nog één keer

juli 15, 2014 1 reactie

Dominees denken in zondagen.
Als ik dezer dagen gevraagd word: ‘Heb je al gauw vakantie?‘, dan antwoord ik: ‘De 20e moet ik nog preken, daarna begint het…’.

Paulus, ill. uit de Moerentorfbijbel, 1657

Paulus, ill. uit de Moerentorfbijbel, 1657

Zondag nog één keer Paulus. Met fragmenten uit zijn befaamde brief aan de Romeinen zijn we de afgelopen zondag in de weer geweest.
Aan reacties van kerkgangers te merken, best wel weerbarstige teksten (zowel die van Paulus, als die van mijn uitleg?).
Zelf hou ik wel van de uitdaging. Over Paulus zijn er veel misverstanden. Ik heb niet de illusie die met een paar preken uit de wereld van de toevallig aanwezige hoorders te kunnen bannen, maar misschien kun je er een klein beetje aan bijdragen dat het beeld van Paulus wat genuanceerder wordt.

In de Paulus-studie spreekt men sinds een aantal jaren van een Nieuw perspectief op Paulus, waarmee vooral bedoeld wordt dat we hem nu niet meer plaatsen tegenover het Jodendom, maar in zijn Joodse context. Het oude beeld is dat Paulus, toen hij werd bekeerd op weg naar Damascus, zich van het Jodendom afkeerde en Christen werd. Maar dat is een misverstand (en een anachronisme). Paulus is veel meer Jood (gebleven) dan de christelijke traditie heeft willen weten. Als je dat gegeven laat gelden, gaan zijn teksten opeens anders klinken.

Zondag gaat het over een gedeelte uit zijn Israël-betoog, Rom. 9 – 11. Het maakt nogal uit met welk vooroordeel je dit gedeelte leest. Als je Paulus ziet als Jood die zijn geloof heeft afgezworen en christen is geworden, ga je andere uitspraken benadrukken dan wanneer je hem ziet als een volgeling van Christus die zijn Joodse identiteit blijft koesteren.

Nog één keer zal ik mijn best doen, om Paulus recht te doen…. En dan, vakantie!

7X7

juli 8, 2014 0 reacties

Bovenstaande is een regel uit een lied dat we gisteren zongen. Het is één van de  liederen waarmee we sinds de komst van het nieuwe liedboek een goed jaar geleden zijn verrijkt.

beeldbank pkn

beeldbank pkn

Gisteren reageerden er een paar mensen na de viering met de opmerking dat we mooie liederen hadden gezongen. Dat is altijd leuk om te horen. Voor de geïnteresseerden onder ons: we zongen onder andere lied 377 (bij de Maaltijd) en 975 en 982, met de geciteerde regel. NIeuwe liederen, mooie teksten, lichte melodieën. Een verrijking dus.

In het Nederlands Dagblad las ik een interview met collega Sytze de Vries, tekstdichter van menig nieuw liedboeklied. Hij schrijft:
Als mensen in de kerk komen, zijn ze niet meer dan een verzameling individuen. Pas als ze gaan zingen, ontstaat een gemeenschap. We nemen dezelfde woorden in de mond, stemmen af op dezelfde toonhoogte. Je kunt van alles schrappen in de kerkdienst. Als eerste de preek. Vervolgens het gebed, want zingen is dubbel bidden. Als de gezangen goed zijn, kun je ook de lezingen nog wel weglaten. Het laatste wat we moeten blijven doen is zingen.

Elke stilte kent zijn zingen,
zoekt een woord en melodie,
ieder duister wacht een morgen
in dat licht is alles nieuw.
Het verleden bergt de toekomst,
wat die brengt, je weet het niet,
nog verborgen tot het uitkomt,
God alleen herschept en ziet.

Nieuwe Liedboek 982 vers 2
(vertaling van Andries Govaart)

betekenisvol

juli 3, 2014 0 reacties

De staatssecretaris wil ‘betekenisvolle banen’ voor kwetsbare mensen scheppen. Maar wat is betekenisvol werk?

Voor zulke prangende vragen moeten we bij een filosoof zijn. Klaas Mulder krijgt in de krant de kans om hierover enkele betekenisvolle dingen te zeggen. Hij is, zo lees ik, gespecialiseerd in “Investeringslogica”, een mij tot dan toe onbekende discipline. Hij adviseert organisaties om “verstandige beslissingen te nemen over de inzet van geld van een ander”.
Modern-TimesVolgens de filosoof is betekenisvol werk, werk dat ergens voor staat. Zoveel hadden jij en ik ook nog wel kunnen bedenken, maar het wordt interessant als hij beweert dat verjaardagsfeestjes en gesprekjes op de camping goede plekken zijn om de betekenisvolheid van je werk te testen: “Als je vertelt dat je schoonmaker bent, zullen velen dat nuttig werk vinden. Als je gezelschap de schouders ophaalt als je vertelt dat je docent omgangskunde bent, kan je altijd nog denken: ik weet wel beter. Pas als je ze diep van binnen gelijk moet geven, heb je een probleem”.

Deze week heb ik mijn werkverslag over het afgelopen seizoen aan de kerkenraad aangeboden en aan iedereen die benieuwd is wat er in een doorsneepredikantspraktijk komt kijken.
Of mijn werk betekenisvol is?
Mijn verjaardag heb ik net gevierd en op een camping ben ik al jaren niet meer geweest. Misschien moet ik een andere plek zoeken om een antwoord op die vraag te krijgen.

opruiming

juni 30, 2014 0 reacties

In deze periode als de kerkelijke zomerloomte aanbreekt, ruim ik meestal mijn paperassen op. Vergaderstukken, notulen, beleidsnotities, ook in het digitale tijdperk heb je het nodige uitgeprint dat na een seizoen gemakkelijk gemist kan worden.

Dit jaar grijp ik ook naar de multomap waar met viltstift Fotoarchief op staat geschreven. Daarin diverse mapjes met foto’s, cartoons en illustraties die ik in de loop van een kwart eeuw heb verzameld. Ik heb er vaak dankbaar gebruik van gemaakt, om liturgieën op te sieren bij  hoogtijdagen, om werk- en studieverslagen op te leuken met een grappige cartoon, of in catechese of gesprekskring, om aan de hand van foto’s het gesprek op gang te brengen. Plaatjes die ik verzamelde door aandachtig te knippen uit Kind op Zondag (de illustraties), de Open Deur (voor de foto’s), uit kerkbladen, of uit al lang verdwenen bladen als Voorlopig (de naam zegt het al – voor de cartoons).IMG
Eigenlijk is die multoklapper al een paar jaren overleefd. Tegenwoordig heb ik een map met illustraties op mijn computer staan.

Maar zoals dat gaat als je aan het opruimen bent, aan sommige dingen ben je gehecht geraakt, ze horen bij een voorbije tijd, bij een voorbij gevoel ook, en dat maakt dat je ze, hoe onnozel ze in de ogen van een ander ook zijn, niet weg kunt gooien zonder een zweem van weemoed.
Dus, hierbij de foto (uit de Open Deur?) die ik jarenlang heb bewaard en waar ik nog steeds om kan glimlachen, maar die, zoals u in één oogopslag kunt zien, hopeloos gedateerd is.
Voor de gelegenheid ingescand, zodat hij nog even voortleeft in het digitale tijdperk.
Als de mij onbekende fotograaf m/v zich meldt (of het bruidspaar!!) is het helemaal geweldig…

abraham

juni 24, 2014 0 reacties

Zoals u van predikanten mag verwachten, zijn wij al druk bezig om de activiteiten voor het komende winterseizoen voor te bereiden. Zo hebben we het plan opgevat om in het najaar enkele avonden te besteden aan de figuur van Abraham. In deze periode lezen we (volgens het rooster) verhalen uit Genesis over deze aartsvader.

Abraham is het voorbeeld voor alle gelovigen, in de drie religies jodendom, christendom en Islam. In de kinderbijbel Woord voor Woord wordt een oude joodse vertelling weergegeven: Abraham zat op te passen in de winkel van zijn vader. Je kon er allemaal beeldjes kopen van de God van die buurt daar. De mensen konden het thuis neerzetten. Ze dachten: als we maar aardig doen tegen zo’n beeldje, dan zal onze God wel aardig voor ons wezen. Dat hadden ze al jaren zo gedaan. Dat gaf al die tijd een veilig gevoel. Maar Abraham was een vreemde jongen. Eigenlijk geloofde hij er niet in, in al die beelden. Hij dacht: eigenlijk geloof ik helemaal niets. Toen kwam er een vrouwtje binnen met een taart.’Die heb ik zelf gemaakt’, zei ze. ‘Geef hem maar aan het beste godenbeeld dat je in de zaak hebt.’ Toen ze weg was, werd Abraham kwaad. Hij had er geen zin meer in om zijn hele leven in deze winkel te zijn. Hij sloeg alle beelden in elkaar. Met een grote stok. Eén beeld liet hij heel. Zo zat hij tussen de scherven toen zijn vader terugkwam. ‘Wat is hier aan de hand, wat is er gebeurd?’ riep die. ‘Tja’, zei Abraham. ‘Een dame bracht een taart voor de godenbeelden hier. En toen kregen ze me toch slaande ruzie. Ze hebben mekaar allemaal in elkaar geslagen. Alleen die ene bleef over.’ ‘Kom nou’, riep vader. ‘Godenbeelden kunnen toch niets.’ ‘Zie je wel’, zei Abraham, ‘Je gelooft er zelf ook niets van. Nou, ik doe er niet meer aan mee.’

Abraham is het voorbeeld voor alle gelovigen, in de drie religies jodendom, christendom en Islam.

Nu is het zo dat de tekst van a.s. zondag ook al over Abraham gaat. Ik volg de alternatieve lezingen uit de brief van Paulus aan de Romeinen en in het vierde hoofdstuk voert Paulus Abraham als voorbeeld op. De argumentatie bij Paulus is altijd wat lastig te volgen, maar dat is een zoektocht voor de rest van de week.
In het Paulusboek van de filosoof Alain Badiou, waar ik in deze weken graag uit put, vond ik alvast de volgende interessante passage:
“Paulus loopt niet hoog op met Mozes, man van de letter en de wet. Hij identificeert zich liever met Abraham (…) Abraham is beslissend voor Paulus, vooreerst omdat hij alleen om zijn geloof door God werd uitverkoren, nog voor de wet, vervolgens omdat de belofte waarmee de uitverkiezing gepaard gaat ‘alle volken’ betreft en niet alleen de joodse afkomt. Abraham loopt dus vooruit op wat we een universalisme (…) zouden kunnen noemen of, anders gezegd, hij anticipeert op Paulus” (pp. 176-177).

In de kinderbijbel Woord voor Woord wordt een oude joodse vertelling weergegeven:
Abraham zat op te passen in de winkel van zijn vader. Je kon er allemaal beeldjes kopen van de God van die buurt daar. De mensen konden het thuis neerzetten. Ze dachten: als we maar aardig doen tegen zo’n beeldje, dan zal onze God wel aardig voor ons wezen. Dat hadden ze al jaren zo gedaan. Dat gaf al die tijd een veilig gevoel. Maar Abraham was een vreemde jongen. Eigenlijk geloofde hij er niet in, in al die beelden. Hij dacht: eigenlijk geloof ik helemaal niets. Toen kwam er een vrouw binnen met een taart.’Die heb ik zelf gemaakt’, zei ze. ‘Geef hem maar aan het beste godenbeeld dat je in de zaak hebt.’ Toen ze weg was, werd Abraham kwaad. Hij had er geen zin meer in om zijn hele leven in deze winkel te zijn. Hij sloeg alle beelden in elkaar. Met een grote stok. Eén beeld liet hij heel. Zo zat hij tussen de scherven toen zijn vader terugkwam. ‘Wat is hier aan de hand, wat is er gebeurd?’ riep die. ‘Tja’, zei Abraham. ‘Een dame bracht een taart voor de godenbeelden hier. En toen kregen ze me toch slaande ruzie. Ze hebben mekaar allemaal in elkaar geslagen. Alleen die ene bleef over.’ ‘Kom nou’, riep vader. ‘Godenbeelden kunnen toch niets.’ ‘Zie je wel’, zei Abraham, ‘Je gelooft er zelf ook niets van. Nou, ik doe er niet meer aan mee.’

gewone taal

juni 20, 2014 0 reacties

Toen we enkele jaren geleden onze oude hond wilden laten inslapen, waarschuwde de dierenarts mij vrij indringend: ‘U weet dat dit irreversibel is?’
Gelukkig kon ik de betekenis van dit woord thuisbrengen (waar je gymnasiumopleiding al niet goed voor is), maar zou hij zulke moeilijke woorden bij iedere klant gebruiken? Is dat om te imponeren? Laten we het er maar op houden, dat hij graag zorgvuldig te werk wilde gaan.

Onlangs was ik bij een workshop die het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) organiseert om haar nieuwe vertaling, De Bijbel in Gewone Taal (BGT) te promoten. Omdat ik een talent voor enthousiasme heb, zeker als het gaat om taal en om de Bijbel, heb ik inmiddels het goede nieuws al her en der verspreid. In de herfst van dit jubileumjaar (200 jaar NBG) komt de BGT uit. Op een ouderenmiddag hebben we alvast een gedeelte uit deze nieuwe vertaling, die bedoeld is om de Bijbel in gewone, duidelijke en voor iedereen begrijpelijke taal toegankelijk te maken, gelezen. Kijk, een zin als de vorige vind je niet in de BGT terug. Veel te lang, met bovendien een lelijke tangconstructie. Nee, de BGT gebruikt heldere, korte zinnen (gemiddeld 12 woorden) en gewone woorden.bijbelkast

De kunst is natuurlijk om het gewone niet banaal te laten worden. Op basis van wat ons gepresenteerd werd, ben ik daar niet zo bang voor.
In de bijbel en het geloof gaat het om taal geven aan het geheim, en dat is wat anders dan geheimtaal hanteren. Er zijn vertalingen die dat laatste doen, en daar ben ik zelf dan ook niet zo enthousiast over.
Zo las ik voor mijn preek van zondag (naar aanleiding van Romeinen 2) drie verschillende vertalingen van hetzelfde vers (11):

- Want er is geen aanzien des persoons bij God – NBG, tamelijk letterlijk maar verouderd taalgebruik
- Want er is geen aanneming van een aanschijn bij God – Oussoren, onbegrijpelijk Nederlands (geheimtaal), en
- God maakt geen onderscheid – NBV, duidelijk, maar zonder de specifieke nuance van het Griekse origineel (προσωπολημψια).

Nee, ik begin niet aan een eigen vertaling. Toch: ‘God maakt geen verschil’ had ik wel een mooie gevonden, juist ook vanwege de dubbelzinnigheid. Maar of Paulus dat bedoeld heeft?

koning voetbal

juni 16, 2014 0 reacties

Als je door je ooghaartjes kijkt, begint alles op elkaar te lijken.
Volgens sportsocioloog Ruud Stokvis is voetbal eigenlijk een moderne vorm van religie. Hij heeft er een boek over geschreven, dat, niet toevallig, tijdens het net gestarte wereldkampioenschap voetbal uit is gekomen.

Feyenoord-uitvaart

Feyenoord-uitvaart

Stokvis is niet de eerste die overeenkomsten ziet tussen sport en religie. Dat heel veel mensen heel veel aan sport kunnen beleven, is zonneklaar. Dat er parallellen zijn tussen de adoratie die voetbalhelden ten deel valt en de aanbidding van goden en geesten in religie, idem. Zoals bij elk menselijk groepsgebeuren, vinden er ook in de stadions en rond het spelletje tal van rituelen plaats. Allemaal waar. Net zoals liturgie spel is en geloof een vorm van tijdverdrijf. Maar het gaat te ver, om vanwege dergelijke nog tamelijk oppervlakkige overeenkomsten, het een tot het ander te herleiden, of stellig te beweren dat voetbal religie vervangt.

Voor Stokvis is religie een vorm waarin onze menselijke behoefte aan gemeenschappelijke binding zich uit. Deze typisch sociologische blik (in het spoor van Durkheim) ziet slechts de helft. Religie en godsdienst is ook de menselijke vorm waarin relatie wordt gezocht en ervaren, met diepere lagen van de werkelijkheid, die de sport niet kan bieden.
Voetbal is uiteindelijk maar een spelletje.
Religie is oorlog (vrij naar Rinus Michels).