werkverslag 2010 – 2011

Werkverslag wijkpredikant protestantse gemeente Assen – Noord  2010 – 2011
Ds. Bert Altena

Bladerend door mijn agenda’s noteer ik opmerkelijke gebeurtenissen uit het afgelopen winterseizoen. Ieder jaar verzamel ik zo de bouwstenen voor het werkverslag. Telkens ervaar ik dan dat er veel gebeurt in één seizoen en dat de dagelijkse praktijk van een wijkpredikant zeer gevarieerd is.
In het onderstaande geef ik een beknopt overzicht van mijn belangrijkste werkzaamheden. Om u (en mijzelf) inzicht te geven in wat er zoal gebeurt – en wat er niet gebeurt. Om u, vooral als u betrokken bent bij de wijkgemeente, gelegenheid te geven te reageren op wat eventueel anders of beter kan. Want het werkverslag is voor mij ook altijd bedoeld als instrument om daar met elkaar het gesprek over aan te gaan.

 Het werk van een predikant bestaat voor een belangrijk deel uit reguliere werkzaamheden als het voorgaan in zondagsdiensten en het omzien naar gemeenteleden die daar om wat voor reden ook behoefte aan hebben. Daar omheen is een bepaalde vergader- en overlegstructuur (wijkkerkenraad, werkgroepen, collegiaal overleg).
Daarnaast zijn er taken waar je min of meer voor kiest. Het zijn accenten die je zelf zet, naar gelang je interesse.
Bijvoorbeeld: Iedere predikant doet iets aan vorming en toerusting (V&T), maar wát je daarin doet, dat bepaal je zelf. Zo koos ik voor (opnieuw) een cursus met een filosofische insteek. Vier avonden over ziel en zaligheid, een kring die twee keer heeft gedraaid vanwege goede belangstelling. We bespreken een filosofische tekst met raakvlakken op het brede gebied van zingeving.

jongerendebat

Ander voorbeeld: Iedere predikant heeft taken buiten de eigen wijk (of stad). Zelf kies ik er voor actief betrokken te zijn bij het Platform Levensbeschouwelijke Organisaties in Assen. We organiseren regelmatig ontmoetingen. Hielden een succesvol jongerendebat in samenwerking met het jongerenwerk van de gemeente Assen. In mei was er voor de tweede keer een Open Huis waarbij tal van aangesloten organisaties bezocht konden worden.

Zo kies ik er ook voor om me in te zetten voor de werkgroep Economie en Geloof. We organiseerden opnieuw een dankdaglezing, dit maal met weerman Reinier van den Berg (+200 bezoekers). Samen met een lid van de werkgroep bezocht ik in Dieren de landelijke dag voor kerken die met duurzaamheid bezig zijn. De lampen in de Opstandingskerk zijn deze winter vervangen voor energiezuiniger exemplaren.  Met de gemeente Assen wordt samengewerkt in een project om energie te bezuinigen. We streven ernaar om de Protestantse Gemeente Assen aan het predicaat Fair Trade-gemeente te helpen. Genoeg activiteiten dus, hoewel we ook ervaren dat het thema ‘duurzaamheid’ binnen de kerk een zekere weerbarstigheid heeft.

Een andere bovenwijkse taak is voor mij het voorzitterschap van het Missionair Beraad. Het MB organiseert enkele vaste activiteiten, met name het scholenproject is een succes. Daarnaast brengen we een folder uit voor recreanten in en om Assen. Met een kleine werkgroep zijn we nu bezig om een aantal zingevingsbijeenkomsten voor te bereiden (Zin op Zondag) die het volgend seizoen gehouden gaan worden. Ik vind het leuk om daaraan mee te werken. Het maakt de nodige creativiteit los. Benieuwd of de formule gaat aanslaan.

Een nieuwe activiteit waar ik in het afgelopen seizoen voor gekozen heb, is het voorzitterschap van de provinciale Raad van Kerken Groningen – Drenthe waarvoor ik gevraagd ben. De raad vergadert slechts enkele malen per jaar en heeft vooral een coördinerende functie. In dat kader bezocht ik enkele bijeenkomsten, in Westerbork, Utrecht (oecumenelezing) en Drachten.

Een andere activiteit, die ik in het afgelopen jaar verder heb uitgebouwd, is het onderhouden van mijn eigen website. Ik ervaar dat inmiddels als een deel van mijn dagelijks werk. Per week schrijf ik twee tot drie keer op mijn blog. Daarnaast plaats ik er artikelen, preken en recensies. Soms geeft een stukje aanleiding tot discussie. De site wordt meer gelezen dan dat er direct op wordt gereageerd. Dat er wekelijks rond de 700 bezoekers zijn, is stimulerend genoeg om er mee door te gaan. Ik denk nog na over hoe ik mijn aanwezigheid in de sociale media zou kunnen verbeteren, mede naar aanleiding van het Handboek Kerk en Internet. Bij de presentatie van dat boek in Utrecht was ik aanwezig, maar twitterde toen nog niet mee…

lampen vervangen

Van al deze activiteiten (platform, economie en geloof, raad van kerken, website) geldt dat ze tot het predikantswerk behoren, maar dat niet iedere predikant dit soort keuzes maakt. Ieder zet eigen accenten, die te maken hebben met je belangstelling maar ook met je visie. Als ik het voor mijzelf probeer te formuleren, dan vind ik het dus belangrijk dat je als predikant (kerk) gericht bent op wat er in cultuur en samenleving speelt en dat je je sterk maakt voor het leggen van verbindingen tussen groepen.

Binnen de wijkgemeente laat ik me leiden door vergelijkbare motieven. Het verlangen ons als gemeente meer te openen voor de wijk, blijkt nog lastig in te vullen te zijn. Belangrijke initiatieven zijn de deelname aan de Open Kunstroute, in juni voor de tweede achtereenvolgende keer, en het project Samen eten smaakt naar meer, dat al een aantal jaren loopt (ieder jaar probeer ik één keer mee te eten). Maar het lukt nog niet goed om ons regelmatig in de wijkkrant te presenteren. Misschien dat het a.s. lustrum (ik heb in de aanloop een paar keer meegedacht met de commissie) wel een goede gelegenheid biedt om nadrukkelijker de directe omgeving van de Opstandingskerk erbij te betrekken.
Naast de reguliere zondagsdiensten, heb ik me ingezet voor de gezamenlijke viering met de ZevendeDagAdventisten (januari). De aanleiding was dat zij in ons gebouw hun congres hielden. Voor velen (ook voor mij) was het een nieuwe ervaring om met deze groep gelovigen te vieren en van hen te leren.
Bijzonder vond ik ook het bezoek in één van onze diensten van mw. Ruth Mompati, burgemeester van Naledi (ZA) waar de gemeente Assen mee gelieerd is. Indrukwekkende vrouw met een overtuigend verhaal tegen apartheid en verdeeldheid.

Samen met collega Roeland Busschers hebben we de jaarlijkse gemeentezondag ingevuld, rond het jaarthema Geloven is samen… Voorafgaand waren er drie voorbereidende avonden. Het geeft gelegenheid om wat met vorm en inhoud te experimenteren. De avonden worden als zinvol ervaren. Toch is het bereik, van avonden en zondagsdienst, vrij gering. In hoeverre kun je dan van gemeentezondag spreken?

bezoek uit zuid-afrika

In het algemeen geldt dat steeds meer als vraag: wie of wat is eigenlijk de gemeente? Er zijn allerlei onderlinge contacten, maar volgens mij niet zoiets als een gezamenlijk gemeentegevoel. Het is ook de vraag of je zoiets wilt. Wat is de sociale functie van onze wijkgemeente?

Andere activiteiten in de wijk waren:
* Kort project met de kinderen ter voorbereiding op de Stille Week. In drie bijeenkomsten bespraken we achtergrond van de verschillende vieringen. De kinderen deden als lector actief mee in de dienst van Goede Vrijdag. Helaas was de opkomst aan de lage kant.
* Tweemaal heb ik de ouderenmiddag verzorgd. In het najaar ging het over het onderwerp Hoe maak ik een preek?. In het voorjaar hadden we gekozen voor Leven met de eindigheid. Het bleek een thema te zijn dat aanleiding gaf tot een goed gesprek. Overigens is dit een activiteit met een goede belangstelling.
* In de Peelerhof verzorg ik gewoontegetrouw een aantal keren een inleiding op de ontmoetingsmiddagen. Het ging onder andere over de getallensymboliek in de bijbel en over achtergronden bij sommige liederen uit het Liedboek. Twee maal per seizoen vieren we het avondmaal. Het zijn altijd goede bijeenkomsten, vind ik.
* Naast de zondagsdiensten zijn er ook altijd bijzondere diensten ter gelegenheid van huwelijk of overlijden. Het aantal schommelt maar zo gemiddeld heb ik in een seizoen 10 van dit soort gelegenheden, dus dat valt behoorlijk mee als je het met andere collega’s vergelijkt.

doopdienst januari

* Het bezoekwerk heeft tot en met april 175 contacten opgeleverd. Als je rekening houdt met mijn studieverlof vanaf mei, dan is dat ongeveer een voor mij normaal aantal. De aard van de contacten en gesprekken zijn uiteraard heel divers. Voor een deel geldt dat het contacten zijn die al langer bestaan (onderhoudspastoraat). Gelukkig is de aard van onze gemeente zo, dat je ook altijd nieuwe contacten hebt, soms eenmalig, soms uitlopend in een regulier contact. Toch blijft gelden wat een ervaren collega eens tegen mij zei, toen ik net begon als predikant: ‘Voor de meeste mensen ben je niet meer dan een schip dat passeert in de nacht’.
* Daarnaast ben ik bij de vergaderingen van de werkgroep Pastoraat aanwezig. Een paar avonden in het jaar besteden we helemaal aan de toerusting van vrijwilligers. We bespreken een paar casussen en dat levert altijd boeiende gesprekken op.
* Bij de gebedsgroep, die sinds dit seizoen niet meer in de kerk maar bij één van de leden thuis samenkomt, ben ik één keer geweest om mee te doen. Het is bijzonder dat deze activiteit, die door een paar mensen gedragen wordt, doorgaat.
* Het was de bedoeling dat ik als een soort stand-in nog zou meedraaien bij de 17+-groep, maar daar is niets van gekomen. Vandaar dat ik dit jaar geen directe bemoeienis met de catechese heb gehad. Eigenlijk voelt dat wel raar. Toen ik als predikant begon (‘opa vertelt…’) had je een halve middag en hele avond verschillende groepen catechisanten continu achter elkaar, en dat op een dorp! Nu in onze doorsnee jonge wijk in een behoorlijk groot stadsgebied, is er nauwelijks meer iets dat op de ouderwetse catechisatie lijkt. Is dat erg?  

Wat betreft de V&T-activiteiten die ik organiseerde, valt nog te melden:
* Een gesprekskring rond het boekje Ethiek onderweg van Gerrit de Kruijf.. Maandelijks op een ochtend. Het waren leuke gesprekken, maar ik had eerlijk gezegd wat meer opkomst verwacht. Ik had deze activiteit bewust overdag gepland, vanuit de gedachte dat het voor sommigen (ouderen) bezwaarlijk is om in de winter ’s avonds de deur uit te gaan. Verkeerde inschatting?
* Een archeologische wandeling met kerkhistoricus Gert van Klinken langs Rolde en Kampsheide op de middag van de laatste zondag van het kerkelijk jaar (15 deelnemers).
* Een avond met collega Jan Eerbeek over het justitiepastoraat (30 deelnemers).

 Zelf bezocht ik, naast het al vermelde, o.a.
* Een avond met Dries van Agt over het onrecht dat de Palestijnen ondervinden van de staat Israël (Rolde).
* Een studiedag De kracht van de compassie (Amsterdam).
* Een avond van het Oecumenisch Leerhuis met pastor Marinus van den Berg (Assen).
* Een studiemiddag Eindigheid en spiritualiteit in de geestelijke gezondheidszorg (Groningen).
Theater- en filmbezoek blijven hier onvermeld, want dat heeft niet met mijn werk te maken, al waren er soms raakvlakken. Zo was ik ook bij het concert van El Elohim in maart. ‘Ben je hier nu voor je plezier, of is dit werk?’ vroeg in de pauze iemand die ik uit een ander verband ken. Gewetensvraag. Ik heb maar eerlijk geantwoord dat het half om half was. Als predikant leer je om van tijd tot tijd het nuttige met het aangename te verenigen.

Niet alles is in dit verslag vermeld, maar het belangrijkste lijkt me wel genoemd. Vanaf 1 mei ben ik met studieverlof. Daarvan zal ik na afloop apart verslag doen.

Ten slotte. Ik doe mijn werk met vreugde. Dat komt deels door wat ik aan het begin constateerde: dat het werk gevarieerd is en dat er in contacten met mensen van alles gebeurt wat mij inspireert en motiveert. Als predikant ben je dikwijls bezig met thema’s die raken aan de diepere zin van het bestaan. Door je inzet en aanwezigheid kun je voor anderen soms van betekenis zijn. Het is fijn als je dat laatste van tijd tot tijd ervaren mag. Ik dank dan ook allen die zich bij mijn werk (en bij de kerk) betrokken voelen voor hun vertrouwen. Ik sta graag open voor uw reacties.

3 Responses to werkverslag 2010 – 2011

  1. Bert de Vries says:

    Opnieuw een indrukwekkende lijst. Maar ook leuk om dingen te lezen waar jezelf ook bij betrokken bent. Er is weer veel gebeurd en van sommige dingen weet ik hoeveel tijd dat vaak vraagt dus opnieuw een indrukwekkend verslag. Bedankt Bert voor het vele werk en de mooie beschrijving. En ga door met je weblog.
    Bert de vries.

  2. Ria van der Ploeg-Spijk says:

    Dag Bert,
    Je bent heel druk geweest.
    Vond het bijzonder dat je met bouwstenen begon.
    Zelf ga ik met een bouwstenen bijbelcursus beginnen.
    Ook fijn dat je de gebedsgroep nog noemde.
    We putten kracht uit dat God ons hierin leid.
    Ik wens je de Zegen van God toe in je werk en dat je straks weer bezield in de gemeente mag werken

    Groet Ria van der Ploeg

  3. Janny Veldwisch says:

    Dag Bert,
    wat een opsomminng van activiteiten. Ik ben er elke keer weer van onder de indruk hoeveel werk jij verzet (ook buiten de wijk) in de tijd die je tot je beschikking hebt! Je hebt erg veel talenten en één daarvan moet wel time-management zijn.
    Ik wil graag reageren op onderstaand stukje tekst van je:

    “In het algemeen geldt dat steeds meer als vraag: wie of wat is eigenlijk de gemeente? Er zijn allerlei onderlinge contacten, maar volgens mij niet zoiets als een gezamenlijk gemeentegevoel. Het is ook de vraag of je zoiets wilt. Wat is de sociale functie van onze wijkgemeente?”

    Dat een gemeentezondag niet zo aanslaat heeft volgens mij meer te maken met de vorm waarin het wordt gegoten, dan dat mensen geen gemeentegevoel zouden hebben. ‘Experimenteren’ is volgens mij niet de meest voorkomende behoefte van kerkmensen. ‘Gedwongen’ met elkaar in gesprek gaan, is voor velen ongemakkelijk. Voor mij is gemeentegevoel, dat je je met elkaar verbonden voelt.

    Dat jij het gemeentegevoel betwijfelt en misschien ook zelf niet hebt, wil nog niet zeggen, dat het er niet is. Velen ervaren, binnen de gemeente, verbondeheid met elkaar. Een paar voorbeelden:
    1. Meelevende gemeenteleden die verhuizen naar een ander deel van Assen laten zich nogal eens terug overschrijven naar Assen-Noord.
    2. Als een gemeentelid overlijdt en de gemeente is hiervan op de hoogte wordt de rouwdienst door veel gemeenteleden bezocht en dat zijn echt niet allemaal persoonlijke vrienden. Het ontroert mij vaak als we elkaar in die omstandigheden ontmoeten.
    3. Heel persoonlijk, hebben wij de afgelopen twee jaar, waarin we in nare omstandigheden waren, veel aandacht en bemoediging van gemeenteleden ontvangen. Elke zondag werd ernaar gevraagd en we ontvingen veel kaarten.
    4. Het moment van Samen eten eens in de zes weken is een groot succes. En, ja de mensen die elkaar daar ontmoeten hebben iets met elkaar. (Lees ook eens het verslag hiervan door ds. Jan Wessel in het Kerkblad)
    5. Als ik (en ik weet het ook van anderen) een aantal weken niet in de kerk kom, mis ik vooral ‘de gemeenschap’ en het doet altijd weer goed om er daarna weer te zijn.
    6. Het koffiedrinken na de dienst: nee, lang niet iedereen blijft, maar de mensen die dat wel doen, zouden het niet graag missen. En dat gaat niet om de koffie!

    Ik weet echt niet wat er meer moet gebeuren om een gemeentegevoel op te merken.
    Dat het meer kan zijn, weet ik ook wel, maar dat het er niet zou zijn?
    En ik vind het heel jammer dat jij daar zelf kennelijk te weinig van signaleert.
    Wat zou je zeggen over die grote hoeveelheid bezoeken aan je website, zouden dat geen gemeenteleden zijn, die benieuwd naar je zijn?
    Dat weinig mensen reageren, wil niet zeggen, dat ze zich niet met je verbonden voelen.

    Ik wens je, nu na je lange periode van verlof en vakantie, een heel goed nieuw seizoen met veel momenten van verbondenheid tussen gemeenteleden onderling en ook met hun predikant(en). Is dat niet de sociale functie van een gemeente?

    Hartelijke groet,
    Janny

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>