ziektekosten?

april 22, 2014 0 reacties

dalai lama

Pasen

april 20, 2014 0 reacties
John Stanmayer, World Press foto 2014 Afrikaanse vluchtelingen houden hun mobieltjes omhoog op de kust van Djibouti om een signaal uit Somalië op te vangen

John Stanmayer, World Press foto 2014
Afrikaanse vluchtelingen houden hun mobieltjes omhoog op de kust van Djibouti om een signaal uit Somalië op te vangen

Dat hij door dichte deuren binnenkwam,
alsof het spookte, maar hij was het echt,
vrede zij u – zij konden niet geloven
wat zij met betraande ogen zagen –

dit en nog vele andere verhalen
doen over hem de ronde, waar of niet.

Dat hij ons niet als wezen achterlaten
dat hij de Helper sturen zou, de geest
die ons verstokt geheugen zal ontdooien.
die de vergeten woorden in ons wekt.

Dat wij daar toen vertwijfeld eensgezind,
als wezen zijn, door oude psalmen heen
zijn naam hebben geroepen, èn de geest:

Kom jij, beloofde, doop ons met vuur
dat in hem hoog oplaaide – zaai ons uit
in goed wijd land aan stromen van vertroosting.

Wek onze kracht, heradem ons verstand,
vuur onze hartstocht aan, wek ons geweten.

Huub Oosterhuis, strofen uit Levende die mij ziet

Het boek Leven met de ster van Jiri Weil (oorspr. 1949) gaat over de Joodse Josef Roubicek die in bezet Praag probeert te overleven door zich zoveel mogelijk afzijdig te houden en zo transport naar het Oosten te voorkomen. Op bezoek bij een kennis in het ziekenhuis, maakt hij daar een concert met muziek van Beethoven mee:

jiri weil met thomasIn de eetzaal werd het stil, het concert begon. Ik zat op een stoel en luisterde. Het deed me goed zo stilletjes te zitten luisteren, het deed me goed even niet aan het gebedshuis of de tocht naar het Oosten te hoeven denken, het was goed even niet aan met magere smeerkaas bestreken brood te hoeven denken en ook niet aan in water gekookte gort, het was goed even geen weet te hebben van verordeningen, verboden, duwpartijen uit de tram en van stoeten die vergezeld gingen van het gestamp van met ijzer beslagen laarzen. Ik wist dat dat alles nu even ver weg was (…)
Ik wist nu dat de vreugde in aantocht was, ik wist dat die stilletjes naderbij kwam, dat ze ergens tussen rotsspleten zat weggekropen, maar nu niet meer te vernietigen was door geschreeuw of door het suizen van een zweep. Wat zag de Dood er nu potsierlijk uit in haar met bloed bevlekte wade, zo armzalig, zo nietswaardig, nu langzaam en stilletjes de vreugde in aantocht was, uit de diepten klom ze steeds verder omhoog en dwong de Dood ertoe om met haar trommelaars en fluitspelers weg te kruipen. Wat zag die pluim op haar staf, in de vorm van een paardenstaart, er potsierlijk uit, en die trotse blik en die epauletten en tressen. Ik zag hoe de Dood er als een vogelverschrikker bij stond en hoe iedereen haar uitlachte. Ik zag hoe haar dienaren beefden en hoe haar majesteit verschrompelde, niemand sloeg nog acht op haar bevelen en verordeningen die met tromgeroffel waren begeleid. Ik zag hoe er een muisje langs haar liep, zo’n gewoon grij
s muisje, en haar in het vleesloze gezicht uitlachte. Nee, die wereld die de Dood had bedacht was er nooit geweest. Nee, niemand zou ooit ertoe worden gedwongen voor haar te buigen en eerbied te tonen. Zolang deze muziek zou klinken en zolang de vreugde met haar stille en langzame stapjes daarop zou voorgaan, zou de Dood nooit kunnen zegevieren (p. 191-192).

Meer achtergrondinformatie?

kruisweg12Waarom heb je mij verlaten?

God mijn God
jij laat mij in de steek.
God mijn God
jij laat mij vallen.
Jij houdt je mond
en nergens vind ik troost.

God mijn God
ik zak weg in het donker.
God mijn God
hoe hard ik ook schreeuw.
Jij blijft maar zwijgen
als ik roep in de nacht.

Ouders en grootouders hadden hele verhalen
van ‘God is getrouw’ en ‘Hij helpt uit de nood’.
Uit het hoofd kenden wij die liederen
van ‘Lof zij de Heer, de almachtige Koning en Verlosser’.
Dat gaat nu niet meer op.

God, mijn God
ze doorboren mijn handen.
God, mijn God
ze doorsteken mijn hart.
Ze kraken mijn lijf
en jij bent zo ver weg.

(Uit: Karel Eykman, Een knipoog van u zou al helpen. Bij iedere psalm een gedicht)

Reacties op The Passion

het laatste avondmaal Marlene Dumas (Rijksmuseum)

het laatste avondmaal, Marlene Dumas, (Rijksmuseum)

Dit schilderij is bij de heropening vorig jaar aan het Rijksmuseum geschonken.
De kunstenares Marlene Dumas (geb. in 1953 in Zuid-Afrika) maakte het in de jaren negentig.

Van haar is de volgende tekst, bij een reeks portretten van Jezus die ze in diezelfde periode maakte
“Jesus, over Jou ga ik niets nieuws verzinnen of bedenken. Ik heb jou al bewonderd door de ogen van anderen; dood, in Holbein; bijna onzichtbaar in de sluiter van de Heilige Veronica van Zurbaran; lijdend bij Grünewald, verleidelijk bij Pasolini; koortsig bij El Greco, bedenkelijk in het fotografische negatief van de lijkwade van Turijn, lichtend bij Velasquez, afwijzend in Noli me Tangere van Titiaan
Ik ben bang voor Jouw Vader, maar niet voor Jou. Hij schenkt de bekers, en niet Jij”
(geciteerd uit Liter, in Trouw, juni 2013)

simon van cyrene

Overdenking bij statie V. – Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis te dragen

Het hoort bij de straf, dat de veroordeelde zelf zijn kruis draagt. Het hoort bij het leven, dat ieder zijn eigen last draagt.
Zo dus ook Jezus. Hij draagt zijn eigen kruis.

Zoals in het leven, ieder zijn eigen lot heeft te ondergaan. Je hebt immers uiteindelijk alleen met je zelf te stellen, je eigen last te dragen. Dat doet niemand anders voor je. Dat kan niemand anders voor je doen, toch? Je moet je eigen boontjes doppen.

Maar dan is er in dit wonderlijke verhaal van Jezus’ kruisweg het moment waarop de soldaten een toevallige voorbijganger dwingen om het kruis van Jezus te dragen. lees meer →

Gekruisigd onder Pontius Pilatus…jesus-and-pilate-backgrounds-wallpapers

De Romeinse prefect wordt zelfs genoemd in het Credo. Om te onderstrepen dat de kruisdood van Christus een historisch feit is? Misschien. Maar als je probeert de geschiedenis van zijn lijden en sterven, en de rol die Pilatus daarin heeft, met historische precisie te reconstrueren, loop je vast. De details die de evangelisten bieden spreken elkaar op onderdelen tegen. Heeft Pilatus een oordeel over Jezus uitgesproken? Is Jezus onderwerp geweest van een proces naar Romeins recht? Deskundigen betwijfelen het.

Over dit soort vragen gaat Pilatus & Jezus, het boekje van de invloedrijke hedendaagse Italiaanse filosoof Giorgio Agamben.  Hij noemt hem (met Nietzsche) ‘het enige echte personage’ in de evangeliën. Vanwege zijn menselijke reacties: Pilatus verbaast zich, is bang, koestert wrok, is dan weer somber, ironisch, angstvallig, geIrriteerd, voorzichtig en driest. Maar wat is nu precies zijn aandeel in Jezus’ kruisweg? In hoeverre is Pilatus verantwoordelijk?

Die vraagt blijft open.
Agamben spreekt van “de impliciete onoplosbaarheid van de botsing tussen twee werelden”.  Jezus getuigt voor Pilatus van zijn Rijk, dat niet van deze wereld is. Hij is niet gekomen om deze wereld te oordelen, maar om haar  te redden. Maar de geschiedenis van zijn lijden, keert het om. Zo wordt Hij die gekomen is om niet te oordelen, geoordeeld, en wordt daardoor (door het oordeel, het kruis) de redding, waar Hij voor gekomen is, tot stand gebracht. Agamben: “Juist omdat zij niet te redden zijn, oordelen de schepselen over het eeuwige: dat is de paradox die uiteindelijk, voor de ogen van Pilatus, Jezus het woord ontneemt. Hier is het kruis, hier is de geschiedenis” (p. 47).

Gerard-van-Honthorst-Gerrit-van-Honthorst-The-Denial-of-St-Peter

Gerard van Honthorst, Verloochening van Petrus (ca. 1622 – The Minneapolis Institute of Arts, Minneapolis)

“Het is kenmerkend voor het feit, dat Christus zo’n rake psycholoog was, dat Hij uitgerekend de hoogst wankelmoedige en onbestendige Kefas, de nu eens ‘himmelhoch jauchzende’ en dan weer ‘zum Tode betrübte’, de eretitel van ‘Rots’ gaf en op hem zijn kerk wilde bouwen. Wat moet dat voor Petrus, bij diens veelvuldig wisselende stemmingen en ten tijde van zijn diepe val veel betekend hebben, dat hij weten mocht: maar de Heer kende mij immers. Hij kende mij beter en dieper dan ik mijzelf kende, Hij kende mij tot op de grond van mijn hart. Hij wist, dat ik een wolk was als door een draaiwind gedreven en toch noemde Hij mij Rots.’ (uit: Kaj Munk, Eerbied voor U. Teksten voor elke dag)