omslag
Boeken

Anousha Nzume, Hallo witte mensen

Omdat ik als “welgestelde (spier)witte man tot de doelgroep van dit boek” behoor, mag ik een recensie schrijven. “Met die bril op…” wordt er aan toegevoegd.
Het klopt, op dat ‘welgesteld’ na. Ik ben niet alleen een spierwitte man, maar woon ook nog eens in een overwegend witte wijk en werk in een vrijwel witte omgeving. Hoe heb ik met die handicap dit boek gelezen?

Het kan niemand ontgaan dat Nzume’s boek bedoeld is om de witte mens een lesje te leren. Door heel haar boek heen houdt ze het pedagogisch toontje vast (‘ik neem je bij de hand’) en spreekt ze ons (mij) aan met ‘lieve witte mensen’. Je kunt haast het begeleidende gezucht horen, over die slome leerlingen die het maar niet willen snappen.

Ik zal niet in de valkuil trappen door te zeggen dat ik haar ongeduld begrijp. Want wat weet ik, spierwitte man, er eigenlijk van? Maar ik wil wel proberen om een goede leerling te zijn. En dat begint bij luisteren.

Nzume legt mij uit wat wit privilege is. Het is zo vanzelfsprekend – als je wit bent – dat je het niet door hebt. Zoals een vis er niets van begrijpt als iemand hem zou vragen hoe het water voelt: “Water? Wat is water?”
Wit privilege is “dat dingen systematisch makkelijker gaan voor een hele groep mensen op basis van hokjes en in welk hokje jij zit is soms al voor jou bepaald door waar of hoe je geboren bent, sociale constructen”, volgens Nzume (p. 22). Het feit dat ik als witte man op zoiets gewezen moet worden, bewijst tegelijk het bestaan ervan. Het is zo ingebakken in ons systeem, van oordelen en vooroordelen, meningen en voorkeuren, dat het er ook is zelfs als je van mening bent dat kleur of ras geen verschil zou mogen maken. Dat wordt dan een gemakkelijke, politieke correcte opvatting, die helemaal voorbij gaat aan de dagelijkse ervaring van mensen met een kleur. Zelfs dat laatste is al fout geformuleerd, want ‘wit is ook een kleur’. De erkenning, dat kleur er toe doet en dat ons systeem zo is ingericht dat de witte of blanke kleur stelselmatig wordt bevoordeeld, is de basis voor wit privilege als analytisch concept.

Ik weet niet wat het is om dagelijks met zulke en duizend andere ervaringen van wit privilege geconfronteerd te worden, maar ik kan me voorstellen dat je daar wel eens moedeloos van wordt.
Nzume niet. Zij gaat met verve en met overtuiging de strijd aan, om ons – lieve witte mensen – een lesje te leren. Maar ook zij moest ervaren dat het nog niet zo gemakkelijk is om over dit soort thema’s een goed gesprek te voeren, zelfs niet in een gezelschap van mensen die “bijna allen werkzaam in de kunst, cultuur en mediasector, bijna allemaal succesvol, gepubliceerd en welbespraakt” zijn (p. 18).

De eerste twee hoofdstukken van haar boek (pamflet?) zijn overtuigend.  Wit privilege bestaat en het is zaak om dat te onderkennen. De heftige reacties die ze hier en daar in de sociale media krijgt, bevestigen wat mij betreft alleen maar haar gelijk. Het toont aan hoe gevoelig veel witte mensen reageren; hoe gemakkelijk men ongemakkelijke analyses wegredeneert met goedkope retorische trucs – de beschuldiging van omgekeerd racisme, of zwart privilege – en hoe pover ontwikkeld de kunst van het luisteren is. Terwijl het daarmee moet beginnen.

nzumeIn volgende hoofdstukken bespreekt ze wit exotisme, het venijn in zogenaamd complimenteus bedoelde opmerkingen, en de zelffeliciterende witte verlossers, die naar exotisch Afrika afreizen om in één of twee vakantieweken ontwikkelingswerk te gaan doen: “Ik word over het algemeen ongelukkig van deze initiatieven. Blonde paardenstaarten tussen bruine baby’s naast een waterput. En vooral heel veel selfies met schaterlachende zwarte kinderen en kinderen van kleur op Facebook die zo ‘dankbaar’ zijn voor de ‘hulp’ van de witte vrijwilliger. De werkelijkheid is dat er een industrie is gebouwd op uitbuiting en onderdrukking van een continent (daarover zo meer). Over het algemeen draait het meer om het ego van de witte westerse persoon, dan dat er daadwerkelijk wordt geluisterd naar wat de mensen in een specifiek gebied nodig hebben” (p. 57).

Natuurlijk komt Zwarte Piet in het boek van Nzume ter sprake, inmiddels een testcase bij dit thema. Ze wijdt er een apart hoofdstuk aan. Toen vorig jaar het resultaat van een enquête in EenVandaag werd getoond hoe het Nederlandse publiek daarover dacht, was ik verbijsterd, niet zozeer dat de meerderheid geen aanpassingen wil (dat ook), maar vooral over het percentage mensen (77%) dat niet ‘kon begrijpen dat mensen met een donkere huidskleur Zwarte Piet als discriminerend ervaren’. Dat je het zelf zo niet ervaart als witte, dat is één ding, maar dat je je niet in kunt denken dat dit voor anderen wel zo kan zijn, wijst volgens mij op het toenemend gebrek aan inlevingsvermogen, wat tegelijk bevestigd wordt door de genoemde defensieve en soms zelfs agressieve reacties.

Mag je dan geen kritiek hebben? Natuurlijk wel, en haar boek verdient het hier en daar ook. Veel van wat ze beweert wordt niet onderbouwd en is gebaseerd op eigen ervaring. Soms is haar informatie eenzijdig. En als ze voorbeelden geeft van culturele toe-eigening, kun je je afvragen of dat allemaal wel terecht is. In mode en muziek leeft men immers van lenen en ontlenen. Je kunt het ook blending noemen, het vrolijk mixen van stijlen en smaken en kleuren. Een begrip als culturele toe-eigening veronderstelt dat er zoiets is als een ‘zuivere’ of ‘wezenlijke’ cultuur die bovendien eigendom zou zijn van een bepaalde groep. Dat lijkt me een stap terug. Verder moet je wel tegen haar stijl kunnen, die direct is en mij soms wat te belerend. Deze kritische punten tasten echter niet de hoofdlijn van haar betoog aan. In een pamflet mag je eenzijdig zijn om je punt te maken. Dat lukt haar meer dan overtuigend.

Heb ik mijn lesje geleerd?
Ik aarzel. Nzume pepert me immers onverbiddelijk in: ” je weet niet hoe het is. Want. Je. Bent. Wit. Ok, Dus, samengevat. Treed niet op als woordvoerder voor zwarte mensen en mensen van kleur…. Luister meer dan dat je praat. Ga in de bijrol, niet de hoofdrol. Geef ruimte aan anderen.” (p. 63).

Daarom, spierwitte medemens (en anderen): lees dit boek, praat erover, en probeer tenminste je in te leven, want dat laatste is het eerste dat nodig is om samen verder te komen.

Anousha Nzume, Hallo witte mensen, Amsterdam University Press 2017, 14,95

Impressie van de boekpresentatie.

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter