laten doen, kritisch op de Romeinse bezettingsmacht of juist op de revolutionairen; om Jezus kleur te laten bekennen? Ook dat wordt niet duidelijk.
Feit is wel dat de reactie van Jezus op een ander aspect ingaat. Denken jullie dat deze Galileeërs grotere zondaars waren dan andere Galileeërs? Nou nee, eigenlijk hadden we daar geen moment aan gedacht. Is dat wel een antwoord op de vraag?
Jezus gaat door met het aanhalen van dat andere krantenbericht, over die slachtoffers bij de toren van Siloam. Ook daar weten we het fijne niet van, maar het maakte toen kennelijk nogal indruk. Wat wil je ook, achttien bouwvakkers dood. Bedrijfsongeval op de bouwplaats. Of gaat het hier om een verdedigingstoren, een militair object in het bolwerk van Jeruzalem, zodat aan dit bericht ook een politieke kant zit? Vragen zonder definitief antwoord, misschien ook niet van het hoogste belang. Want opnieuw koppelt Jezus deze gebeurtenis aan de vraag of deze slachtoffers schuldiger waren dan alle andere mensen in Jeruzalem. “Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij”.

De reactie van Jezus komt op ons vreemd over. Praat hij er niet langs heen? Is dat nu het punt dat de vragenstellers bezighoudt? Wij zouden daar niet op gekomen zijn.
Als wij onder de indruk zijn van berichten in onze krant, over aanslagen, over doden bij een terroristische actie of een vermeend terroristische actie; als wij dagelijks het nieuws verstouwen over noodlottige ongevallen al dan niet door menselijke schuld of nalatigheid of onvoorzichtigheid, dan vragen we ons niet of dat is omdat dit zondige mensen zijn, en wij die de dans tot nu ontspringen niet. Dat is een volkomen andere denkwereld, toch.

Er blijft iets mysterieus rond deze fragmenten hangen.
Op de achtergrond speelt mee dat de mensen in die tijd dachten dat wat je overkomt een gevolg is van je gedrag. Dat is trouwens van alle tijden, om dat te denken. Boontje komt om zijn loontje, zeggen wij. Wie goed doet, goed ontmoet, enzovoort.
Maar het gaat mis, als je dat omkeert. Dan is de redenering dat als jou iets slechts overkomt – een ongeluk, of ander onheil – dat dan ook wel te wijten zal zijn aan je schuld, of je zondigheid, ook al ben je je van geen kwaad bewust. Dat is de denkwereld die hier meespeelt, en waarvan Jezus dus op zijn manier afstand van neemt. Denk niet dat je meer bent, of onschuldiger bent, dan al die anderen ongelukkigen. Nee, het gaat erom dat je tot inkeer komt.

In dat verband staat dan ook de gelijkenis, de korte parabel, die hierop volgt. Over de onvruchtbare vijgenboom. Want een gelijkenis wordt altijd verteld naar aanleiding van het voorafgaande.
Het is een eenvoudig beeld. De vijgenboom die al drie jaar geen vrucht geeft. De eigenaar is er klaar mee. Hak hem om, want hij dient tot niets. ‘Waarom zou hij de grond nutteloos beslaan’ (NBG)?
Maar dan is er gelukkig die wijngaardenier, die de wijngaard dagelijks onderhoudt. ‘Gun hem nog een jaar rust. Ik zal ondertussen de grond nog eens omspitten, opnieuw bemesten, misschien helpt het. Je kunt nooit weten, die bijl kan er altijd nog in, maar toe, nog een jaar, nog een laatste kans…’

De wijngaardenier is niet van gisteren, die beseft ook wel dat het niet mee zal vallen de vijgenboom alsnog vrucht te laten dragen. Hij houdt er rekening mee dat het na een jaar alsnog einde verhaal is. Maar het verschil is, dat hij ook nog rekening houdt met die andere mogelijkheid, dat het toch nog wat worden kan, dat eens onvruchtbaar niet betekent altijd onvruchtbaar.
Het verschil is, dat hij wil uitgaan van wat er wél kan, van wat er met wat extra zorg en aandacht nog wél mogelijk is. Zoals ook wij graag zelf behandeld willen worden, immers. Niet vastgepind op ons onvermogen of op onze tekortkomingen, maar aangemoedigd op onze veranderpotentie, ons vermogen om te groeien.

We noemden al dat Jezus hier spreekt over de tijd duiden, de tekenen van de tijd te verstaan.
Voor wie het interessant vindt, in het Grieks heb je twee woorden voor tijd – u weet dat wellicht. Chronos, dat is de meetbare tijd – kloktijd (het is bijna tijd om de preek af te ronden). Dat andere woord is Kairos, dat zoveel betekent als het geschikte moment, de juiste tijd. Dat woord wordt hier gebruikt. Het gaat om de urgentie van onze eigen levenskeuze, in deze veertigdagentijd.

In dit verband en in deze gelijkenis, is de wijngaardenier degene die model staat voor de oproep om tot inkeer te komen. Het thema van het evangelie van deze zondag. Hij oefent geduld, hij heeft clementie, zorgzaamheid en aandacht, echte aandacht. En dat is heilzaam, want alles wat aandacht krijgt, groeit.

Is dat wat de Bijbel genade noemt? De tijd van de genade, de tijd om tot inkeer te komen, om de goede beslissing te nemen? De tijd van ons leven.

Laten wij dan de tekenen van de tijd verstaan, door in de missie die Jezus gaat volbrengen, mee te gaan en mee te gaan doen. Dat we tot inkeer komen en gaan groeien, in geloof, hoop en liefde.
Dan zal de boom vrucht dragen.

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply kees verdouw 06/04/2019 at 06:29

    Dag dominee,

    Hier kom ik de week wel weer mee door. . . .

  • Laat een reactie achter