Boeken

Alain de Botton, Religie voor atheïsten

Gaandeweg het nieuwste boek van filosoof Alain de Botton Religie voor atheïsten bekruipt je het gevoel: zou hij het niet als één grote grap bedoelen? Een soort tongue in cheek, waarmee zowel de gevestigde religies als de huidige cultuur op hun nummer worden gezet?
De Botton is overtuigd atheïst, maar dat weerhoudt hem er niet van zich grondig met de religie bezig te houden. Het is de vraag of je wel blij moet zijn met de manier waarop hij doet.

Religies zijn voor De Botton nuttige uitvindingen. Niet meer, maar ook niet minder. Helaas zijn wij dat besef in de moderne cultuur kwijt geraakt. Met het weg laten lopen van het godsdienstige badwater is ook het kind van ritueel en moraal ons uit handen geglipt.
Het gaat De Botton niet om de waarheid van de religie, of om een vergelijking tussen verschillende religies. Religie is een menselijke uitvinding. (Hoewel het dus niet om een vergelijking tussen verschillende religies gaat, is het toch opmerkelijk dat het boek geen enkele verwijzing naar een Islamitische geloofspraktijk bevat. Vond De Botton het toch wat gevaarlijk om zijn benaderingswijze (religie is mensenwerk) op deze wereldgodsdienst los te laten?)

Volgens De Botton wordt religie weer interessant als je het vermoeiende en nooit eindigende debat over de waarheid links laat liggen. De vraag die je, atheïst of niet, moet stellen is, waarom we ook al weer de religie hadden uitgevonden?
Religies zijn waar voor zover ze werken. En ze werken wanneer ze de mens helpen (1) met zijn gebreken en die van de medemens om te gaan en (2) om zich te verzoenen met de eindigheid en de zinloosheid die nu eenmaal met het leven gegeven zijn.

Misschien is het ook de toon die je soms doet aarzelen of hij het allemaal wel serieus bedoelt. De Botton heeft een vlotte stijl van schrijven, zeer onderhoudend, maar soms lijkt hij vooral uit op effectbejag. De vele foto’s in het boek, dat opmerkelijk genoeg eerder in Nederlandse vertaling verschijnt dan in het originele Engels, versterken dat gevoel. Want wat moeten we bijvoorbeeld denken van de foto van een student middeleeuwse literatuur te Oxford die in slaap is gevallen op zijn collegedictaat (p.108)? Zegt dat iets over de lamlendigheid van hedendaagse studenten? Of is het een kritiek op suffe vakken als middeleeuwse literatuur? Of is het gewoon een grappige foto en steekt er verder niet zoveel achter?

Hoe dan ook, de insteek die De Botton kiest, levert toch wel een paar aardige suggesties op. Na snel en resoluut de religie gestript te hebben tot een set handige rituele vormen en gedragspatronen, laat hij zien hoe op verschillende terreinen van het moderne leven wij de cumulatieve wijsheid van de religie nodig hebben. Wie zorgt er anders voor dat deugden als matigheid, barmhartigheid en vergevingsgezindheid blijven bestaan? Hij beveelt aan om de meer dan levensgrote billboards in onze steden eens met reclame voor dergelijke deugden in te gaan vullen.
Om de mens bewuster te laten worden van zijn onbeduidendheid, zou er een Tempel voor Perspectief moeten komen, een toren van 46 meter hoog die de ouderdom van de aarde verbeeldt. Onderaan zou een minuscuul randje van een kleine millimeter dan de tijd aangeven dat de mens op de aarde woont.
In vergelijkbare zin pleit hij voor een Tempel voor Bespiegeling, wil hij de klassieke 14 lijdensstaties vervangen door een cyclus over de Twaalf Smarten van de Adolescentie of de Eenentwintig Smarten van de Echtscheiding en stelt verder een ingrijpende verbouwing van het Londense Tatemuseum voor, waarbij er zalen worden ingericht voor lijden, mededogen, angst, liefde en op de bovenste (zevende?) verdieping: de zaal van zelfkennis.

De meeste ruimte neemt De Botton voor het thema gemeenschap. De kerk zorgde vroeger voor een gemeenschappelijk gevoel, dat in de moderne cultuur volledig is verdampt. Met het gevolg dat we vreemden voor elkaar geworden zijn. Het opzetten van restaurants, waar de tafelschikking zo wordt georganiseerd dat je met volslagen vreemden kennis maakt, moet in de visie van De Botton soelaas bieden. Hij noemt het zelfs agape-restaurants. De formule? Ontleend aan de christelijke eucharistie en aan het inzicht dat alle religies delen dat de maaltijd bij uitstek een plaats van gemeenschap en verzoening is.

Het klinkt niet alleen idealistisch, maar ook wat studentikoos,  net zoals dat voor veel van zijn voorstellen geldt die hij door zijn boek heen verspreidt. Tegelijk raak je gefascineerd door de verrassende insteek en de originele ideeën, of ze nu uitvoerbaar zijn of niet. Dat maakt dat het uiteindelijk toch een aansprekend boek wordt, omdat het tot denken uitdaagt. Is dat niet het kenmerk van goede filosofie?

In de filosofie is sinds Kant religie en godsgeloof veroordeeld tot de moraal. In die zin staat De Botton in een duidelijke traditie. Voeg daarbij wat Angelsaksisch pragmatisme en een zeker publicitair opportunisme, en je hebt de ingrediënten waarmee De Botton zijn atheïstische religieuze toverdrank brouwt. Hij maakt er een smaakvol geheel van, maar de vraag is of de patiënt (de moderne mens) bereid is om zich dit medicijn door de strot te laten duwen.

Alain de Botton, Religie voor atheïsten. Een heidense gebruikersgids, Amsterdam 2011, 324 p., isbn 9789045019345, €22,95

PS De Botton komt in januari 2012 met het bericht dat hij een atheïstische tempel wil realiseren in het hart van Londen.

Recensie Trouw
Artikel Trouw

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter