Preken

alert, Matteüs 25: 1 -13

Ik heb het altijd een vervelend verhaal gevonden. Misschien hebt u daar geen last van. Maar als kind al vond ik het een akelig verhaal, dat van die vijf wijze en vijf dwaze maagden, of zoals je het vandaag zou zeggen: de vijf slimme meiden en de vijf domme blondjes.
Akelig, want er hangt een sfeer van angst en dreiging om heen. Wees waakzaam, word je ingepeperd, ongezouten. Pas op. Voor je het weet, mis je de boot. ’t Is inderdaad geen geruststelling. Daar komt nog bij, dat die vijf zogenaamde slimme meisjes – want hoezo slim? zij zijn net zo goed in slaap gevallen – hoe dan ook, ze vertikken het hun olie te delen met hun vriendinnen. Is dat nu vriendschap? Of gaat het er zo onder jonge meiden aan toe. Bitchfight.
Het slot van de gelijkenis helpt ook al niet echt. De deur is op slot. Ze zijn te laat. Geen enkele clementie. Te laat is te laat. Hoezo een boodschap van genade? De deur is dicht en blijft dicht. Onverbiddelijk. “Ik ken jullie werkelijk niet”, dat klinkt hardvochtig en onnodig uit de hoogte.

Die ongemakkelijke sfeer van angst en bezorgdheid hoort bij deze en andere gelijkenissen die Jezus vertelt aan het einde van het evangelie. Als de spanning rondom zijn persoon toeneemt. Ja, dat ook. Maar ook omdat hier iets wordt verteld en overgebracht dat vooral te maken heeft met de situatie in de aller vroegste kerk. Men leeft in de verwachting van Jezus’ spoedige wederkomst. Maar die blijft uit. Zou het dan toch allemaal niet waar zijn? Twijfel is van alle tijden.
Om de gemeente ervan te overtuigen dat de komst van de Messias en de eindverlossing die dat meebrengt toch aanstaande is, worden deze gelijkenissen opgetekend. Wees waakzaam. Niet verslappen. De moed niet verliezen. Let op de tekenen van de tijd. Hij komt, ooit, eens, vast en zeker, maar op een moment dat je het niet verwacht, als een dief in de nacht (vgl. 24: 42-44).

Wij weten dat het anders is gelopen.
Het spoedige einde van de geschiedenis, waar ook Jezus zelf in lijkt te hebben geloofd, is er niet gekomen. We zijn 2000 jaar verder.
Dat maakt de zaak wel anders. Het haalt de urgentie van de tekst af. Maar het zou te ver voeren om het daarmee aan de kant te schuiven. Want woorden als ‘verwachting’, ‘waakzaamheid’ en ‘oplettendheid’ houden ook vandaag hun waarde en betekenis als het gaat om een gelovige levenshouding. Daar zou ik iets meer over willen zeggen.

Het punt van vergelijking in de gelijkenis is het koninkrijk van de hemel. De uitdrukking die wordt gebruikt voor het ‘leven zoals het bedoeld is’, de ideale samenleving, de wereld van vrede, recht en heelheid. Je mag het koninkrijk ook zien als beeld van God zelf.
De boodschap is, die toekomst van God is al begonnen – dat is wat Jezus verkondigt maar zelf ook belichaamt en met zijn leven en sterven bezegelt. Je zou zijn gelijkenis daarom kunnen lezen als een oproep om attent te zijn en te blijven op die alternatieve werkelijkheid. Dat wat zich aandient, als je er oog voor hebt. Dat wat mogelijk is, als je er zelf ook voor open staat. Het is altijd een wisselwerking. Het is haast een Cruijffiaanse wijsheid: je ziet het pas, als je het door hebt.

Maar wat is dat nu concreet?
100 Jaar geleden zaten we in Europa midden in de Eerste Wereldoorlog. Dat dat de eerste was, wisten de mensen toen natuurlijk nog niet, maar u begrijpt het wel. Een verschrikkelijke verwoestende oorlog – dat is eigenlijk altijd met oorlogen het geval. Miljoenen mensen werden zinloos gedood in de loopgraven in Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Hoe heeft het ooit zover kunnen komen?
Nou dat is een heel verhaal, dat voert nu te ver. Maar er is een boek dat daarover gaat en dat draagt de titel Slaapwandelaars. De strekking is dat de grote Europese landen als een soort slaapwandelaars die oorlog in zijn gesukkeld. Erin gerommeld. De grote oorlog ontstond, terwijl niemand het eigenlijk wilde maar op een gegeven moment was het onvermijdelijk. Slaapwandelaars. Kan dat vandaag ook gebeuren?

Dat weet je nooit van te voren. Maar er schuilt een waarschuwing in. Op zichzelf kleine gebeurtenissen of ogenschijnlijke onschuldige dingen, kunnen een onverwachte uitwerking krijgen. We zien de waarschuwingssignalen wel, maar het lijkt niet echt door te dringen.
Zou dat kunnen gelden voor de milieuproblematiek? Er zijn berichten dat huidige conflicten door klimaatproblemen worden veroorzaakt of versterkt, inclusief de vluchtelingenstromen richting Europa. Hebben we wel door wat we aanrichten? Beseffen we wel wat ons te wachten staat?

Een ander voorbeeld. Dat hoorde ik onlangs van de directeur van de vredesorganisatie Pax bij een studiedag en dat maakte indruk op mij. Hij zegt dat conflicten en de kiemen van conflicten ontstaan in de taal. Als mensen beginnen te spreken over wij en zij; als verschillen tussen bevolkingsgroepen worden benoemd met bepaalde taal of woorden die de afstand benadrukken. Als er gesproken wordt over eigen en vreemd, enzovoort. Zo begon het sluipenderwijs indertijd op de Balkan. Begeven we ons vandaag ook niet op een vergelijkbaar pad? Of is dat onnodige bezorgdheid? Dat weet ik niet. Maar woorden zijn nooit onschuldig. Hoe wij over elkaar praten en over anderen, kan het verschil maken, en het kan grote gevolgen hebben.

Het geldt ook in je eigen leven. Als je terugkijkt dan is het vaak zo dat de verkeerde dingen gebeurden onder je ogen, terwijl je er bij was, maar het toen niet zag, niet wilde zien, niet kon zien? Denk maar aan conflicten of spanningen in een relatie, een vriendschap. Zonder dat je het wilde, of bewust erop aan stuurde, ben je uit elkaar gegroeid, raak je van de ander vervreemd. Als je het doorhebt of durft toe te geven, is het vaak al te laat.

Waar het dus om gaat, ook juist in verband met deze gelijkenis, is een levenshouding of noem het een spiritualiteit van alert zijn, bewust leven, gespitst op wat er zich aandient – dat wat van jou wordt gevraagd en dat is lang niet altijd dat waar je op uit bent of zelf naar verlangt.

Het geloof kan je helpen om bewust te leven.
Geloven betekent niet dat je meer weet, of dat je het beter weet, maar dat het zoeken doorgaat. Want, een gelovige is een zoekende. Maar dan wel op een eigen manier. Omdat je in alle dingen van het leven zoekt naar God, naar het koninkrijk van de hemel.

Kijk, als je je autosleutels kwijt bent, dan ga je zoeken. En als je ze gevonden hebt, dan stop je met zoeken. Maar zo is het met het zoeken naar God niet. Dat gaat altijd door.
Je zoekt God, als je naar de kerk gaat. Als je probeert te bidden, hier of thuis.  Als je de Bijbel leest, of andere inspirerende teksten. Je zoekt God misschien wel in de natuur, als je met aandacht daar in rondwandelt, of bewust de stilte zoekt. Of je zoekt God als je je oprecht opent voor een medemens. Iedereen zoekt op een eigen manier, die bij je past. En God vind je in het zoeken. Dat is het wonderlijke. Zo staat het al in de Bijbel, bij de profeten: Zoekt de Here, terwijl Hij zich laat vinden.
Geloven, een levend geloof, is blijven zoeken. Je kunt niet zeggen, nu heb ik het gevonden, nu stop ik er mee. God is iets anders dan je autosleutels.
Alleen de mensen die het zeker weten, de gelovigen die overtuigd zijn van hun eigen gelijk, of de atheïsten aan de andere kant, alleen zulke mensen zoeken niet meer. Die verwachten ook niets meer.

Misschien is dat wel de onderliggende boodschap van de gelijkenis, over waakzaamheid, alert zijn, blijven zoeken, openstaan.

Straks vieren we de Maaltijd. Het ritueel dat ons altijd weer bepaalt bij waar we vandaan komen – leven en sterven van Jezus – en waar we naar toe gaan – de voorsmaak van het Rijk dat komt. De kerk bidt dan: Maranatha, de oude liturgische roep dat Gods toekomst toch aan mag breken. Dat wij God zelf zullen ervaren. Zijn dag verwachten wij.
Het is dat verlangen dat ons leven stuwt.
Het ideaal, dat in ons blijft branden, en door ons blijft branden, als een licht in de nacht, als de olielamp van de bruiloftsgasten die wachten op de bruidegom, met een licht dat nooit meer dooft. Slimme meiden…
AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter