Artikel geschreven ter gelegenheid van 20-jarig bestaan Kerkblad Assen
Een jubileum nodigt uit om niet alleen terug te blikken, maar ook om vooruit te kijken. Hoe zal het Kerkblad zich ontwikkelen? Hebben kerkbladen in het algemeen hun langste tijd gehad? Hebben we over weer eens twintig jaar nog steeds zoiets als een kerkblad?
Het is altijd wat hachelijk je aan dit soort bespiegelingen te wagen. Ze hebben een hoog open-eind karakter. Toch is er misschien wel wat te zeggen bij deze vragen, die niet alleen relevant zijn voor een jubilerend kerkblad, maar voor iedereen die bij kerkelijke communicatie in brede zin betrokken is.
Volgens sommigen beleven we met de opkomst van de zogenaamde social media een nieuwe fase in een communicatieve revolutie. Zoals de uitvinding en beschikbaarheid van de boekdrukkunst en de komst van massamedia als radio en Tv eerder in de geschiedenis voor een omwenteling hebben gezorgd, zo geldt dat nu voor de nieuwe media als Internet en mobiele telefonie. Ze veranderen niet alleen onze communicatie in technische zin, maar ook structureel. Informatie wordt anders gebruikt door de zender en anders verwerkt
door de ontvanger. Overigens is dat een te statisch beeld, hier de zender en daar de ontvanger. In de praktijk van de communicatie is het een voortdurend heen en weer tussen beide posities. Maar in het algemeen geldt voor informatieoverdracht in het tijdperk van de sociale media: het moet korter, pakkender, beeldender, persoonlijker, anders pikt ons brein het niet meer op.
Vergelijk het maar met de veranderde manier waarop we de krant lezen. Voorheen lazen we de krant, nu scannen we de koppen (koppensnellen). Wie leest nog een artikel van a tot z? Vaak begin je ergens te lezen, getriggerd door een kadertekst of, heel belangrijk, door een pakkende foto. Als je ‘gegrepen’ bent, lees je verder, of begin je van voren af aan. We zappen door een krantenartikel heen, pikken her en der wat signalen op, en, als we onszelf de tijd gunnen, keren we op een later tijdstip terug om selectief verder te lezen. Dit veranderde leesgedrag geldt dan ook nog eens voor een bepaalde generatie. Jongeren lezen nauwelijks kranten meer, of het moet zijn de op hun snelle leefstijl aangepast nieuwskoppenkranten die gratis op het station worden verstrekt. Wel nieuws, geen achtergrond.
Vergelijk een huidige voorpagina met die van enkele decennia geleden (uw geboortedag?) en je ziet meteen het verschil: de foto’s. Beelden zijn niet meer weg te denken uit de krant.
Nu is het maar de vraag of je het Kerkblad moet vergelijken met de krant. Een krant verschijnt dagelijks en ons Kerkblad slechts eens in de veertien dagen. De krant verslaat de actualiteit, dat wil zeggen: het nieuws van gisteren. Het Kerkblad wordt veel meer gebruikt om komende activiteiten aan te kondigen.
Het Kerkblad is het mededelingenblad van de vereniging PGA. Het is in eerste instantie bedoeld voor de leden, zodat ze weten wie er a.s. zondag staan opgesteld en hoe laat de wedstrijden beginnen. Het Kerkblad vervult zo een functie in een instituut dat uit leden bestaat, zoals je dat met vele andere organen kunt vergelijken. Op die manier zal het ook nog wel een tijd blijven bestaan, maar tegelijk zie je een tendens dat instituten afkalven en netwerken steeds belangrijker worden. Flexibele gemeenschappen, waar mensen van tijd tot tijd en bij een bijzondere aanleiding informatie delen en met elkaar communiceren. Dat vraagt dus een andere aanpak dan één keer in de veertien dagen een paar bedrukte dode bomen op je deurmat.
Niet meer schieten met hagel, maar met een gericht schot. Hoe krijg je de informatie daar waar die gewenst is en opgepikt wordt?
Er zijn collega’s die via Twitter en Facebook aanwezig zijn in de sociale media. Misschien liggen hier ook mogelijkheden voor het Kerkblad? Ik weet dat niet precies, maar misschien is het een gedachte om de brainstorm voor de komende twintig jaar mee te openen?
Naast de functie als mededelingenblad, wil ons Kerkblad ook bijdragen aan de meningsvorming. Het is volgens de gevoerde titel een informatie- en een opinieblad. Uit mijn eigen tijd in de redactie herinner ik me dat dit aspect best lastig in te vullen is. Informatie doorgeven is relatief eenvoudig, maar wat betekent het om opinieblad te zijn? Dat er een rubriek ingezonden brieven moet komen? Niet altijd zijn reacties relevant, zeker niet met een zo lage verschijningsfrequentie. Discussies zijn al weer achterhaald voordat ze op gang komen. Moet je dat wel willen? Het Kerkblad heeft een belangrijke rol in het versterken van het gemeenschappelijk PGA-gevoel en door discussies aan te wakkeren en verschillen uit te meten, kan dat in gevaar komen. Het opiniërende zit hem daarom vooral in de achtergrondartikelen, de interviews en themanummers die het Kerkblad regelmatig publiceert. Daarmee worden inhoudelijke keuzes gemaakt, maar ook daarvan geldt dat er oog is voor de gevarieerde belevingen in de achterban.
Mijn indruk is dat dit ook voor de nabije toekomst een goede keus blijft. Voor discussie en meningsvorming, die onontbeerlijk zijn in een levende organisatie, zijn er andere gelegenheden en communicatiemiddelen. Belangrijk is dat de informatie via het Kerkblad persoonlijk getint is. De verhalen over wat mensen beweegt, zijn meestal het interessants. De kracht van beeldmateriaal is een ander belangrijk punt. Gelukkig heeft het Kerkblad zich in de afgelopen jaren op deze beide punten ontwikkeld. Belangrijkste blijft toch dat je in je kerkelijke communicatie iets te melden hebt. Maar de boodschap wint aan kracht wanneer die in een goede, aanstekelijke en eigentijdse vorm gestoken wordt.


